GOED IN HUN ROL.

Weinig insekten loonen de waarneming beter dan de mantis (biddende

roofsprinkhaan) en de wandelende tak, die, zelf bijzonder vraatzuchtig,

alle mogelijke soorten van bedrog en vermomming aanwenden om aan

hun vijanden te ontgaan. Bijna alle variëteiten bieden schitterende

voorbeelden van kleur-bescherming. Een mantissoort, die hier wordt

gevonden, is zwart en ruw, men treft hem alleen aan op verkoold

hout. De vleugelschilden hebben de kenmerkende korreligheid en glans

van versch houtskool. Een andere heeft een grijze kleur, gelijk aan

die van het doode hout waarop hij leeft, weer een andere is bruin en

licht behaard als de schors van de bijzondere soort eucalyptus waarop

hij wordt gevonden. De meest gracelijke gelijkt op twee glanzende

groene bladeren, waarvan midden- en zijnerven op volmaakte wijze

zijn nagebootst.

De spooksprinkhanen (wandelende takken, Phasma) behooren tot de

zonderlingste insekten. Een mooi exemplaar kan wel langer zijn dan

een voet. Het lichaam ziet er gewoonlijk uit als een dorre tak; de

achterpooten, grillig en onder verschillende hoeken uitgestoken en

grijs en bruin als het lichaam zelf, geven denzelfden indruk; het

middelste paar schijnt tot steun te dienen, terwijl de voorpooten

in hun volle lengte evenwijdig aan elkaar worden uitgestrekt,

zoodat de kop dicht tusschen de dijen beklemd is, in elk waarvan

zich een kleine uitholling bevindt waar hij in past. Als het insekt

zich niet beweegt is het zeer moeilijk te ontdekken. Met zijn lange,

stijf gehouden achterpooten schijnt het iederen vogel te waarschuwen:

"Wees toch niet zoo dwaas te denken dat deze dorre twijgjes pooten

zijn, behoorend bij een eetbaar lichaam." Maar zelfs als de vogel zich

niet laat verschalken en naderbij komt, blijkt het hem plotseling,

dat hij niets meer of minder heeft gevonden dan.... een slang. De

lange, slanke voorpooten vormen samen den langzaam smaller wordenden

staart, het andere einde stelt den kop voor, met open bek, met oogen

en kaken en een uitgestoken tong. En dit uiteinde zwaait even als

de kop van een vertoornde slang en kromt zich, als op het punt toe

te schieten. Zelfs de brutaalste vogels vliegen er met een kreet van

schrik voor weg. Wekenlang heb ik deze wonderlijke wezens waargenomen

en onveranderlijk vond ik dat bij een nadering van de hand zij hun

slangvormig achterlijf haar dreigend tegemoet kromden. Een loophoen,

dat een acht duim langen duizendpoot zonder aarzeling aanvalt, maakt

een ontsteld lawaai als het een wandelenden tak vindt, vooral als

het insekt met zijn volkomen onschadelijken staart dreigt.

Een exemplaar van een wandelenden tak, dat zich bevindt in het museum

van den heer W. Rotschild te Tring en dat uit Malacca afkomstig is,

gelijkt op Malaccariet en wordt als volgt beschreven: "Men zegt dat,

wanneer het insekt door een vijand wordt aangevallen, of in gevaar is,

het het tiende (laatste) segment van zijn lichaam als een verrekijker

uitschuift en daarbij een mondvormige opening met een tong-achtig

orgaan er in vertoont, die het dier het uiterlijk geven van een

slang. Op het negende segment bevindt zich ook een vlek die op een

oog gelijkt."

De vertegenwoordiger der familie op Dunk-eiland heeft dit vermogen

om het laatste segment uit te schuiven niet, maar neemt niettemin

toch de houding van een slang aan.

In sommige opzichten lijkt de wandelende tak op de mantis religiosa,

maar hij schijnt niet zoo vraatzuchtig te zijn als deze, die zijn

biddende houding alleen aanneemt om zijn prooi eerder te kunnen

grijpen. Ofschoon ik twee exemplaren drie maanden lang 's morgens,

's middags en 's avonds observeerde, heb ik maar eens een van

hen zien eten. Het insekt voedt zich uitsluitend met plantaardig

voedsel, maar de wijze waarop het eet is zonderling. Zijn rol van

beweginglooze slang zou, wanneer het bij het eten den kop bewoog,

zonder uitwerking blijven en de Natuur heeft zich dan ook voor zulk

een vergissing in acht genomen. Door een rij van tasters, drie aan

weerszijde, wordt de rand van een blad naar den mond gebracht,

die vertikaal opengaat. De tasters doen het blad voortschuiven,

terwijl een sikkelvormige inham snel wordt uitgeknabbeld, waarna zij

het blad weer naar zijn uitgangspunt terug bewegen. En zoo gaat het

verder, terwijl de voorpooten, aan een tak gehaakt, het lichaam met

een glijdende, haast onmerkbare beweging voortstuwen, naar gelang

het blad wordt opgegeten. Tusschen de maaltijden liggen de tasters,

als de bladen van een zakmes, vlak tegen den mond saamgevouwen.

Negers rangschikken de meeste voortbrengselen der natuur onder twee

rubrieken: "Goed voor eten." "Niet goed voor eten." Bijna alles behoort

onder de eerste groep, ook de "Taloo" of "Yam-boo." Onmeedoogend

worden het insekt de pooten uitgerukt, waarna het kronkelend lijf in

de gloeiende asch wordt gelegd, totdat het knapt en met veel genot

wordt gegeten.

Bekentenissen van een strandvonder: Het leven op mijn tropisch eiland · 第 50 / 97 题