Die reizen wil, moet zich aan geene vaste gewoontens binden, op dat hij
'er van moetende afgaan, daar door niet lijde. Hij moet zich niet aan
het gemak gewennen, om het ongemak minder te gevoelen. Vooral moet hij
zich door zijn' smaak in het gebruik van spijzen niet laten regeren,
om aanhoudend met smaak te kunnen eten, en denken, dat een geregt,
hoewel vreemd en ongewoon, echter goed en gezond kan zijn, en dit
laatste is wel het voornaamste. Matigheid is altijd, doch vooral op
reis aanteprijzen, omdat ongesteldheid op dezelve vooral lastig is.
Als men niet duur betalen wil, moet men, al is men zelfs rijk, den
grooten Heer niet spelen.
Men moet van niets gebruik maken, zonder vooraf omtrent den prijs een
beding te hebben gemaakt, en laten het niet op de bescheidenheid van
een voerman, schipper, waard of waardin aankomen, om niet onbescheiden
behandeld te worden. Ik betaalde in _Frankrijk_ in mijn herberg zelden
iets anders dan een kamer, het middag- en somwijlen het avondmaal,
waarvan ik den prijs te voren wist; mijn ontbijt, en dat ik verder
tusschen beide wilde gebruiken, nam ik in een Koffijhuis, zoo dat ik
altijd mijn eigen rekening kon maken.
Lieden, die men ontmoet, en niet genoegzaam kent, moet men niet
ligt zijn vertrouwen schenken, of zeggen wie men is, wat men doet,
waar men van daan komt, waar men naar toegaat, enz. om niet bedrogen
te worden. De _Franschen_ vooral zijn doorgaans zeer vriendelijk en
voorkomende, doch de goede trouw hapert 'er dikwijls aan, bijzonder
te _Parijs_; zoogenaamde pligtplegingen met bloote pligtplegingen te
beantwoorden, zonder verder te gaan, tot dat men de menschen door
en door kent, (en dat gaat met vele _Franschen_ niet gemakkelijk)
is dan wel het voorzigtigste.
Die in _Frankrijk_ reizen wil, moet vooral maken, dat hij ter deeg
met de taal te regt kan. In _Duitschland_, _Holland_ en elders,
spreekt men, vooral in de steden, nog andere talen dan de landtaal;
maar in _Frankrijk_, behalve in het _Duitsch_ en _Vlaamsch_ gedeelte,
verstaat men doorgaans niet anders dan _Fransch_ of hier en daar
_Patois_, waar aan de vreemdeling althans niets heeft.
De afstanden der plaatsen worden gewoonlijk bij posten en bij gemeene
_Fransche_ mijlen van 25 in een graad gerekend; een post is ten
naastenbij twee mijlen, en een mijl nagenoeg drie kwartier gaans;
het volks gebruik moet men echter hier omtrent ook in acht nemen,
en zich niet verbeelden, dat indien men in _Provence_, _Languedoc_,
enz. naar de weg vraagt, en men van mijlen (_lieues_) spreekt, men daar
door afstanden van 3/4 uurs verstaat, het zijn daar wel groote uren;
men onderscheid daarom in _Frankrijk_ de mijlen in _lieues de poste_
en _lieues du païs_ [258].
De postwagens, die ik in _Frankrijk_ heb aangetroffen, hingen allen op
riemen, en zijn vrij gemakkelijk; in het binnenste gedeelte (als een
koets) is plaats voor 6 menschen, 3 voor uit en 3 achter uit rijdende;
in de _cabriolet_ of voorste gedeelte (als een kap-chais) plaatsen zich
2 personen, benevens den Conducteur, en boven op het gehemelte van
de koets, (_l'imperiale_ genaamd) daar een vierkante mand op staat,
kunnen nog eenige menschen liggen; in deze mand wordt ook _bagage_
geladen, zoo wel als in de groote mand achter op. De plaatsen, binnen
in zijn het duurste, die van de _cabriolet_ (die echter in den zomer
en om het gezigt en om de luchtigheid verkieslijk zijn) wat minder,
en op de _Imperiale_ het goedkoopste. De vracht binnen in komt ten
naasten bij tegen 30 _Fransche_ stuivers per post uit, somtijds iets
meêr. De wegen zijn over het algemeen vrij goed in _Frankrijk_.
