HOOFDSTUK XXIV. OVER THEE. [70]

"De eerste kop bevochtigt mijn lippen en keel, de tweede kop

verbreekt mijn eenzaamheid, de derde kop doorzoekt het diepste

van mijn wezen.... De vierde kop wekt een lichte uitwaseming

op--al het kwade van het leven gaat door mijn poriën weg. Bij den

vijfden kop ben ik gezuiverd; de zesde kop roept mij naar het

rijk der onsterfelijken. De zevende kop--ach, maar ik kon niet

meer tot mij nemen! Ik voel alleen den adem van den koelen wind,

die in mijn mouwen opstijgt. Waar is Horaisan [71] Laat mij op

die zachte bries voortrijden en daarheen voortdrijven."

_Lotung._

Theedrinken in Europa en in Japan.

In Europa beschouwen wij de thee eenvoudig als een drank, een

verfrisschend en zacht opwekkingsmiddel, waarbij dames met haar

vriendinnen plegen te babbelen. Er is niets romantisch in onze

theepotten en theeketels en lepeltjes; zij komen uit de keuken

en worden weer in de keuken teruggebracht met voorgeschreven

regelmatigheid. Wij maken eenige stereotiepe opmerkingen over thee,

en kunnen nauwkeurig den prijs opgeven, dien onze grootouders voor

dien drank betaalden. Wij hebben onze vaste meening, in hoeverre

thee liever met of zonder suiker moet genomen worden, en hebben het

dikwijls een krachtig middel gevonden, om hoofdpijn te verdrijven.

Toen de thee omstreeks 1650 tot Europa doordrong, werd er melding

van gemaakt als van "dien uitstekenden en door alle geneesheeren

aanbevolen Chineeschen drank, door de Chineezen Tcha, en door andere

naties Tay, ook wel Tee genaamd." In 1711 merkte de Spectator op:

"Ik zou deze mijn overpeinzingen op een bij zondere wijze aanbevelen

aan alle ordelijke gezinnen, die elken morgen een uur aan hun thee,

brood en boter besteden; en zou hen ernstig willen aanraden in hun

eigen belang, om te bevelen, dat dit blad hun stipt wordt uitgereikt

en door hen als een deel van hunne uitrusting bij de thee wordt

beschouwd." Dr. Johnson gaf van zich zelf een beschrijving als van een

"verstokt en schaamteloos theedrinker, die gedurende twintig jaar zijn

maaltijden verdunde alleen met dit afgietsel van den betooverenden

drank; die zijn avonden met thee verkortte, in den middernacht troost

vond in thee, en met thee den ochtend verwelkomde." Maar er is niets

romantisch, geen oude traditie aan ons theedrinken verbonden. Misschien

is het maar goed, dat de dames, die in onze deftige salons zitten,

niet bekend zijn met de sombere en pathetische legende, die verhaalt

hoe een Buddhistische priester tijdens zijn overpeinzingen in slaap

viel. Toen hij wakker werd, sneed hij zijn oogleden af, die zoozeer

gezondigd hadden, en wierp ze op den grond, waar zij onmiddellijk

veranderden in de eerste theeplant.

In Japan is het theedrinken een godsdienstige handeling geworden. Het

is evenzeer een maatschappelijke handeling als een tijd voor

rustige overpeinzing. De uitgewerkte ceremonies bij de thee,

_cha-no-yu_, hebben haar thee-ceremoniemeesters, etiquette en talrijke

plechtigheden. Een kop Japansche thee is verbonden met geestelijke

en artistieke beschaving. Maar voordat wij deze zeer belangwekkende

ceremonies bespreken, moeten wij iets leeren omtrent de beteekenis

van thee in China, want het drinken van dien drank in het Hemelsche

Rijk, verbonden met het kostbaarste en zeldzaamste porcelein en met

aesthetische en godsdienstige gedachten, heeft tot de vereering van

de thee in het Land der Goden geleid.

Thee in China.

