V. DENEMARKEN.

Denemarken, het dichtst bij ons liggende land, waarvan de bevolking

in geaardheid ook het meest met de onze overeenkomt, is het laatst

en het achterlijkst der Scandinavische landen in het verleenen van

kiesrecht aan de vrouw.

In 1888 begonnen de vrouwen daar het eerst te werken voor kiesrecht,

doch eerst in 1899 konden zij voor dat doel een organisatie tot stand

brengen, die echter uitsluitend voor kiesrecht en verkiesbaarheid

voor de gemeenteraden werkte. Eerst in 1904, na de totstandkoming

van den Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht, zagen de Deensche vrouwen

in, dat zij de eischen wat verder moesten uitstrekken. Zij togen

met moed en ijver aan den arbeid en noodigden den Wereldbond uit,

zijn eerste groote Congres in 1906 in Kopenhagen te komen houden om

de vrouwen wakker te schudden en hen te bewegen tot het groote doel

"politieke gelijkstelling van man en vrouw" mede te werken.

Het congres van den Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht werd in Augustus

1906 te Kopenhagen gehouden en het heeft voor Denemarken in het

algemeen en voor de Deensche vrouwen in het bijzonder, meer gedaan

dan men er van verwacht had. Niet alleen toch schudde het de vrouwen

wakker, maar het overtuigde ook vele mannen benevens de Deensche pers,

dat het streven der vrouwen, om directen invloed te verkrijgen in

alle staatslichamen, het geheele land zal ten goede komen.

Herhaaldelijk werden op dat Congres bekende politieke figuren gezien,

die de besprekingen volgden en door het gehoorde, onvervalschte

voorstanders van invoering van vrouwenkiesrecht werden. De pers, die

aanvankelijk de Congressisten met spotbladen ontvangen had, veranderde

gaandeweg van toon en eindigde met zich unaniem te verklaren vóór

deze hervorming.

Met dezen ondergrond was het gemakkelijk in den winter 1907/08, toen

een voorstel tot invoering van vrouwenkiesrecht en verkiesbaarheid

voor gemeenteraden het Lagerhuis bereikte, er een meerderheid voor te

winnen. De geheele pers hielp daartoe krachtig mede. In Maart 1907

werd dit voorstel in behandeling genomen en zoowel in het Folketing

(Tweede Kamer) als in het Landsting werd het aangenomen en 20 April

1908 tot wet verheven.

In Maart 1909 namen de vrouwen voor het eerst in Denemarken actief aan

de gemeenteraadsverkiezingen deel. Haar stemrecht is aan een census

gebonden. Slechts 62% vrouwen zijn stemgerechtigd, terwijl 75% der

mannen dit recht bezitten. In aanmerking genomen dat de vrouwen van

Denemarken nog maar kort geleden begonnen zich te organiseeren en voor

politieke rechten te strijden, kan de deelneming der vrouwen aan deze

verkiezingen alleszins bevredigend geacht worden. In de steden namen

ongeveer 70% der kiesgerechtigde vrouwen aan de verkiezingen deel,

op het platteland veel minder, zoodat de deelneming over het geheele

land tot 50% moet worden teruggebracht.

In het geheel werden er in 85 van de 1206 gemeenten vrouwen

in de gemeenteraden gekozen, ten getale van 127. Van deze

vrouwen-gemeenteraadsleden zijn 84 gehuwd, 5 weduwen en 38 ongehuwd.

In Kopenhagen werden 7 vrouwen verkozen, die 1 April 1909 voor het

eerst in den Raad zitting namen. Bij de opening der Vergadering

werden zij door den Voorzitter begroet met de volgende woorden: "Het

is een historische gebeurtenis, het is een revolutie, op de meest

vredelievende wijze tot stand gebracht, dat vrouwen zitting nemen

in deze Raadzaal, daartoe gekozen door mannen en vrouwen van eigen

richting. De ijverige deelneming der vrouwen aan de verkiezingen en het

feit, dat zij zich onmiddellijk volgens hare politieke overtuiging bij

de partijen indeelden, is een bewijs dat zij rijp zijn voor het haar

geschonken recht ..... in elk geval rijper dan de mannen in Denemarken

ten allen tijden waren, op het oogenblik, dat zij voor het eerst aan

de verkiezingen deelnamen en verkiesbaar werden gesteld. Ik ben nooit

bang geweest, dat de deelneming der vrouwen aan de regeering van

Stad of Land, den vooruitgang een halve eeuw lang zou tegenhouden,

zooals er in 's Lands vergaderzaal tegen aangevoerd werd. Het zal

integendeel spoedig blijken, dat een steeds toenemende vooruitgang

in naastenliefde, in waar liberalisme, en die soort menschenliefde,

welke zijn wortel vindt in het moederlijk gevoel, er het gevolg van

zullen zijn. Het is mijn diepgevoelde, waarachtige meening, dat de

goede wijze waarop de vrouwen hier en in het geheele land aan de

verkiezingen hebben deelgenomen, den krachtigsten stoot zal blijken

te geven aan een spoedige geheele politieke gelijkstelling van mannen

en vrouwen.

Welkom in deze Raadzaal! Moge de nieuwe Raad nu in samenwerking van

mannen en vrouwen de welvaart van onze schoone stad sneller en beter

weten te bevorderen dan tot heden het geval was".

De 127 vrouwelijke gemeenteraadsleden kwijten zich zeer goed van

haar taak. Zij zitten in menige kommissie voor ziekenverpleging,

kinderverzorging, armenzorg, schoolcommissies enz. Vaak wordt in zulke

kommissies ook door een vrouw het voorzitterschap waargenomen. Men

verwacht, dat bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen in 1913 nog

veel meer vrouwen zullen verkozen worden.

De invoering van het kiesrecht der vrouwen voor het parlement,

Folketing en Landsting, vindt bijval in alle partijen. Zij is slechts

afgestuit op de samenkoppeling van deze hervorming met de verlaging van

den kiezersleeftijd, het toelaten van huisbedienden tot de stembus en

verandering der kiesdistrikten. Bovendien is het recht van de kroon

tot benoeming van 12 onafzetbare Kamerleden een technisch bezwaar

tegen grondwetsherziening.

Hoe lang nog? Dat is juist in Denemarken al bizonder moeilijk te

voorspellen. De beide nationale vereenigingen voor vrouwenkiesrecht

met elk ongeveer 11.000 leden laten niets onbeproefd om den voortgang

der zaak te bespoedigen.

Zou het voorbeeld van de vier Scandinavische landen in ons land niet

spoedig navolging verdienen?

Dr. Aletta H. Jacobs.

Vrouwenkiesrecht in de Skandinavische landen · 第 7 / 7 题