DERDE BRIEF.

_Lyon_, 28 _Julij._

Wij vertrokken, den 22. dezer, 's morgens om vijf uren van _Dyon_, met

twee rijtuigen, op twee wielen; ieder met een paard bespannen, zoo als

de koetskarren in _Bataafsch Braband_; men noemt die hier _Carioles_;

in elk zouden drie personen, en de voerman, bekrompen kunnen zitten;

doch dan moet men ook geen bagage hebben. Wij betaalden voor deze

twee rijtuigen £50-:-: alle onkosten voor rekening van den voerman

tot _Chalons sur Saone_. _Dyon_ en _Chalons_ zijn langs den gewonen

weg, 8 3/4 posten van elkanderen. Na omtrent anderhalf uur gereden

te hebben, kwamen wij aan dat vermaarde _Clos de Vougeot_ waaraan een

lekkerbek nooit zonder watertanden denken kan. De wijn die hier groeit,

en die onder den naam van _Clos de Vougeot_ bekend is, wordt voor de

fijnste gehouden, die in _Bourgondie_ wast. Zijn naam wordt ontleend

van _clos_, een besloten plaats, (want de wijngaard is met een muur

omringd), en _Vougeot_, de naam van het dorpje, daar dezelve onder

gelegen is. In deze besloten plaats staat ook een fraai gebouw, dat

men _le pressoir_ noemt. De druiven worden hierin getreden, geperst

enz. Deze wijngaard, benevens het dorpje en meêr andere plaatsen hier

omstreeks, behoorde voor de omwenteling aan de beruchte _Bernardijner_

Abdij van _Citeaux_; de rijkdom en bezittingen in landgoederen van

deze zich noemende godvruchtige kluizenaars (_pieux solitaires_),

was grooter dan die van sommige aanzienlijke Vorstendommen. Zij

teelden doorgaans meêr wijn in één herfst, dan 'er in menige stad

in _Frankrijk_ in een gansch jaar gebruikt wordt. Behalve den wijn,

leverde deze Abdij nog andere aanzienelijke voortbrengsels op,

als Kardinalen, Pausen, [18] Heiligen en wat al niet meêr.... De

Abt van _Citeaux_ had het gewone regtsgebied over de vier eerste

Abdijen van zijne Orde; hij was de opperste (_Superieur General_)

van al de Abdijen en Kloosters, tot die orde behoorende; als mede van

eenige Militaire Orden in _Spanje_ en _Portugal_. In de Vergadering

der Staten van _Bourgondiën_, volgde hij in rang op de Bisschoppen;

hij was ook eerste Raadsheer in het Parlement van _Bourgondiën_;

kortöm, hij was al een heele groote sinjeur. Deze geestelijke

Vader liet zich dan op zijne grootheid al vrij wat voorstaan, en

hield geen geringen stoet. Men oordeele over de verkwisting van de

Monniken van _Citeaux_, en de zorg, om hunne kelders wel te voorzien;

(want dit was het voornaamste, met geleerdheid braken zij hun hoofd

zeer weinig); hun voornemen was, om van het pershuis in de _Clos de

Vougeot_ af, tot in hunne kelders toe, looden buizen onder den grond

doorloopende te leggen, om door deze kanalen den wijn in die ruime

gewelven te doen stroomen; en dit pershuis is bijna twee uren van

de Abdij af gelegen. Thans is dat voorheen zoo aanzienelijk gebouw,

gedeeltelijk gesloopt, het lag midden in een schoon bosch, dat wij van

verre zagen. Dat _Clos de Vougeot_, dat 360 _arpens_ [19] groot is,

behoort thans aan de Bankiers Tourton en Ravel te _Parijs_. Die wijn

word zelfs hier op de plaats voor £6-:-: de fles verkogt. Eer wij

van deze Abdij afstappen, nog een woordje over deszelfs patroon,

de Heilige Bernardus; hij werd te _Fontaine-lez-Dyon_, een half

uurtje van _Dyon_, in het laatst van de elfde eeuw geboren, was slim,

ondernemend en welsprekend; en had daar door zelfs ook aan het hof,

veel invloed; hij was een voorname aanstoker van de kruisvaarten, en

de stichter van 1800 mans- en 1400 vrouwen-kloosters. Zeker _Fransch_

schrijver zegt van hem: "_Dix hommes comme_ St. Bernard, _auroient

depeuplé le monde_." [20]

Omstreeks half acht kwamen wij te _Nuys_ of _Nuits_, en stapten

daar af, om te ontbijten; het was zoo koud, dat men vuur voor

ons aanmaakte. De wijn, die hier tegen den berg groeit, aan wiens

voet het stadje ligt, is ook zeer beroemd, en heeft zijne eerste

vermaardheid te danken aan eene ziekte, van Lodewijk den XIV. in

1680. De Geneesheeren moesten den geschiktsten wijn kiezen, om de

krachten van den zieken te herstellen, en vonden daartoe den ouden

wijn van _Nuits_ het beste. Sedert dien tijd, is die wijn, die te

voren in het land zelve werd gebruikt, sterk gezocht, overäl na toe

verzonden geworden; en daar door, natuurlijker wijze, aanmerkelijk

in prijs gestegen. Het bovenste gedeelte van den berg, waar tegen

hij groeit, is anders schraal en onvruchtbaar.