De theeplant, afkomstig uit Zuidelijk China, werd oorspronkelijk als

een geneesmiddel beschouwd. Bij de classieke schrijvers komt zij voor

onder de namen _Tou_, _Tseh_, _Chung_, _Kha_ en _Ming_, en werd op

hoogen prijs gesteld om haar geneeskrachtige eigenschappen. Zij werd

als een uitnemend waschmiddel beschouwd, om de oogen te versterken, en

zij had bovendien de macht, vermoeienis te bannen, den wil te sterken,

en de ziel te verheugen. Somtijds werd er een deeg van gemaakt,

en men meende, dat het een afdoend middel was tegen rheumatische

pijnen. De Taoïsten gingen zelfs zóóver, dat zij beweerden, dat

thee één van de bestanddeelen was van het Levenselixer, terwijl de

Buddhistenpriesters die dronken, zoo dikwijls zij het noodig achtten

om gedurende de lange uren van den nacht te peinzen en te overdenken.

Luwuh en de Chaking.

In de vierde en vijfde eeuw blijkt de thee een zeer geliefkoosde

drank te zijn geweest onder de bevolking der Yangtse-Kiang Vallei. In

dien tijd ook werden de dichters welsprekend bij het verkondigen

van haar lof. Maar in die dagen was de thee een walgelijk brouwsel,

want het werd gekookt met rijst, zout, gember, sinaasappel-schillen,

en niet zelden met uien! Lawuh echter, die in de achtste eeuw leefde,

keurde het vreemde brouwsel af, dat wij zooeven genoemd hebben. Hij

was de eerste Chineesche theemeester, en niet alleen, dat hij de thee

idealiseerde, maar met een helder poëtisch inzicht begreep hij, dat

de plechtigheden bij het drinken bevorderlijk waren aan de harmonie

en de orde in het het dagelijksch leven.

In zijn _Chaking_ ("De Heilige Schrift van Thee") beschrijft hij den

aard der theeplant, en hoe haar bladeren moeten worden verzameld en

uitgezocht. Hij was van oordeel, dat de beste bladeren plooien moesten

hebben als de leeren laarzen van Tartaarsche ruiters, gekruld moesten

zijn als de keellap van een krachtigen os, moesten worden losgevouwen

als een nevel, die uit een ravijn opstijgt, moesten glinsteren als

een meer, door den westenwind bewogen, en vochtig en zacht moesten

zijn als fijne aarde, juist te voren door den regen bespoeld. Luwuh

beschrijft de verschillende gereedschappen, die met de plechtigheid

van het theedrinken verbonden zijn, en beweert, dat de groene drank

moet worden gedronken uit blauwe porceleinen koppen. Hij behandelt in

bijzonderheden de keuze van het water, en de wijze, hoe het gekookt

moet worden. In poëtische bewoordingen beschrijft hij de drie trappen

van koken. Hij vergelijkt de kleine belletjes bij het begin van het

koken met de oogen van visschen, de kleine belletjes bij het tweede

koken met een fontein, gekroond met opgehoopte kristallenknopjes, en

het laatste kooksel wordt beschreven als gelijkend op het verrijzen

van kleine golven. De laatste hoofdstukken van de _Chaking_ behandelen

de gewone en niet-orthodoxe methoden van theedrinken, en de vurige

meester geeft een lijst van beroemde theedrinkers, en somt de beroemde

Chineesche theeplantages op. Het bekoorlijke werk van Luwuh werd als

een meesterstuk beschouwd. Hij was in hoog aanzien bij Keizer Taisung,

trok een aantal leerlingen naar zich toe, en werd beschouwd als de

grootste autoriteit op het gebied van thee en theedrinken. Zijn roem

hield niet op bij zijn dood, immers sedert zijn dood is hij door

Chineesche handelaars in thee als een beschermgod vereerd.

De Japansche Theeceremonies.

Men meent, dat de groote Buddhistische heilige, Dengyo Daishi, de thee

uit China in Japan invoerde in het jaar 805. In ieder geval stond het

theedrinken in Nippon in verband met het Buddhisme, en voornamelijk

met de Zen-secte, die zoovele van de Taoïstische leerstellingen had

overgenomen. De priesters van die orde dronken thee uit één enkelen

kom voor het beeld van Bodhi Dharma (Daruma). Zij deden dit in den

geest van aanbidding en beschouwden het theedrinken als een heilig

sacrament. Het was die plechtigheid bij de Zen-secte, die uitsluitend

van godsdienstigen aard was, welke zich ten slotte ontwikkelde tot

de Japansche theeceremonies.

