VIJF EN TWINTIGSTE BRIEF.

_Parijs, 16 October._

Den 8en dezer verliet ik _Tours_, na alvorens nog eens rond gewandeld

te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd,

doch de overige straten zijn op verre na zoo fraai niet als die,

waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met 'er nieuwe

aanteleggen, ter plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een

Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar

door aanmerkelijk verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook

eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en

vruchtbare landstreek [243]. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral

sedert de herroeping van het Edict van _Nantes_ aanmerkelijk in deze

stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar

op 21,000 begroot wordt, voorheen waren 'er bijna eens zoo veel.--Zie

daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!--Behalve

onderscheidene soorten van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik,

is de stof bij ons bekend onder den naam van _gros de Tours_, van

hier afkomstig. 'Er zijn ook eenige leêrlooijerijen.

Thans is _Tours_ de hoofdstad van het Departement _l'Indre et Loire_,

en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en

aangenaamste steden van _Frankrijk_.

De onder anderen door de verzen van Voltaire beruchte Agnes Sorel is in

dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog

heden te _Tours_ een straat naar die bijzit van Karel den VII. noemt,

en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men

die na de omwenteling schijnt uitgewischt te hebben. Zoo onregtvaardig

zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten

het huwelijk leeft, overlaadt men met smaad en verachting, terwijl

men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt

in het spinhuis, en de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde

wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld,

eene verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land

willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, en de

andere die hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt

en gezag.--Hier ligt het grijze hoofd van Oldenbarneveld aan de voeten

van den scherpregter, en daar doet Maurits in Vorstelijken tooi zijn

trots en heerschzucht gelden.

Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve op

Descartes) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeer

Rabelais, van wien ik reeds, over _Montpellier_ handelende, sprak; en

die te _Chinon_, een stadje niet ver van _Tours_, geboren werd. Men

verhaalt van Rabelais, dat hij den Kanselier Duprat, die onder de

regering van Lodewijk den XII. en Franciscus den I. geleefd heeft,

willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om

de groote Heeren te naderen, den portier in het _Latijn_ aansprak;

deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, en Rabelais sprak

_Grieksch_; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en

hij sprak _Hebreeuwsch_; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in

het _Syrisch_ hooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, en Rabelais

deed zijne boodschap in het _Fransch_, met bijvoeging van de reden,

waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen,

waar over de Minister dan ook hartelijk lagchte.

Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs

voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden

te _Parijs_, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef

mij niets overig, dan met een fourgon van de _Velocifères_ [244]

te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet

over _Orleans_ maar over _Chartres_ rijdt, besloot ik 'er echter nog

te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet

liet aanzien, dat ik veel in de omstreken van _Tours_ zou kunnen

wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook

wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen reizen, hoe weinig

verwachting ik 'er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had,

en in dat denkbeeld nog dagelijks bevestigd werd. Ik betaalde in

de _cabriolet_ van de _fourgon_ [245], die even zoo gemakkelijk

is als die van de _Velocifères_ zelve, van _Tours_ tot _Parijs_

voor iedere plaats £ 39-:-:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat

'er den vorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier

hersteld moest worden, anders had het 's morgens zeer vroegtijdig al

moeten vertrekken.

De landstreek een eindje buiten _Tours_, over de hoogte en door

het dorp _Monneye_, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en

dus het gezigt niet aangenaam.--Zij schijnt ook niet zeer bevolkt,

althans ik zag 'er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen

keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij

werd omtrent 1 1/2 voet uitgegraven, in deze groef een bedding van

keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De toegangen

van _Chateau Regnault_, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft

men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan

het riviertje _le Brenne_, 4 posten van _Tours_; inwendig ziet het

'er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een

oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is 'er nog een ander, dat in

veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.--De weg wordt slecht,

en de landstreek levert niets merkwaardigs op; ondertusschen begon

het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren te _Vendome_,

waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp;

nu het was 'er ook zeer donker, want lantaarns schijnen hier in geen

gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen,

wachtte men de _Velocifère_ die van _Parijs_ moest komen, nog met het

middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerst aan. Vele menschen

waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor twee _sols_ de

fles verkocht. _Vendome_ is 7 1/2 post van _Tours_. Daar wij 'er dien

zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik 'er genoegzaam

niets van, doch was 'er ook, naar ik vernam, niet veel bijzonders op te

merken. Het is de tweede stad in rang van het Departement _Loir_ [246]

