In Noorwegen bezitten de vrouwen het langst kiesrecht en
verkiesbaarheid voor de Gemeenteraden, zoodat van daar reeds over
de resultaten van haar zitting nemen in deze lichamen gesproken kan
worden. Dat deze resultaten gunstig zijn, spreekt het meest hieruit,
dat de Regeering in Noorwegen geen bezwaar heeft gezien in 1907 het
kiesrecht en de verkiesbaarheid voor alle staatslichamen aan een
groot deel der vrouwen te geven.
In 1885 werd in Christiania voor het eerst een locale
vrouwenkiesrecht-vereeniging gesticht, die eerst 12 jaren daarna een
Nationale vereeniging werd. Ondertusschen waren in 1886 reeds twee
voorstellen omtrent Vrouwenkiesrecht in het Parlement behandeld en
verworpen, terwijl in 1893 een dergelijk voorstel wel een meerderheid
van 58 stemmen verwierf, doch niet de vereischte 2/3 meerderheid
haalde.
In 1901, toen een voorstel door tien leden van de Storthing
ingediend, om het gemeentekiesrecht voor mannen algemeen te maken,
in behandeling kwam, zond de vrouwenkiesrechtvereeniging een verzoek
in om dit recht tegelijkertijd aan de vrouwen te verleenen. 25 Mei
1901 werd dit verzoek ingewilligd, doch het gemeentelijk kiesrecht
voor de vrouw werd alleen verleend aan belastingbetalende en met een
belastingbetalend man gehuwde vrouwen, terwijl voor de mannen een
algemeen kiesrecht gold. In 1902 hadden de gemeenteraadsverkiezingen
onder de nieuwe wet voor het eerst plaats en de vrouwen beijverden
zich om onder de beperkende bepalingen, waaronder zij alleen mochten
kiezen, toch nog zooveel mogelijk vrouwen aan de verkiezingen te
doen deelnemen en in de gemeenteraden verkozen te krijgen. In alle
steden namen dooreengerekend 90% van de kiesgerechtigde vrouwen deel,
in een enkele stad zelfs 100%. Op het platteland was de deelneming
aanmerkelijk minder, dikwijls een gevolg van den grooten afstand der
stembureaux. In het geheel werden 98 vrouwen in de verschillende
gemeenteraden verkozen en bovendien nog 60 plaatsvervangende
leden. Tegenover deze 98 vrouwen waren er 12330 mannen-raadsleden.
Wat hebben dit gering aantal vrouwen kunnen tot stand brengen,
wat uitsluitend mag worden aangemerkt als een gevolg van haar
optreden? Natuurlijk hebben zij met de mannen-leden voor vele
verbeteringen samengewerkt, doch waar zij alleen op de bres stonden
was het steeds om te zorgen voor de belangen van vrouwen, kinderen,
armen en misdeelden. Uit de groote lijst stippen wij slechts enkele
dingen aan. Zoo diende in Christiania Elisa Heyerdahl een voorstel in
om pandjeshuishouders te verbieden goederen aan te nemen van kinderen
beneden 15 jaren. Met de aanneming van dit voorstel werd een einde
gemaakt aan het zenden van kinderen, soms nog onder de zes jaren, om
goederen in beleening te geven, die maar al te dikwijls van diefstal
afkomstig waren.
Een ander voorstel, dat ook aangenomen werd, beoogde om opkoopers
en daarmede gelijkstaanden te verbieden met kinderen handel te
drijven. Als onderwijzeres aan een armenschool wist voorstelster
bij ondervinding, dat kinderen door zulke lieden tot diefstallen
werden aangespoord, waarna zij hun de gestolen goederen voor eenige
snoepcenten afkochten. Door hare heldere voordracht, met tal van
voorbeelden aangevuld, smaakte zij de voldoening dat niet alleen in
Christiania, doch na onderzoek in alle stedelijke gemeenteraden zulk
een verbod werd ingevoerd. Ook wist zij er door te krijgen, dat aan
kinderen beneden 15 jaren verboden werd te rooken en dat verkoop van
tabak en sigaren aan zulke kinderen strafbaar werd gesteld.
