_Parijs, 16 October._
Den 8en dezer verliet ik _Tours_, na alvorens nog eens rond gewandeld
te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd,
doch de overige straten zijn op verre na zoo fraai niet als die,
waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met 'er nieuwe
aanteleggen, ter plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een
Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar
door aanmerkelijk verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook
eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en
vruchtbare landstreek [243]. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral
sedert de herroeping van het Edict van _Nantes_ aanmerkelijk in deze
stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar
op 21,000 begroot wordt, voorheen waren 'er bijna eens zoo veel.--Zie
daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!--Behalve
onderscheidene soorten van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik,
is de stof bij ons bekend onder den naam van _gros de Tours_, van
hier afkomstig. 'Er zijn ook eenige leêrlooijerijen.
Thans is _Tours_ de hoofdstad van het Departement _l'Indre et Loire_,
en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en
aangenaamste steden van _Frankrijk_.
De onder anderen door de verzen van Voltaire beruchte Agnes Sorel is in
dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog
heden te _Tours_ een straat naar die bijzit van Karel den VII. noemt,
en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men
die na de omwenteling schijnt uitgewischt te hebben. Zoo onregtvaardig
zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten
het huwelijk leeft, overlaadt men met smaad en verachting, terwijl
men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt
in het spinhuis, en de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde
wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld,
eene verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land
willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, en de
andere die hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt
en gezag.--Hier ligt het grijze hoofd van Oldenbarneveld aan de voeten
van den scherpregter, en daar doet Maurits in Vorstelijken tooi zijn
trots en heerschzucht gelden.
Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve op
Descartes) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeer
Rabelais, van wien ik reeds, over _Montpellier_ handelende, sprak; en
die te _Chinon_, een stadje niet ver van _Tours_, geboren werd. Men
verhaalt van Rabelais, dat hij den Kanselier Duprat, die onder de
regering van Lodewijk den XII. en Franciscus den I. geleefd heeft,
willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om
de groote Heeren te naderen, den portier in het _Latijn_ aansprak;
deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, en Rabelais sprak
_Grieksch_; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en
hij sprak _Hebreeuwsch_; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in
het _Syrisch_ hooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, en Rabelais
deed zijne boodschap in het _Fransch_, met bijvoeging van de reden,
waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen,
waar over de Minister dan ook hartelijk lagchte.
Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs
voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden
te _Parijs_, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef
mij niets overig, dan met een fourgon van de _Velocifères_ [244]
te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet
over _Orleans_ maar over _Chartres_ rijdt, besloot ik 'er echter nog
te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet
liet aanzien, dat ik veel in de omstreken van _Tours_ zou kunnen
wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook
wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen reizen, hoe weinig
verwachting ik 'er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had,
en in dat denkbeeld nog dagelijks bevestigd werd. Ik betaalde in
de _cabriolet_ van de _fourgon_ [245], die even zoo gemakkelijk
is als die van de _Velocifères_ zelve, van _Tours_ tot _Parijs_
voor iedere plaats £ 39-:-:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat
'er den vorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier
hersteld moest worden, anders had het 's morgens zeer vroegtijdig al
moeten vertrekken.
De landstreek een eindje buiten _Tours_, over de hoogte en door
het dorp _Monneye_, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en
dus het gezigt niet aangenaam.--Zij schijnt ook niet zeer bevolkt,
althans ik zag 'er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen
keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij
werd omtrent 1 1/2 voet uitgegraven, in deze groef een bedding van
keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De toegangen
van _Chateau Regnault_, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft
men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan
het riviertje _le Brenne_, 4 posten van _Tours_; inwendig ziet het
'er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een
oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is 'er nog een ander, dat in
veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.--De weg wordt slecht,
en de landstreek levert niets merkwaardigs op; ondertusschen begon
het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren te _Vendome_,
waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp;
nu het was 'er ook zeer donker, want lantaarns schijnen hier in geen
gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen,
wachtte men de _Velocifère_ die van _Parijs_ moest komen, nog met het
middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerst aan. Vele menschen
waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor twee _sols_ de
fles verkocht. _Vendome_ is 7 1/2 post van _Tours_. Daar wij 'er dien
zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik 'er genoegzaam
niets van, doch was 'er ook, naar ik vernam, niet veel bijzonders op te
merken. Het is de tweede stad in rang van het Departement _Loir_ [246]
_et Cher_, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat
ruim 6200 inwoners. Men maakt 'er veel handschoenen voor _Parijs_,
en eenige wollen stoffen; het omliggende landschap _Vendomois_
genaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die
'er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik van
de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd
beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, sliepen de
postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis
deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, het geen onze reis ook nog
vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9den dezer
te _Chateaudun_, 5 posten van _Vendome_, aankwamen; men verwisselde
daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht,
dat mij vermaak deed, om dat 'er dit stadje gnap uitziet. De markt,
waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als
eenige straten vrij regelmatig aangelegd; ook vernam ik, dat 'er 60 à
70 jaren geleden een groot gedeelte van _Chateaudun_ afgebrand zijnde,
hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar
is in koren, drijft dit stadje daar in veel handel. Het is op een
rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve,
heeft men een schoon gezigt op de omliggende vlakte, waar de _Loir_
slingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in
het Departement _l'Eure et Loir_.) Wat verder kwamen wij over een
fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier
schilderachtig, vooral wanneer de eerste stralen der zon zich over
hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich
vervolgens op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene
fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer
om 8 uren kwamen wij aan het steedje _Bonneval_, mede aan de _Loir_
aangenaam gelegen; doch het ziet 'er naar en bouwvallig uit. De weg,
die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte vlakte met
korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten
verscheidene dorpen, vervolgens na eenige uren voortgereden te zijn,
vertoonde zich van verre de Hoofdkerk van _Chartres_, met twee spitse
torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere
huizen en gebouwen van die stad, geen onaardig gezichtje op, zoo als
gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen 'er omtrent
11 uren voor den middag aan, want onze postillons hadden nog al vrij
wel gereden, (_Chartres_ is 6 posten van _Chateaudun_) en stapten af
aan het _Hotèl du grand Monarque_, over een van de stads poorten; hier
moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet 'er van buiten zeer
wel uit, doch het eten beantwoordde 'er niet aan. Naauwelijks had ik
den tijd, om even in de stad te gaan. Nu 'er is ook weinig bijzonders
te zien. Het koor van de _St. Andréas_ Kerk staat op een gewelf daar
het riviertje _l'Eure_ onder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen
als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet 'er ook
wel ouderwets uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren
oorsprong aan de _Druïden_, naar welke ook het naburig stadje _Dreux_
genoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het
Departement _l'Eure et Loir_, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij
drijven veel handel in graan; men maakt 'er ook eene soort van serges,
en de pasteijen van _Chartres_ zijn zeer beroemd; vooral te _Parijs_
wordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl,
waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling,
maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve dat Hotèl
staat hier digt bij nog een ander, dat 'er niet minder goed uitziet;
de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen kant, want de
groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.--Hendrik de
IV. werd hier in 1594 gekroond.
Om één uur reden wij verder door een landstreek, meestal met
korenakkers, en langs een' weg over hoogtens en laagtens, die hier en
daar nog al aangename gezigten opleveren, tot het steedje _Maintenon_,
2 1/4 post van _Chartres_, waar wij van paarden verwisselden. Dit
plaatsje is aangenaam gelegen, 'er is een aanzienlijk Kasteel,
voorheen het verblijf van de beruchte bijzit van Lodewijk den XIV.,
welke denzelfden naam voerde [247]. Die verkwistende Vorst liet hier
ook een _Aquaduc_ bouwen, om het water van het riviertje _l'Eure_
naar de vijvers en fonteinen van _Versailles_ te geleiden; men ziet
'er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het
Kasteel. In 1686 werd 'er een kampement van krijgsvolk bij _Maintenon_
gelegd, om aan deze _Aquaduc_ te helpen maken [248]. Dit Kasteel
is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam
beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten dit plaatsje, komt men
op den grooten straatweg over _Versailles_ naar _Parijs_, en nu wordt
men, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige
Hofplaats van _Frankrijk_ nadert. De breede weg is aan beide zijden
aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men
hier en daar fraaije buitenplaatsen. Eer wij te _Epernon_ kwamen, en
gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop
het rijtuig hing, bijna geheel gebroken waren; voorzigtig rijdende,
bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de
Conducteur, dat wij verpligt zouden zijn, om den nacht over te blijven,
terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog
denzelfden nacht te _Parijs_ te komen, zoo als het oogmerk was. Daar
ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want
nu had ik tijd, om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien,
zijnde het pas 4 1/2 uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene
behoorlijke nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename
landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken
van _Epernon_, het laatste steedje van het Departement _l'Eure et
Loir_ aan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen,
zijn allerliefst; het is 3 1/4 post van _Chartres_ gelegen, en nu
waren wij nog 7 1/2 post van _Parijs_. Inwendig ziet het 'er ook
nog al welvarende uit. Men was 'er drok bezig met wijn te persen,
in een groot gebouw, voor een soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar
men 'er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs
aankomende jongens, 'er zich ter deeg aan tegoed [249], en begonnen
regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man,
die de hoogte al begon te krijgen, tegen dezelve leunende, en anderen
die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan den _Antwerpschen_
schilder Jordaens, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd
hebben: hij had 'er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen.
Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje, _l'Ouille_
genaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen
daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid opleveren. Van andere
hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige
gezigten, waartoe het boschachtige van de landstreek, hier en daar,
niet weinig bijdraagt.
Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen
prijs van £ 2-10-: de persoon, en hier voor had ik 's avonds nog vuur
op mijn kamer gehad.
Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, en het aanbreken van een'
heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij van _Epernon_. De Conducteur,
een _Elzasser_, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet
heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang
uitblijven zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel
24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn
bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven [250], het geen
ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker
en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, veel te ligt en digt
zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer
de wegen niet allerbest zijn; de reizigers worden 'er dus maar aan
gewaagd. Dagelijks gebeuren 'er ongelukken met die _Velocifères_,
zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en
nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen te gebruiken
[251]. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand
door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, en wat
helpt het, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna
verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig
gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor
verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt te worden;
doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig,
en hier bij vindt de baatzucht haar rekening niet. Ik voor mij,
reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om
de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, juist omdat zij minder
gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden;
zelfs verkies ik ze, vooral in _Frankrijk_, boven een eigen rijtuig,
zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk
gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd geworden.
De weg van _Epernon_ naar _Rambouillet_ is allerverrukkelijkst; hij
loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig
landschap. Eer men aan het laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men
aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande
elzen; onder de sombere schaduw was een waterplas; hier en daar
hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de
natuur niet ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig
door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen
van Waterlo. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel
van _Rambouillet_, den grooten vijver en schoone bosschen van
hetzelve. Men komt voorbij verscheidene goede en aangenaam gelegen
buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is,
en hier bevonden wij, dat 'er wederom wat aan het rijtuig moest
hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik
hield mij dan niet lang op, om te ontbijten, maar ging met een stuk
in de hand wandelen.--ô! welk een verrukkelijk oord! [252] Omtrent
achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs
de boorden van een' grooten vijver. Van daar heeft men een schoon
gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken
rots, die boven het water uitsteken, hoewel zeer natuurlijk, zijn
daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een' anderen kant zag ik
de overblijfsels, naar het scheen, van het een of ander gedenkteeken,
denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het
Posthuis is een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet
'er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai
aanzien heeft, openstond, ging ik 'er in, en vond den muur of het
behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen van
Brutus, Porsenna, Mucius Scevola en eenige anderen--men ziet anders
het borstbeeld van Keizer Napoléon, op vele diergelijke plaatsen. Van
Brutus sprekende, teweten van Lucius Junius Brutus, en niet van het
hoofd eener zamenzwering onder de _Romeinen_, die den dolk durfde
stooten in de borst van Cæsar, herinner ik mij de schoone versen,
waarin Voltaire ook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de
eerste regels [253]. En diergelijke stukken werden lang voor de
omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag 'er dit Raadhuis
ook vrij wel uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping
van hout aangekondigd, _in de Bosschen van den Keizer_, zoo als ik
ook op de verkoopingscelen las;--eenige lieden merkten aan, dat die
bosschen nog niet lang geleden _Nationale Bosschen_ genaamd werden,
en schenen over die verandering niet zeer gesticht.--Denkelijk waren
het Jakobijnen of zulk soort van volk, want wie zou anders aan een
held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft
gegeven, eenige bosschen willen onthouden.
Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een
aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen aan den
Hertog De Penthièvre, die Heer was van _Rambouillet_; het is een
ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige
andere fraaije gebouwen.
Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten
weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die dezelve
beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij
lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, en aan de linker niet
dan schoone bosschen [254]. Het hout staat hier zoo tierig, dat het
een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele
reis, naar mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit,
en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben,
en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor
's zomers niet boven de veelal bedompte straten van _Parijs_ verkiezen.
Na omtrent 1 1/2 uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben,
werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat gelapt;
ik stapte 'er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend
zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg is op veel plaatsen met
appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone
toegangen van _Versailles_, welke plaats met de omstreken van dien, ik
reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in 't vervolg misschien
het een en ander zal mededelen; gelijk ook over _Parijs_ en verdere
omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een
verblijf van ruim twee jaren in deze stad, zullen mij daar nog al
eenige stof toe kunnen opleveren.
Bij het inkomen van _Versailles_ doorsnuffelden de Commisen aan
de _barrière_ het rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te
openen. Deze stad is 3 3/4 post van _Rambouillet_, en 2 1/4 post
van _Parijs_.
Tot bij _Sevres_, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik
nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren,
en het genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar
naar _Parijs_ te wandelen, stellig voornemende, om zoo lang de
_Velocifères_ [255] niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te
reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van
3 maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis
gedaan, die 'er in _Frankrijk_ te doen is [256], en zoo ik meen op de
geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen
(_routes de postes_) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de
weg kunnen zien die ik gereden heb, behalve in de _Cevennes_ en een
gedeelte van de _Pyreneën_ [257].
Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele
en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest
maakt.--Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamden Carolus Magnus,
krijgt _Frankrijk_ dan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan
min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. De _Parijsenaars_
die, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden,
zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich over deze
verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te
voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel van reeds omtrent 2
1/2 jaar geleden daar van hier te hebben hooren spreken, en eenige
uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks
ook wel herinneren.
Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer
ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland moet
dien hoog noodig hebben.--Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog
is. Vaarwel!