_et Cher_, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat

ruim 6200 inwoners. Men maakt 'er veel handschoenen voor _Parijs_,

en eenige wollen stoffen; het omliggende landschap _Vendomois_

genaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die

'er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik van

de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd

beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, sliepen de

postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis

deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, het geen onze reis ook nog

vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9den dezer

te _Chateaudun_, 5 posten van _Vendome_, aankwamen; men verwisselde

daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht,

dat mij vermaak deed, om dat 'er dit stadje gnap uitziet. De markt,

waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als

eenige straten vrij regelmatig aangelegd; ook vernam ik, dat 'er 60 à

70 jaren geleden een groot gedeelte van _Chateaudun_ afgebrand zijnde,

hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar

is in koren, drijft dit stadje daar in veel handel. Het is op een

rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve,

heeft men een schoon gezigt op de omliggende vlakte, waar de _Loir_

slingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in

het Departement _l'Eure et Loir_.) Wat verder kwamen wij over een

fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier

schilderachtig, vooral wanneer de eerste stralen der zon zich over

hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich

vervolgens op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene

fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer

om 8 uren kwamen wij aan het steedje _Bonneval_, mede aan de _Loir_

aangenaam gelegen; doch het ziet 'er naar en bouwvallig uit. De weg,

die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte vlakte met

korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten

verscheidene dorpen, vervolgens na eenige uren voortgereden te zijn,

vertoonde zich van verre de Hoofdkerk van _Chartres_, met twee spitse

torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere

huizen en gebouwen van die stad, geen onaardig gezichtje op, zoo als

gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen 'er omtrent

11 uren voor den middag aan, want onze postillons hadden nog al vrij

wel gereden, (_Chartres_ is 6 posten van _Chateaudun_) en stapten af

aan het _Hotèl du grand Monarque_, over een van de stads poorten; hier

moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet 'er van buiten zeer

wel uit, doch het eten beantwoordde 'er niet aan. Naauwelijks had ik

den tijd, om even in de stad te gaan. Nu 'er is ook weinig bijzonders

te zien. Het koor van de _St. Andréas_ Kerk staat op een gewelf daar

het riviertje _l'Eure_ onder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen

als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet 'er ook

wel ouderwets uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren

oorsprong aan de _Druïden_, naar welke ook het naburig stadje _Dreux_

genoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het

Departement _l'Eure et Loir_, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij

drijven veel handel in graan; men maakt 'er ook eene soort van serges,

en de pasteijen van _Chartres_ zijn zeer beroemd; vooral te _Parijs_

wordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl,

waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling,

maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve dat Hotèl

staat hier digt bij nog een ander, dat 'er niet minder goed uitziet;

de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen kant, want de

groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.--Hendrik de

IV. werd hier in 1594 gekroond.

Om één uur reden wij verder door een landstreek, meestal met

korenakkers, en langs een' weg over hoogtens en laagtens, die hier en

daar nog al aangename gezigten opleveren, tot het steedje _Maintenon_,

2 1/4 post van _Chartres_, waar wij van paarden verwisselden. Dit

plaatsje is aangenaam gelegen, 'er is een aanzienlijk Kasteel,

voorheen het verblijf van de beruchte bijzit van Lodewijk den XIV.,

welke denzelfden naam voerde [247]. Die verkwistende Vorst liet hier

ook een _Aquaduc_ bouwen, om het water van het riviertje _l'Eure_

naar de vijvers en fonteinen van _Versailles_ te geleiden; men ziet

'er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het

Kasteel. In 1686 werd 'er een kampement van krijgsvolk bij _Maintenon_

gelegd, om aan deze _Aquaduc_ te helpen maken [248]. Dit Kasteel

is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam

beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten dit plaatsje, komt men

op den grooten straatweg over _Versailles_ naar _Parijs_, en nu wordt

men, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige

Hofplaats van _Frankrijk_ nadert. De breede weg is aan beide zijden

aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men

hier en daar fraaije buitenplaatsen. Eer wij te _Epernon_ kwamen, en

gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop

het rijtuig hing, bijna geheel gebroken waren; voorzigtig rijdende,

bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de

Conducteur, dat wij verpligt zouden zijn, om den nacht over te blijven,

terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog

denzelfden nacht te _Parijs_ te komen, zoo als het oogmerk was. Daar

ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want

nu had ik tijd, om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien,

zijnde het pas 4 1/2 uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene

behoorlijke nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename

landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken

van _Epernon_, het laatste steedje van het Departement _l'Eure et

Loir_ aan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen,

zijn allerliefst; het is 3 1/4 post van _Chartres_ gelegen, en nu

waren wij nog 7 1/2 post van _Parijs_. Inwendig ziet het 'er ook

nog al welvarende uit. Men was 'er drok bezig met wijn te persen,

in een groot gebouw, voor een soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar

men 'er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs

aankomende jongens, 'er zich ter deeg aan tegoed [249], en begonnen

regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man,

die de hoogte al begon te krijgen, tegen dezelve leunende, en anderen

die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan den _Antwerpschen_

schilder Jordaens, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd

hebben: hij had 'er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen.

Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje, _l'Ouille_

genaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen

daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid opleveren. Van andere

hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige

gezigten, waartoe het boschachtige van de landstreek, hier en daar,

niet weinig bijdraagt.

Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen

prijs van £ 2-10-: de persoon, en hier voor had ik 's avonds nog vuur

op mijn kamer gehad.

Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, en het aanbreken van een'

heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij van _Epernon_. De Conducteur,

een _Elzasser_, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet

heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang

uitblijven zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel

24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn

bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven [250], het geen

ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker

en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, veel te ligt en digt

zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer

de wegen niet allerbest zijn; de reizigers worden 'er dus maar aan

gewaagd. Dagelijks gebeuren 'er ongelukken met die _Velocifères_,

zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en

nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen te gebruiken

[251]. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand

door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, en wat

helpt het, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna

verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig

gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor

verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt te worden;

doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig,

en hier bij vindt de baatzucht haar rekening niet. Ik voor mij,

reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om

de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, juist omdat zij minder

gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden;

zelfs verkies ik ze, vooral in _Frankrijk_, boven een eigen rijtuig,

zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk

gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd geworden.

De weg van _Epernon_ naar _Rambouillet_ is allerverrukkelijkst; hij

loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig

landschap. Eer men aan het laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men

aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande

elzen; onder de sombere schaduw was een waterplas; hier en daar

hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de

natuur niet ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig

door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen

van Waterlo. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel

van _Rambouillet_, den grooten vijver en schoone bosschen van

hetzelve. Men komt voorbij verscheidene goede en aangenaam gelegen

buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is,

en hier bevonden wij, dat 'er wederom wat aan het rijtuig moest

hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik

hield mij dan niet lang op, om te ontbijten, maar ging met een stuk

in de hand wandelen.--ô! welk een verrukkelijk oord! [252] Omtrent

achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs

de boorden van een' grooten vijver. Van daar heeft men een schoon

gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken

rots, die boven het water uitsteken, hoewel zeer natuurlijk, zijn

daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een' anderen kant zag ik

de overblijfsels, naar het scheen, van het een of ander gedenkteeken,

denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het

Posthuis is een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet

'er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai

aanzien heeft, openstond, ging ik 'er in, en vond den muur of het

behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen van

Brutus, Porsenna, Mucius Scevola en eenige anderen--men ziet anders

het borstbeeld van Keizer Napoléon, op vele diergelijke plaatsen. Van

Brutus sprekende, teweten van Lucius Junius Brutus, en niet van het

hoofd eener zamenzwering onder de _Romeinen_, die den dolk durfde

stooten in de borst van Cæsar, herinner ik mij de schoone versen,

waarin Voltaire ook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de

eerste regels [253]. En diergelijke stukken werden lang voor de

omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag 'er dit Raadhuis

ook vrij wel uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping

van hout aangekondigd, _in de Bosschen van den Keizer_, zoo als ik

ook op de verkoopingscelen las;--eenige lieden merkten aan, dat die

bosschen nog niet lang geleden _Nationale Bosschen_ genaamd werden,

en schenen over die verandering niet zeer gesticht.--Denkelijk waren

het Jakobijnen of zulk soort van volk, want wie zou anders aan een

held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft

gegeven, eenige bosschen willen onthouden.

Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een

aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen aan den

Hertog De Penthièvre, die Heer was van _Rambouillet_; het is een

ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige

andere fraaije gebouwen.

Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten

weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die dezelve

beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij

lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, en aan de linker niet

dan schoone bosschen [254]. Het hout staat hier zoo tierig, dat het

een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele

reis, naar mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit,

en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben,

en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor

's zomers niet boven de veelal bedompte straten van _Parijs_ verkiezen.

Na omtrent 1 1/2 uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben,

werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat gelapt;

ik stapte 'er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend

zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg is op veel plaatsen met

appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone

toegangen van _Versailles_, welke plaats met de omstreken van dien, ik

reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in 't vervolg misschien

het een en ander zal mededelen; gelijk ook over _Parijs_ en verdere

omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een

verblijf van ruim twee jaren in deze stad, zullen mij daar nog al

eenige stof toe kunnen opleveren.

Bij het inkomen van _Versailles_ doorsnuffelden de Commisen aan

de _barrière_ het rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te

openen. Deze stad is 3 3/4 post van _Rambouillet_, en 2 1/4 post

van _Parijs_.

Tot bij _Sevres_, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik

nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren,

en het genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar

naar _Parijs_ te wandelen, stellig voornemende, om zoo lang de

_Velocifères_ [255] niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te

reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van

3 maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis

gedaan, die 'er in _Frankrijk_ te doen is [256], en zoo ik meen op de

geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen

(_routes de postes_) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de

weg kunnen zien die ik gereden heb, behalve in de _Cevennes_ en een

gedeelte van de _Pyreneën_ [257].

Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele

en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest

maakt.--Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamden Carolus Magnus,

krijgt _Frankrijk_ dan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan

min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. De _Parijsenaars_

die, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden,

zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich over deze

verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te

voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel van reeds omtrent 2

1/2 jaar geleden daar van hier te hebben hooren spreken, en eenige

uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks

ook wel herinneren.

Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer

ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland moet

dien hoog noodig hebben.--Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog

is. Vaarwel!

Reize door Frankrijk In gemeenzame brieven, door Adriaan van der Willigen aan den uitgever · 第 30 / 56 题