"De theeceremonies", zoo schrijft Professor B.H. Chamberlain,

"hebben gedurende de zes of zeven honderd jaren van haar bestaan

drie gedaanteverwisselingen ondergaan. Zij hebben een geneeskundig

godsdienstigen trap, een wellustigen, en ten slotte een aesthetischen

trap doorloopen. Op den godsdienstigen trap schreef de Buddhistische

priester Eisai een korte verhandeling, die tot titel droeg _De

Heilige Invloed van het Theedrinken_, waarin hij beweerde, dat

die drank de macht had, kwade geesten te verdrijven. Hij voerde

een godsdienstige plechtigheid in, in verband met de vereering der

voorouders, vergezeld met het slaan van trommen en het verbranden

van vuurwerk. Eisai schreef zijn verhandeling met de bedoeling,

Minamoto-no-Sanetomo te bekeeren van zijn misdadige liefde voor den

wijnbeker, en trachtte de voortreffelijkheid der theeplant boven het

druivensap aan te toonen." Het blijkt dat de theeceremonies in den

loop der tijden haar godsdienstige beteekenis verloren. "De Daimio's",

zoo schrijft Chamberlain, "die daaraan deelnamen lagen op rustbanken,

bedekt met tijgervellen en vellen van luipaarden. De muren der ruime

vertrekken, waarin de gasten waren verzameld, waren niet alleen

behangen met Buddhistische teekeningen, maar met damasten brokaat,

met gouden en zilveren vaatwerk, en zwaarden met schitterende

scheeden. Kostbare reukwerken werden gebrand, zeldzame visschen

en vreemde vogels werden opgedischt met suikerwerk en wijn, en de

aardigheid van het feest bestond hierin, dat men moest raden, waar

de grondstof voor iederen kop thee was voortgebracht; want er werden

zooveel mogelijk soorten binnengebracht, om als _gezelschapsspel_

of als raadsel dienst te doen.... Voor iederen keer, dat men goed

geraden had, ontving de oplosser één der schatten ten geschenke, die

rondom het vertrek hingen. Maar hij mocht die niet zelf medenemen. De

regels der theeceremonies, zooals zij toen beoefend werden, eischten,

dat alle kostbare en zeldzame dingen, die tentoongesteld waren, door

de winners ten geschenke werden gegeven aan de zang- en dansmeisjes,

van wie steeds een groot aantal tegenwoordig waren, om het gezelschap

bij hun feest bij te staan."

Die vorm van theeceremonies, die inderdaad een vreeselijk onzedelijke

slemppartij blijkt geweest te zijn, gaf een beeld van het weelderige

en losbandige tijdperk, waarin die theeceremonies plaats hadden. De

theeceremonie, in haar meer blijvenden en karakteristieken vorm,

was bestemd, alle gemeene vertooningen op zijde te zetten, een

zeker bedrag aan godsdienst en wijsbegeerte te omvatten, en bovenal

een middel te schenken, om de kunst en de schoonheid der Natuur te

bestudeeren. De theesalon werd niet een plaats voor drinkgelagen,

maar een plaats, waar de reiziger vrede zou kunnen vinden in plechtige

overpeinzing. Zelfs het tuinpad, dat naar de theekamer leidt, had

zijn symbolische beteekenis, want het beteekende den eersten trap

naar zelf-verlichting. De volgende regels geven een denkbeeld van de

voorstelling, die Kobori Enshiu zich maakt van het pad, dat naar de

theekamer leidt:

"Een groep zomerboomen,

Een deel van de zee,

Een bleeke avondmaan".

