Op een goeden middag betraden een paar ballingen van
Princes-Charlotte-baai--300 mijlen noordelijk--ons strand. Verbannen
voelden zij zich en zij hunkerden om weer naar hun land terug te
keeren, ofschoon zij zich voor een half jaar verhuurd hadden voor de
bêche-de-mer-vangst en hun tocht pas was begonnen. Een van hen stapte
trotsch en gewichtig rond en ook de anderen hadden iets ongewoons over
zich, een weerschijn van de glorie van Mattie's gelaat straalde ook
uit het hunne. Met al de waardigheid van een gezant, die een hoogst
gewichtige tijding brengt, begroette hij mij.
"Hallo, mister, goeden dag."
"Goeden dag," antwoordde ik. "Kom je van dien kotter?"
"Ja, mister. Mickie hier zitten nu? Mij breng hem brief."
"Neen, Mickie is op de Palm-eilanden."
En Mattie, geheel terneer geslagen: "Bosoen gaf dat brief voor
Mickie." En een klein pakje te voorschijn halend, liet hij mij een
stuk grijs hout zien van de grootte en vorm van een potlood en waarin
twee elkaar kruisende lijnen gesneden waren.
De brief was niets anders dan een uiterlijk teeken dat de afzender
nog leefde en vertrouwen stelde in den brenger, die al het nieuws
mondeling moest meedeelen. Het was een groote teleurstelling voor
Mattie te hooren dat Mickie er niet was en na het houten document
een poosje te hebben geliefkoosd, wikkelde hij het weer zorgvuldig
in en verborg het onder zijn hemd. En de teleurstelling was algemeen,
uit alle gezichten was de glans verdwenen. Gedurende de volgende dagen
kreeg elk om zijn beurt den kostbaren brief te bewaren en steeds was de
bezitter te herkennen door een belachelijk vertoon van zelfbewustheid
en trots.
Brieven van inboorlingen zijn zeer verschillend. Sommigen beweren
dat zij in staat zijn ze te verklaren, maar volgens mijn ervaring,
wordt onveranderlijk het nieuws dat zij heeten te brengen door den
overhandiger verteld en is het volstrekt niet noodzakelijk dat de ruwe
sneden en krassen op het hout ook maar eenige beteekenis hebben. De
bewering van enkele negers, dat zij boodschappen uitsluitend door
middel van stokken kunnen overzenden, wordt door allen die haar
onderzocht hebben afgewezen.
Op een zekere plantage was eens de zoon van den eigenaar in een
naburige rivier verdronken. Het verdriet der ouders werd door allen
in de geheele streek gedeeld, ook door de negers in een naburig kamp,
die, nadat de eerste schok voorbij was, besloten de droeve tijding ook
aan meer verwijderde vrienden mee te deelen. Met veel moeite werd een
brief opgesteld, bestaande uit een kort, vlak stuk hout, over welks
geheele lengte een golvende lijn gesneden was die in het midden door
een inkeeping werd doorbroken. Een bode vertrok en een week later
wist men in kampen, honderden mijlen verder, tot in bijzonderheden
wat er gebeurd was. Algemeen werd geloofd dat de brief het bericht had
overgebracht, maar is het niet duidelijk, dat in werkelijkheid de bode
alles mondeling meedeelde en de geheele brief, waarvan de golvende
lijn de rivier en de inkeeping de noodlottige diepe plek voorstelde,
slechts diende om zijn boodschap meer geloofwaardig te maken?
Eens vond ik George bezig een brief te schrijven; spiraalvormige,
elkaar kruisende groeven in een stuk pijnboomhout van vier duim lang
en een kwart duim breed. George beweert steeds dat hij Engelsch
kan schrijven, maar hij is er nooit toe te bewegen zijn kunst te
vertoonen. Ik was dus nieuwsgierig zijn literair talent eens op
de proef te stellen. "Voor wie is dat, George?" vroeg ik. Lang en
verbaasd staarde George op den stok, met een uitdrukking van diepe
concentratie, tot hij eindelijk met een glimlach van verlichting
antwoordde: "Voor Charlie."
Charlie is de naam van een neger die kort geleden het eiland had
bezocht.
"En wat staat er dan wel in?"
Weer een lang zwijgen, waarin George zijn verbeeldingskracht
angstwekkend scheen te overspannen. Zijn voorhoofd rimpelde, zijn
lippen beefden, zijn hoofd schudde heen en weer, een paar malen
lichtte als een plotselinge ingeving over zijn gelaat, dat dan weer
een uitdrukking van het diepste nadenken aannam. Eindelijk zei hij:
"J-a-a. Ik vertellen mij soms zien Toby."
Toby is een van de oorspronkelijke inboorlingen van Dunk-eiland.
"Vertelt hij niets méér?"
Hetzelfde zwijgen, de zelfde wanhopige inspanning. Dan: "Dit voor
Johnny Tritton, vroeger in Cooktown, nu ergens hier wandelen."
Ik vroeg nog verder, maar het was duidelijk dat de arme kerel zijn
hersens vergeefs pijnigde om zijn brief een beteekenis te geven,
voortdurend aarzelde hij en telkens sprak hij zichzelf op vermakelijke
wijze tegen.
Mijn opvatting omtrent de beteekenis van briefstokken wordt wel het
beste bevestigd door het volgende. De boschjesman [30] die te paard
de post onder de kolonisten van het binnenland rondbrengt, kreeg
herhaaldelijk ook briefstokken van negers mee. Onveranderlijk ging
zulk een opdracht vergezeld van een mondelinge boodschap: een verzoek
om een pijp, een mes, een spiegel, een zakdoek, of een vraag naar
het verblijf of de gezondheid van een bloedverwant of vriend. En de
postbode ontdekte al heel gauw dat de soms zeer zorgvuldig bewerkte
stokken in geen enkel verband stonden met de mondelinge boodschap,
want herhaaldelijk raakten de stokken hopeloos door de war zonder
dat er ooit het geringste misverstand door ontstond.