De hoogste lof, dien Japan aan de kers heeft gebracht, is deze: "De
kersenboomen in de dorpen, gelegen in het verwijderde gebergte moesten
hun bloesems terughouden totdat de bloemen in de stad verwelkt zijn,
immers dan zou het volk naar buiten trekken om ook die te zien." De
schoonheid van een Japansche vrouw wordt dikwijls in verband gebracht
met den bloesem der kersen, terwijl haar deugd wordt vergeleken met
den bloesem der pruimen.
De Camelia.
De Kostbare-Camelia van Yaegaki, met haar dubbelen stam en ontzaglijken
top is reeds zeer oud en wordt als zóó heilig beschouwd, dat zij
omgeven is door een schutting en dat steenen lampen daar omheen worden
geplaatst. De eigenaardige gedaante van den boom, met zijn dubbelen
stam, die weer in het midden samengroeit, heeft het aanzijn geschonken
aan het geloof, dat die buitengewone boom het symbool is van een
gelukkig huwelijksleven, en bovendien, dat goede geesten er in wonen,
die altijd bereid zijn, de vurige gebeden van minnaars te verhooren.
De cameliaboom is niet altijd goed gezind. Er is een legende omtrent
een boom van die soort, die in den nacht in den tuin van een _samurai_
te Matsue rondwandelde. De vreemde en onvermoeide wandelingen van den
boom werden zóó talrijk, dat ten laatste de boom werd neergehouwen
en men zegt, dat hij, toen hij neerviel, een stroom van bloed uitspoot.
De Cryptomeria.
Een andere boom, die hoog vereerd wordt, is de indrukwekkende
cryptomeria, en er is een van die boomen, die zich uitstrekt van
Utsunomiya tot Nikko, een afstand van ruim dertig kilometers. Één van
die boomen heeft een middellijn van twee meters; men verhaalt, dat deze
geplant is "door een deputatie, die achthonderd Buddhistische nonnen
uit de provincie Wakasa vertegenwoordigde." In een verder gedeelte
van dit hoofdstuk geven wij een legende, die met dien bijzonderen
boom in betrekking staat.
Een Pijnboom en de God der Wegen.
In den tuin van de groote _hakaba_ (kerkhof) der Kwannondera staat
een pijnboom, die rust op vier groote wortels, welken den vorm hebben
van reusachtige voeten. In de nabijheid van dien boom vindt men een
schutting, een altaar en een aantal _torii._ Voor het altaar rusten
miniatuurpaardjes, van stroo vervaardigd. Dit zijn offers aan Koshin,
den God der Wegen, als bede, dat de werkelijke paarden, waarvan
zij het symbool zijn, bewaard mogen blijven voor dood of ziekte. De
pijnboom staat echter niet altijd in verband met Koshin. Hij kan met
recht beschreven worden als de meest huiselijke Japansche boomen, want
hij neemt een in het oog vallende plaats in bij het Nieuwjaarsfeest
[44]--een boom, die aan de tuindeur moet worden geplant, omdat hij
geacht wordt geluk te brengen, en vooral gelukkige huwelijken.
Een Boomgeest.
Zooals wij in de volgende legenden zullen zien, is meer dan één der
Japansche boomsoorten bedeeld met bovennatuurlijke macht. Er is een
boomgeest, bekend als Ki-no-o-baké, die in staat is rond te wandelen en
verschillende vormen aan te nemen. De boomgeest spreekt slechts weinig,
en als hij gestoord wordt, verdwijnt hij in den stam of tusschen de
bladeren. De geest van den God Kojin [45] huist in den _enoki_-boom
aan dien God zijn alle oude kinderpoppen gewijd.
De Wonderbaarlijke Kastanje.
Prinses Hinako-Nai-Shinno verzocht, dat haar kastanjes zouden worden
voorgezet; maar zij nam er slechts één, beet daarop en wierp die
weg. Deze schoot wortel, en op alle kastanjes, die later daaruit
voortkwamen, stonden de afdrukken van de kleine tandjes der Prinses. De
kastanjeboom had, toen hij haar bij haar dood wilde vereeren, zijn
toewijding op die wijze geopenbaard.
De Stille Pijnboom.
Keizer Go-Toba, die een vreeselijken hekel had aan het kwaken van
kikvorschen, werd op zekeren dag gehinderd door een pijnboom, die
door den wind werd bewogen. Nadat Zijne Majesteit den boom luide had
bevolen, stil te zijn, bewoog zich de pijnboom nooit meer één enkel
oogenblik. Die gehoorzame boom was zóózeer onder den indruk van het
bevel, dat de hevigste wind niet alleen de takken niet bewoog, maar
zelfs de duizenden dennenaalden volkomen onbewegelijk liet.