Zulk een tafereel was bestemd, den reiziger een denkbeeld te geven van

geestelijk licht. De boomen, de zee en de maan wekten oude droomen,

en hun aanwezigheid was de reden, dat de gast verlangend was, over te

gaan naar de grootere vreugden van den theesalon. Geen _samurai_ mocht

met zijn zwaard in het geurige heiligdom van den vrede binnentreden,

en in een aantal theesalons was er een lage deur, waardoor de gasten

binnenkwamen met gebogen hoofd, als een teeken van nederigheid. In

stilte maakten de gasten een diepe buiging vóór een _kakomono_ of

vóór een eenvoudige schoone bloem op de _tokonoma_ (alkoof), en gingen

dan op de matten zitten. Als zij dit gedaan hadden, kwam de gastheer

binnen, en hoorde men het water in den ketel met een muzikaal geluid

koken, het gevolg van enkele stukken ijzer, die daarin lagen. Zelfs

het koken van het water in den ketel was verbonden met een poëtische

gedachte, want het gezang van water en metaal moest een voorstelling

geven van "de echo's van een waterval, door wolken bedekt, van een

verwijderde zee, die tegen de rotsen breekt, van een regenvlaag, die

door een bamboebosch vliegt, of van het suizen van pijnboomen op den

één of anderen verwijderden heuvel". Er was een gevoel van harmonie

in den theesalon. Het licht was als het zachte licht van den avond,

en de kleederen van het gezelschap waren even rustig en stemmig als de

grijze vleugels van een nachtvlinder. In dat rustige vertrek dronken

de gasten hun thee en peinsden, en keerden weder beter en krachtiger

in de wereld terug, nadat zij in stilte het schoone en het edele in

godsdienst, kunst en natuur hadden overdacht en beschouwd. "Daar zij

voortdurend in harmonie trachtten te zijn met den grooten rhythmus der

natuur, waren zij steeds voorbereid, het onbekende binnen te treden."

De Dood van Rikiu.

Rikiu was één der grootste theemeesters, en langen tijd bleef hij de

vriend van Taiko-Hideyoshi; maar de tijd waarin hij leefde, was vol

verraad. Er waren velen, die afgunstig waren op Rikiu, velen, die op

zijn dood loerden. Toen een verkoeling ontstond tusschen Hideyoshi en

Rikiu, maakten de vijanden van den grooten theemeester gebruik van

die verkoeling en verspreidden het gerucht, dat Rikiu van plan was,

vergif te doen in een kop thee, en dat aan zijn edelen beschermer

aan te bieden. Spoedig vernam Hideyoshi dat gerucht, en zonder de

moeite te nemen, de zaak nader te onderzoeken, veroordeelde hij Rikiu,

zelfmoord te plegen.

Den laatsten dag, dat de beroemde theemeester leefde, noodigde hij

een aantal van zijn leerlingen uit, hem te bezoeken bij zijn laatste

theeceremonie. Terwijl zij in het tuinpad wandelden, leek het, alsof

geesten in de ritselende paden fluisterden. Toen de leerlingen den

theesalon binnentraden, zagen zij een _kakemono_ in de _tokonoma_

hangen, en toen zij hun bedroefde oogen ophieven, zagen zij, dat

het geschrift het voorbijgaan van alle aardsche dingen beschreef. Er

was poëzie in het gezang van den theeketel, maar het was een droevig

gezang, als het klagende geluid van een insect. Rikiu kwam kalm en

waardig in den theesalon, volgens de gewoonte liet hij den voornaamsten

gast de verschillende voorwerpen bewonderen, die met de thee-ceremonie

in verband stonden. Toen alle gasten die hadden beschouwd, met een

bloedend hart hun schoonheid bewonderend, bood Rikiu iederen leerling

een aandenken aan. Hij nam zijn eigen theekop in de hand en zeide:

"Nooit meer zal die kop, bezoedeld door de lippen van het ongeluk,

door een mensch gebruikt worden". Na die woorden gesproken te hebben,

brak hij den kop ten bewijze, dat de thee-ceremonie geëindigd was,

en de gasten namen een droevig afscheid. Slechts één bleef achter,

om getuige te zijn, niet van het drinken van nog een kop thee, maar

van den dood van Rikiu. De groote meester trok zijn bovenkleeren uit,

en toen kwam het reine witte Doodskleed voor den dag. Nog altijd even

kalm en waardig, keek hij naar zijn dolk, en zeide hij met onbewogen

stem het volgende vers op:

"Een welkom zij u gewijd,

O zwaard der eeuwigheid!

Door Buddha

En ook door Daruma

Hebt gij uw weg gebaand."

Hij, die het oude gedicht placht aan te halen, "aan hen, die alleen

naar bloemen verlangen, zou ik gaarne de in vollen bloei staande

lente willen laten zien, die woont in de zwellende knoppen op de

heuvelen met sneeuw bedekt", heeft de Japansche thee-ceremonie met

een onsterfelijke bloem gekroond.

Mythen & Legenden van Japan · 第 40 / 53 题