Hoewel het nog vroeg was, konden wij niet nalaten, om van dezen

lekkeren wijn te proeven, te meêr, daar men ons verzekerd had, dat

wij ze in de Herberg, waar wij afgetreden waren, echt konden krijgen;

'er moest dan een fles van zijn bij ons ontbijt, dat bestond in koud

vleesch en brood; wij vonden ze zeer goed; maar moesten 'er ook £3-:-:

voor betalen. Het spijt mij, dat ik den naam van de Herberg vergeten

heb; want zoo gij, of iemand van onze kennissen, in dit land mogt

komen, zou ik ulieden raden, om 'er aanteleggen; niet alleen om

goeden wijn te drinken, maar omdat de vrouw, eene bejaarde matrone,

zeer vriendelijk en geschikt is. Het is een groot huis, bij het inkomen

van het plaatsje, en men kan aan den boêl zien, dat het lieden zijn,

die 'er wel inzitten. Wij wandelden het stadje door, doch zagen 'er

niets bijzonders. Men had ons verteld, dat de vrouwen hier zeer weinig

boezem hebben, en voor zoo ver ik 'er in 't voorbijgaan over oordeelen

kon, is deze aanmerking niet geheel ongegrond. Hier van daan ook het

versje, dat ik uit den mond van een _Bourgondiër_ heb opgeschreven:

_Nuits, ville sans renom,_

_Rivière sans poisson,_

_Montagnes sans buissons,_

_Justice sans raison,_

_Filles sans tetons,_

_Mais le vin est bon._

Het riviertje _Musain_ stroomt voorbij de stad; dit riviertje

neemt zijn' oorsprong niet ver van hier aan den voet van den berg

van _Vergi_; voorheen stond 'er op dezen berg een Kasteel van dien

naam. Het bekende en verschrikkelijke Treurspel, _Gabrielle de Vergi_

[21], dat in het _Hollandsch_ is overgezet, is van daar afkomstig.

Het was goed weder, wij wandelden vooruit, en lieten de rijtuigen

volgen. Aan de regterhand heeft men altijd de ketens van heuvelen, die

men _la Coté d'Or_ noemt, op een' zekeren afstand van den weg. Langs

die heuvels ligt eene menigte dorpen, zoo digt, dat zij hier en daar

aan elkanderen raken. Alles, wat men onder tegen die heuvelen en in

de vlakte ziet, zijn wijngaarden; en hier en daar wat _Maïs_, ook

bij ons _Turksche_ Tarw genaamd; aan de linkerhand was het redelijk

goed korenland. Het Departement de _la Côte d'Or_, hoewel vruchtbaar

in wijn, levert anders niet veel koren op, en de grond is 'er op

vele plaatsen in 't geheel niet toe geschikt, en zelfs hier en daar

zeer onvruchtbaar. Aan den anderen kant van _Dyon_, van _Parijs_

komende, vond ik, dat het graan, zoo tarw, als haver en garst,

zeer kort en mager stond. De schrale grond, en geringe bemesting is

hier zeker veelal de oorzaak van; doch de boeren verergeren het nog,

door misschien een derde zaadkoren te veel op de akkers te werpen. Ik

sprak hier met een inwoner van dit land over, en hij moest bekennen

dat ik gelijk had. De gronden zijn veeläl krijtachtig, naar het mij

toescheen; sommigen zijn geheel rood door de roode aarde waarmede zij

doormengd zijn, en anderen zijn keiachtig en vol kleine steentjes;

deze is zeer geschikt voor den wijn. Boekweit, die hier denkelijk

wel zou groeijen, heb ik 'er niet gezien; ik geloof ook dat 'er de

rogge, althans op de meeste gronden, die ik zag, beter zou groeijen,

dan de tarwe; hier en daar scheen men dat ook te begrijpen, doch het

beteekende niet veel. De _Franschen_ houden van geen roggenbrood. Wat

de konstweiden aangaat, deze bestaan meestal in Lucerne klaver;

_Bourgondiën_ levert ook veel schapen op.

De weg was vooral door den aanhoudenden regen, zeer slecht. Hij is

niet bestraat, maar met kleine keitjes opgeworpen, en het draven

in onze karretjes, hoewel de bankjes nog al op riemen hingen, was

ongemakkelijk; wij gingen dan veel te voet, en zagen daar door de

landstreek des te beter.

