WONDERLIJKE VISSCHEN.

In de holten en spleten van het koraalrif leiden ook eenige

wonderlijke visschen een verlaten en eenzaam bestaan, opgesloten

als de kwalijkriekende kluizenaars in hun rotscellen bij Lhassa

en afhankelijk van de aalmoezen der rijke en vriendelijke zee. Hun

lichamen schijnen zich aan te passen bij de vormen der holten waarin

zij leven en om een exemplaar ongeschonden te bemachtigen moet men

den vorm waarin zij geperst zijn stukslaan. Tot het laatste oogenblik

klampt zich de bewoner aan zijn hol vast, want daarbuiten is hij een

zwak, hulpeloos wezen, niet instaat zich zelf te redden, ofschoon

hij klaarblijkelijk behoort tot de familie der haaien.

Een ander grotbewoner, een ineengedrongen gedrocht met vooruitstekende

tanden, spuit, wanneer men zijn schuilplaats bij eb nadert, een straal

water uit; onder hem ligt de grond bezaaid met de schalen van de week-

en schaaldieren die hij heeft verslonden.

Onder steenen verborgen wonen wezens van veranderlijken vorm en kleur,

ovale en ronde lichamen, bruin, grijs, glimmend zwart met bruinen

zoom, roze met grijze strepen en franje--waar vijf spartelende pooten,

ongeveer een voet lang, van uitstralen. Ofschoon van twijfelachtig

uiterlijk en meer gelijkend op een of ander kruipend ondier in een

nachtmerrie dan op een werkelijk bestaand wezen, is het toch niets

anders als de schuwe en onschuldige zeester. Zoo prikkelbaar schijnt

zij te zijn, dat zij, wanneer zij gevaar loopt gevangen te worden,

blijkbaar zonder eenige pijn brok na brok haar kronkelende pooten

opoffert. Men verzekert dat nog nooit iemand een zeester geheel

onbeschadigd met de hand heeft kunnen grijpen, maar er is toch een

soort hier die, ofschoon ze den naam "fragilissima" (uiterst breekbaar)

dien haar de wetenschap heeft gegeven, verdient, toch wel voorzichtig

kan worden opgenomen, zonder ook maar een lid te verliezen. Overigens

is het verlies van een poot voor een dier dat, niet grooter dan een

halve noot, er vijf bezit van 12 tot 14 duim lang en elk voorzien

van ontelbare voeten, niet van heel veel beteekenis.

Maar alle merkwaardige dieren die een koraalrif bewonen te beschrijven

zou mijn krachten verre te boven gaan, ik wil nog slechts eenige van

de meest opvallende vermelden.

Bekentenissen van een strandvonder: Het leven op mijn tropisch eiland · 第 30 / 97 题