Haar man keek haar aan en zei: "Wacht dan wat, ik ga ook eens mee."

Ze keek hem vragend aan.

"Ja, ja," zei hij, "ik heb veel te lang geleefd, alsof ik niemendal

met onzen Lieven Heer te maken had. Ik hoop mijn leven te beteren,

vrouw! Onze Lieve Heer zal mij wel kracht geven om tegen al het kwaad

te vechten."

Hierop gingen ze samen naar de kerk, en--dat bleef voortaan zoo,

al staken zijn vroegere vrienden er ook den gek mede.

Het is zes jaar later.

Op de Bloemmarkt staat een man van omstreeks vijftig jaren bloemen

te verkoopen.

Het is Willems vader en hij is geen opperman meer.

De oude heer Balsem heeft naast zijn huisje nog een andere woning

laten bouwen, en hierin woont Willem met zijn ouders en zijn zuster.

Achter die woning is een flinke kweektuin voor bloemen, en tegen

het huis staat een glazen kas om er de bloemen 's winters in over

te houden.

Willem is nog altijd bij den bloemist; maar als hij 's avonds thuis

komt, doet hij het fijne werk in zijn eigen tuin. Zijn vader doet

het grove, en hij doet dat graag, vooral als de oude heer Balsem, met

wien hij nu goede vrienden is, hem helpt, of zegt hoe hij doen moet.

Des Zondags bromt hij ook niet meer op de duiven of op de honden. Hij

is niet boos meer op het lieve zonnetje en de stoelen smijt hij ook

al niet meer omver. Ja, hij zou zelfs pret in zijn leven hebben,

als hij maar.... lezen kon. Hij heeft nog geprobeerd het te leeren;

maar dat ging niet. Het was veel te moeilijk voor hem en toen heeft

hij het maar opgegeven.

En, als je soms zoo eens met buurman Balsem over die luitjes praat,

dan zegt hij: "Ja, ja, met wat hulp en goeden wil en vertrouwen op

den goeden God, kan men in de wereld wel vooruitkomen!"

Wie den goeden wil had, dat weet je, nietwaar, mijn vriendjes, en

wie Willem en zijn ouders zoo goed geholpen hebben, dat zul je ook

wel weten.

En.... heeft de een of ander van jelui soms plan om het óók eens te

beproeven of de veearts waarheid sprak? Zeg?

Je zult er geen berouw van hebben, hoor!

In het Schemeruur · 第 17 / 30 题