Aan de manucodia [25] wordt het vermogen toegeschreven in te kunnen
grijpen in de natuurwetten. Deze aardige vogel, met zijn zwartglanzende
veeren, komt in September en voegt dan bij de geluiden der wildernis
zijn eigen rijken toon, die veel gelijkt op het herhaalde roepen
van den naam dien de negers hem geven: "Calloo-calloo". Zijn komst
wordt steeds met vreugde begroet, want men gelooft algemeen dat hij
de Eupomatia--bron van een zeer gewaardeerd voedsel--noopt harder
te gaan groeien. Dit geloof vindt zijn oorsprong in het feit, dat
inderdaad kort nadat het eerste fluiten van den vogel wordt gehoord
deze boom begint te bloeien.
Wanneer de snaterende Kauw (Cocorax melanorhamphus) verschijnt richten
de negers hun blikken naar de heuvels, vast vertrouwend dat zij nu in
hoogte zullen toenemen. "Kijk, berg springen op, klein beetje." Wanneer
de koraalstruik bloeit is het alleen om de witte muskaatduif aan te
kondigen, wier eieren en jongen dan gemakkelijk te krijgen zijn.
Weer een andere seizoenkonder is de zeezwaluw. De legtijd dezer vogels
valt, opdat de jongen geen gebrek zullen lijden, samen met de komst
van enorme scholen jonge visch en de gedachten der negers keeren
zich dan heel licht tot de "Tan-goorah" (Bonito, Thynnus pelamys)
en andere geliefkoosde grootere visschen, die deze scholen plegen
op te jagen naar de oppervlakte, waar zij door de rondzwierende,
acrobatische zwaluwen worden opgepikt.
Als het geschreeuw van een cirkelende zeezwaluw aankondigt dat er
een school door een bonito wordt vervolgd, haasten zich de negers in
hun kano's naar het tooneel der verwoesting. De bonito's gaan zoo
geheel op in hun vervolging dat zij op niets anders letten en een
betrekkelijk gemakkelijke buit worden voor een bekwaam harpoenier. Op
hun beurt worden de bonito's weer door haaien aangevallen, zoodat
ook deze nu en dan worden gevangen. Met een haai aan den harpoen,
wild heen en weer gerukt met zijn zwakke schorskano, voelt een echte
neger zich eerst goed in zijn element. Hij kent niet de minste vrees
voor den haai en is alleen maar beducht voor het behoud van zijn
lijn en harpoen en net zoolang solt hij met het dier, tot het zich
uitgeput naar de kust laat slepen.
Maar ook de zeezwaluw heeft haar belager en de kleine vervolgde
vischjes zouden zeker grinniken van voldoening als zij konden zien
hoe de ranke fregatvogel (Fregala ariel) dikwijls de zwaluw weer
haar prooi ontrukt. In wijde, statige kringen zweeft deze tyran der
luchten boven de krijschende onergdenkende zeezwaluwen om, wanneer er
een een visch heeft gegrepen, als een pijl op haar neer te schieten
en den verschrikten vogel zoo lang te vervolgen tot hij zijn buit laat
vallen, waarop dan de fregatvogel hem wegsnapt eer hij het water heeft
bereikt. De volharding en onstuimigheid waarmede een zeezwaluw door
den fregatvogel wordt vervolgd en de vlugheid en zekerheid waarmede
de vallende visch wordt gegrepen is een ongeëvenaard schouwspel in
de natuur.