In Drammen wisten de vrouwen-raadsleden o. a. een verbod uitgevaardigd
te krijgen, waarbij verboden werd om meisjes beneden 18 jaar aan boord
van schepen, die in de haven liggen, toe te laten om boodschappen
te verrichten, waschgoed te brengen of iets dergelijks. Het was
n.l. bekend dat zulke meisjes daar door werkgevers onder voorwendsels
naar toe gestuurd en voor onzedelijke handelingen gebruikt werden. De
vrouwen zorgden er ook voor, dat gelijktijdig een som op de begrooting
werd uitgetrokken om een inspectrice aan te stellen, die aan de kaden
met de zorg voor naleving dier verordening werd belast.
Ook zorgden zij er voor, dat er in Drammen van gemeentewege goede
crêches werden tot stand gebracht, waar de moeders die uit werken
gaan de kleine kinderen met gerustheid kunnen brengen. In alle
ietwat grootere steden wisten de vrouwen er door te krijgen, dat
een deskundig controleur werd aangesteld om toezicht te houden op
den verkoop der voornaamste voedingsmiddelen, melk, vleesch, visch,
brood enz. In weerwil van de bewering der Gezondheidscommissie,
dat zulk een toezicht onnoodig was, een bewering die zij in een
breedvoerig prae-advies bij den Raad indienden, wisten de vrouwen,
sterk door eigen ondervinding, toch het pleit te winnen en kwam de
aangestelde controleur weldra tot de afschuwelijkste ontdekkingen.
Het is niet mogelijk in een kort bestek alle maatregelen op te sommen,
die op initiatief der vrouwen-raadsleden werden genomen. Deze enkele
mogen tot bewijs dienen in welke richting zij in de gemeenteraden
werken en dat ook in Noorwegen de samenwerking van man en vrouw in de
stadsregeering geen nadeel, doch alleen voordeel kan opleveren. Dat de
mannen in Noorwegen dit beseffen, blijkt uit de woorden, waarmede de
Burgemeester van Christiania een deputatie Engelsche gemeenteraadsleden
toesprak, bij hun bezoek aan Noorwegen. Hij zeide o. a.: "De Noorsche
Regeering heeft twee en een half jaar geleden den vrouwen kiesrecht
en verkiesbaarheid verleend voor de gemeenteraden. Zij was daarmede de
eerste in Europa. Ik kan u verzekeren, en dit is het éénstemmig oordeel
van al mijne ambtgenooten, dat wij niets dan lof kunnen uitspreken voor
de belangstelling, die de vrouwen voor de gemeentebelangen aan den dag
leggen en de verstandige wijze waarop zij aan ons werk deelnemen. Ik
neem daarom de vrijheid onze gasten opmerkzaam te maken op het nut,
dat er voor de gemeenten in gelegen is, wanneer vrouwen zitting hebben
in den Raad en ik spreek den wensch uit, dat uw bezoek aan Noorwegen
tengevolge moge hebben, dat ook in Engeland de vrouwen binnenkort
lid van de Gemeenteraden zullen worden". (In Engeland verkregen de
vrouwen dit recht een jaar daarna).
Een onmiddellijk gevolg van het werk der vrouwen in de Noorweegsche
Gemeenteraden was hare benoembaar-verklaring tot leden van de
jury. Hoe zij daar de haar opgelegde taak volbrengen, blijkt uit
hetgeen een radicaal blad onlangs in een leadingartikel schreef. "De
groote waarde en beteekenis van het feit, dat vrouwen als Gezworenen
worden toegelaten, treedt het meest naar voren in onaangename en
pijnlijke aangelegenheden. In alle gevallen, waarin moeilijkheden
tusschen man en vrouw gerezen zijn, heeft het vrouwelijk inzicht,
de vrouwelijke rechtvaardigheidszin, er toe geleid, dat er een hoogst
verstandig, uiterst rechtvaardig vonnis over schuld en onschuld kon
worden uitgesproken."
Sedert 1902 hebben twee nieuwe gemeenteraadsverkiezingen plaats
gehad en is het aantal vrouwelijke gemeenteraadsleden en juryleden
telkens toegenomen.
