Een bewoner van den koraaltuin, dien wij niet mogen vergeten,
is een soort stekelbuik (Tetraodon ocellatus) die zich tot de
uiterste grens uitzet wanneer hij uit het water wordt gehaald. [26]
Men gelooft algemeen dat zijn vleesch vergiftig is, ofschoon het er
aanlokkelijk uitziet. Autoriteiten verzekeren dat de vergiftigheid
beperkt is tot de lever en den eierstok en dat men het vleesch,
wanneer deze deelen slechts verwijderd worden, veilig kan eten. Doch
laat anderen, onverschillig voor pijn of levensmoede, er de proef
van nemen. Negers van middelbaren leeftijd vertellen, dat hier eens
een monsterlijke burra-ree gespietst werd en dat enkelen die honger
hadden hem kookten en opaten. Zij stierven allen, of werden althans
doodziek. Ook een paar jaar geleden stierven er twee Maleiers die van
het vleesch gegeten hadden. Geen neger waagt dan ook meer den visch
aan te raken met iets dat korter is dan een vischspiets.
Ook de Tetraodon heeft in den strijd om het bestaan zijn toevlucht
moeten nemen tot nabootsing van zijn omgeving, blijkbaar zijn er dus
nog visschen met een maag sterk genoeg om zulk een opgeblazen dier
in zich op te nemen.