De geldspecie in _Frankrijk_ bestaat, de oude munt in dubbelde _Louis
d'Ors_ van 48, en enkelde van 24 _Livres_, stukken van 6 _Livres_,
(_écus de 6 Francs_) en van 3 _Livres_, _petits écus_ genaamd,
voorts zilveren stukjes van 24, 12 en 6 stuivers, (een _Livre_ doet 20
_Fransche_ stuivers) de oude koperen munten zijn 1 1/2, 1, 1/2 en 1/4
stuiver; de halve stuiverstukjes noemt men _pièces de deux liards_,
en de vierde deelen _un liard_; de nieuwe munten met den stempel van
de Republiek, van den I. Consul Bonaparte, of van den Keizer Napoléon,
zijn gouden stukken van 40 en van 20 _francs_, zilveren van 5, 2, 1,
1/2 en 1/4 _franc_, als ook van 6 _Livres_, 30 en 15, en in 't koper
van 2 en 1 stuiver, ten tijde van Lodewijk den XVI., constitutioneele
Koning zijnde, geslagen. Van koper heeft men stukken van 10, 5, en 1
_centime_; een _franc_ doet 100 _centimes_, en 5 _centimes_ worden voor
een stuiver gerekend. De _francs_ hebben 1 1/4 ten honderd meêr waarde
dan de _livres_, te weten voor 100 _francs_ krijgt men 101 _livres_
en 5 stuivers, en dus voor iedere _franc_ 20 stuivers, en een oordje
(_liard_); ook zijn 'er te _Parijs_ bankbriefjes van 500, 1000, 2000
en meêr _francs_ in omloop. De 's Lands kassen betalen en ontvangen
niet anders dan volgens de berekening van _francs_, anders telt men
nog meest bij _livres_. Men moet in _Frankrijk_, aangaande het geld
zeer omzigtig zijn, omdat 'er veel valsch of besnoeid onderloopt; de
dubbelde en enkelde _Louis d'Ors_ moet men niet anders dan toegewogen
ontfangen; en bij lieden die men niet kent, ze zelf en met zijn eigen
goudschaaltje wegen. De stukken van 6 _Livres_ zijn ook dikwijls
te ligt, en die van 3 _Livres_ 24, 12 en 6, veel afgesleten zijnde,
moet men niet ontfangen als 'er de stempels niet zigtbaar op zijn.
Als men in de voorname steden van _Frankrijk_, bijzonder te _Parijs_,
wat koopen wil, moet men niet verlegen zijn, om de helft, en somtijds
twee derde van het geen gevraagd wordt, aftedingen; vooral wanneer
iemand de taal niet volkomen magtig zijnde, men ligtelijk aan hem
kan bespeuren, dat hij een vreemdeling is; zij zullen u op hun eer
en geweten verzekeren, dat het hun meêr kost, enz. doch eindelijk
zult gij het voor het geen gij geboden hebt toch krijgen. Ik vind
dit al heel verachtelijk, ondertusschen is men 'er bij ons ook niet
geheel vrij van. Terwijl de nieuwe maten en gewichten nog niet zeer
algemeen worden gebruikt, zal ik daar van niet spreken.
Behalve eene naauwkeurige landkaart, raad ik ook ieder reiziger, om
alvorens hij op reis gaat zich van een goede _Itineraire_ te voorzien,
en zoo die niet te bekomen is, 'er zelfs een zamen te stellen, door het
maken van uittreksels uit de beste schrijvers. Een opmerkzaam reiziger
moet ook altijd papier en potlood bij zich hebben, om kortelijk,
al wat hem maar eenigzins merkwaardig voorkomt, op te teekenen;
's avonds ziet hij dat na, en schrijft het, zoo hij tijd heeft, over.
Veel geld mede te nemen is lastig; men staat aan toevallen bloot,
waardoor men het kwijt, en alzoo in de uiterste verlegenheid kan raken,
't is daarom veel verkieslijker, dat men zich van kredietbrieven
op goede huizen van Koophandel of diergelijken, in de onderscheiden
plaatsen, daar men zich eenigen tijd denkt op te houden, voorziet.
Vooral in de Provincien [259] treft men onder de _Franschen_ ook zeer
hupsche en gedienstige menschen aan, en die 'er zich een genoegen
van maken, om een vreemdeling te regt te helpen en van dienst te zijn.
De herbergen in _Frankrijk_, als men 'er wat aan gewoon is, zijn in het
algemeen vrij goed. De luchtgesteldheid is 'er over het geheel genomen
gezond, en de Politie in het verhinderen van grove ongeregeldheden
zeer naauwkeurig; men hoort 'er dan slechts zeldzaam van onveiligheid
der wegen, en deze drie opgenoemde artikels zijn voor een reiziger
ook al van zeer belang.
Hoewel de wijn een voornaam voortbrengsel van dit land is, zal dezelve
den meesten onzer landslieden in hetzelve reizende, niet zeer bevallen,
doch daar het de voorname, en op vele plaatsen genoegzaam de eenigste
drank is behalve het water, mengt men ze daar gewoonlijk mede.
De roos was van ouds het zinnebeeld der schoonheid, jonge reizigers
zullen echter weldoen, van zich, in _Frankrijk_ bijzonder, gedurig
te herinneren, dat 'er de rozen met scherpe doornen verzeld zijn.
Om zich met lieden, die men niet zeer van nabij kent, in staatkundige
gesprekken in te laten, is in dit land ook zeer onvoorzigtig,
daar de Politie, zoo als ik reeds gezegd heb, zeer naauwkeurig is,
heeft zij natuurlijkerwijze ook zeer veel verspieders, en deze
bevinden zich schier op alle plaatsen en in alle gezelschappen, in
bedelaars gewaad, in een livereirok, zoo wel als in een geborduurd
of gegalonneerd kleed. Mannen en Vrouwen, Heeren en Dames, kortom,
menschen uit alle standen laten zich daar toe gebruiken.--Een ieder
wachte zich dan voor schade.
BLADWIJZER DER VOORNAAMSTE PLAATSEN en ZAKEN.