Een van de meest zelfbewuste en tegelijk een van de kleinste vogels
van het eiland is de zonnevogel (Cinnyris frenata). Gedost in een rijk
olijfgroen, koninklijk blauw en schitterend geel, druk en levendig,
dringt hij zich altijd pralend op den voorgrond. Zich voedend met
honing en met de insekten die de honingdragende bloemen bezoeken,
ziet men hem altijd in een omgeving die met zijn eigen schittering
in overeenstemming is. Het grootste deel van zijn leven brengt hij
door tusschen bloesems, hij is als het ware een bestanddeel van hun
schoonheid en teerheid. Het goud van de gin-gee, het rood van de
Indische koraalstruik, de magnolia en van den enkelen en dubbelen
hibiscus wordt door zijn glanzende veeren weerkaatst, wanneer hij
tusschen de bloemen fladdert en dartelt en van den honing nipt,
dikwijls al zwevend op de wijze van den kolibri, op wien hij
ook overigens gelijkt door de manier waarop hij de staartveeren
uitspreidt. Als in September de koraalstruik een dom van rood
is, verzamelen de zonnevogels er bij dozijnen. De buitengewone
lengte van hun snavel stelt hen in staat bloemen te bereiken die
voor andere vogels ontoegankelijk zijn en zij schijnen trotsch te
zijn op dit voorrecht. De honing-zuigers bezoeken bloem na bloem,
eenigszins systematisch, maar de zonnevogel vliegt van tros tot tros
en proeft van een dozijn bloesems in den tijd waarin zijn luidruchtige
mededinger met het air van een kenner er één uitzuigt. De nektar van de
koraalstruik heeft voor den smaak der vogels dezelfde onweerstaanbare
aantrekkingskracht als schoone kleuren voor den mensch en zoodra de
boom met waarlijk tropische vurigheid in bloesems uitbreekt, wachten
zij met onverholen ongeduld het komend banket. Ook de zonnevogels zijn
dan op hun vroolijkst en terwijl zij, een half dozijn of meer bijeen,
met opgeheven kopjes rondom een bloem zitten wachten, zingen zij met
trillende keeltjes en snavels hun zacht en zwak gekweel, totdat zij
met een schreeuw weer opvliegen, om een paar minuten later in een
ander deel van den boom opnieuw te beginnen.