Het was omtrent elf uren, toen wij te _Beaune_ kwamen; hier gingen

wij onzen Wijnkooper, met wien wij op den Postwagen van _Parijs_ naar

_Dyon_ kennis gemaakt hadden, opzoeken; doch hij was uit de stad. Daar

onze voerlieden verzocht hadden, om hier hunne paarden een paar uren

te laten rusten, hadden wij den tijd, om het stadje te bezigtigen:

het ziet 'er nog al levendig en welvarende uit, doch wij vonden 'er

niets bijzonders. De inwoners worden voor zeer dom en onverstandig

gehouden, waarom men hun den naam gegeven heeft van _les anes de

Beaune_ [22]. Zoo het waar is dat zij dezen naam verdienen, is het

niet te verwonderen; want 'er waren voor de omwenteling in deze, stad,

die men op omtrent zes duizend inwoners begrootte, agt à negen zoo

Mans- als Vrouwen-Kloosters, waar onder een Abdij van _Bernardiner_

Nonnen, en een half uurtje van de stad lag nog een _Carthuizer_

Klooster. _Bourgondiën_, en vooral dit gedeelte, was voorheen een

regt Monnikenland; geen wonder, 'er groeit goede wijn, en die snaken

zijn doorgaans liefhebbers van een druifje te pikken. Ook is 'er in

_Beaune_ een Gasthuis voor zieke en oude lieden, door Nicolas Rollin,

Kanselier van onzen Graaf Philippus van _Bourgondiën_ gesticht. Het

wordt ook door Nonnen bediend; doch deze doen slechts geloften voor

één jaar, en dat kan 'er immers nog al door. Men heeft die goede

zusters, na de omwenteling in _Frankrijk_, ook bijna overal in wezen

gelaten. Koning Lodewijk de XI, aan wien men dit Gasthuis liet zien,

zeide, van den stichter sprekende: "Het is zeer billijk, daar hij zoo

veel armen gedurende zijn leven gemaakt heeft, dat hij voor zijn dood

een huis heeft doen bouwen, om ze te herbergen."

De stad, die, onder verscheidene Hertogen, het verblijf van het

Hof was, is met wallen, muren en grachten omringd; zij zijn zeer

vervallen. Na de zamenzwering van den Marschalk Charles de Biron,

die den 31 Julij 1602 in de Bastille onthoofd is, deed _Hendrik_

de IV. het Kasteel van _Beaune_, dat voor een van de beste van de

Provintie gehouden werd, ontmantelen.

Men had ons een herberg in de voorstad, naar den kant van _Chalons_,

aangewezen, waar wij goeden wijn moesten vinden; want de wijn van

_Beaune_ is ook zeer beroemd. Hier gingen wij ter loops het middagmaal

nemen, en troffen 'er in de daad zeer goeden wijn aan. Na den maaltijd

wandelden wij voort langs eenen aangenamen weg tot boven _Vollenai_,

een Dorp, waarvan de wijnen ook waardig gekeurd worden, om, op de

tafels der rijken, een voorname plaats te bekleeden. Op eene hoogte

hier omtrent heeft men een zeer schoon gezigt. Men wees ons het Dorp

_Pomare_, waar van de wijnen ook tot den wel voorzienen kelder van

een echten liefhebber behooren; te _Meursault_, waar wij door kwamen,

en dat nog al een gnap dorp is, vonden wij goed, om eens aanteleggen,

wij dronken daar een fles witten wijn van 1790, die lekker was, maar

wij moesten 'er ook £4-:-: voor neêrtellen. Men teelt 'er goeden

wijn. Hier verlaat men _la Côte d'Or_ en het fijne wijnland. Het

bijgaande gezigtje zal u een denkbeeld geven van de aangename ligging

van een gedeelte dezer kostelijke wijnbergen.

De weg tusschen dit dorp en _Chalons_ is fraai, aangenaam en wel

beplant; de toegangen van die stad zijn gansch niet onbevallig; 's

avonds te half zes kwamen wij 'er aan. Dit word _Chalons sur Saone_

genaamd, in onderscheiding van een ander _Chalons sur Marne_. Wij

waren dan ook in het Departement van _Saone et Loire_ [23]; namen

onzen intrek in _l'Hotel des trois Fesans_; bestelden het avondmaal

en gingen wandelen. Ik stond verwonderd over de fraaije kaai, die

men hier langs de rivier heeft, en de schoone gebouwen, die men daar

ziet; het gezigt van dezelve is ook zeer aangenaam. In de vaart die

hier gemeenschap heeft met de rivier, wijst men den vreemdelingen de

sluizen als iets bijzonders aan; voor ons was dat niets nieuws. Van de

Stad gaat men over eene fraaije steenen brug naar de voorstad _Saint

Laurent_, aan den anderen kant van de _Saone_. Die brug is aan beide

zijden versierd met vier Piramiden, welken dienen, zoo ik meen, om

'er lantaarns tusschen te hangen. De voorstad _Saint Laurent_ is een

eiland, rondom door de _Saone_ bespoeld. Gontran Koning van _Orleäns_

en _Bourgondiën_, die te _Chalons_ zijn verblijf hield, stichtte op

dit eiland een Abdij omtrent het jaar 590; thans dient zij voor een

Hospitaal. Rondom is een fraaije en lommerrijke wandeling, van waar men

een aangenaam gezigt heeft over de rivier en de omliggende landouwen.

Reize door Frankrijk In gemeenzame brieven, door Adriaan van der Willigen aan den uitgever · 第 8 / 56 题