In 1907 werden 11.134 mannen en 224 vrouwen tot raadsleden gekozen
en in 1910 11.716 mannen en 379 vrouwen. Het aantal kiesdistrikten,
waar geen vrouwen hebben deelgenomen aan de stemming was in 1907 nog
186, in 1910 nog maar 55.
Dat onder deze omstandigheden de vrouwen in Noorwegen 14 Juni 1907 ook
het kiesrecht en de verkiesbaarheid voor het Parlement kregen is te
begrijpen. De Nationale vereeniging voor Vrouwenkiesrecht had in 1906
een voorstel ingediend om aan vrouwen op dezelfde voorwaarden als aan
mannen ook de politieke rechten te verleenen en terzelfdertijd zond
eene andere vrouwenvereeniging een verzoek in, om den vrouwen het
politieke kiesrecht te verleenen op dezelfde voorwaarden als waarop
zij het kiesrecht voor de Gemeenteraden bezitten.
Beide voorstellen werden door verschillende politieke partijen
gesteund. Den grootsten steun ondervonden de vrouwen echter van
Prof. Stang, den leider der conservatieve partij in Noorwegen. Hij
hielp de vrouwen in elk opzicht met raad en daad en toen het
eerste voorstel "gelijke politieke rechten voor man en vrouw"
(de mannen bezitten sedert 1898 algemeen kiesrecht in Noorwegen),
met 43 tegen 73 stemmen viel, was het zijn gloedvolle rede, die vele
wankelmoedige tegenstemmers van hunne dwaling overtuigde, zoodat het
tweede voorstel "vrouwenkiesrecht op de voorwaarden, waarop zij ook
het gemeentekiesrecht uitoefenen" met 96 stemmen voor en 25 tegen
werd aangenomen.
Door dit besluit zijn nu ongeveer 300.000 Noorsche vrouwen politiek
ontvoogd, terwijl er nog ongeveer 200.000 het kiesrecht missen. De
vrouwen geven echter den strijd niet op, alvorens er in Noorwegen,
evenals in Finland, gelijke politieke rechten voor mannen en vrouwen
verkregen zijn.
Dat de Noorweegsche Regeering overtuigd is met deze daad goed werk
te hebben verricht lijdt geen twijfel. Op verzoek zond zij officieele
Regeeringsvertegenwoordigsters naar de Congressen van den Wereldbond
voor Vrouwenkiesrecht te Amsterdam, Londen en Stockholm om daar namens
de Regeering te spreken.
In de verkiezingen voor het Storting in 1909 hebben van de
779.847 kiesgerechtigden 490.246 mannen en 162.928 vrouwen hun stem
uitgebracht. Er zijn geen vrouwen verkozen, alleen is Mej. Anna Rogstad
tot Plaatsvervangend Afgevaardigde gekozen, in welke hoedanigheid
zij dezen zomer veertien dagen zitting gehad heeft. Door kollega's
en publiek is zij zeer welwillend ontvangen, maar het trekken van
besluiten omtrent de vrouwen in parlementen is door haar korte
zittingstijd en haar stemmen vóór de oorlogsbegrooting zooals haar
partij dat meebracht, volstrekt niet gewettigd.
Toen het ministerie Knudsen wegens de wet op de watervallen plaats
moest maken voor het ministerie Konow, meende men, dat er vooreerst
geen verdere uitbreiding voor het vrouwenkiesrecht te wachten was. Toch
kwam in Mei 1910 het gemeentekiesrecht voor alle vrouwen tot stand,
en dat feit gepaard met de schitterende ontvangst, die de Presidente
van den Wereldbond te Kristiania vond, deed de vrouwen een beter
uitslag hopen, dan zij 10 Aug. 1911 kregen. Met 47 stemmen vóór en
73 tegen viel toen het voorstel om alle volwassen vrouwen stem te
geven voor de parlementsverkiezingen zoo goed als zij die hebben
voor gemeenteverkiezingen.
Intusschen begrijpt men wel, dat het niet lang kan duren voor in
Noorwegen de politieke gelijkstelling van mannen en vrouwen zal
zijn ingevoerd.