Wat de zindelijkheid aangaat, ofschoon we al gezegd hebben, wat

daarvan te denken was, willen wij op die beschuldiging terugkomen

en nog eens weer protesteeren tegen een slechten naam, die mogelijk

vroeger verdiend was, maar nu zeker beslist onjuist is. Men had

ons gewaarschuwd tegen de hotels van Portugal! De bedden zouden

schuilplaatsen van ongedierte zijn; de tafel eentonig door ongezond

zwart brood, en op den duur afschuwelijk; de Portugeezen geen

aantrekkelijke menschen! Alles laster of onwetendheid. Wij hebben in

de maand April 1907 nergens een enkel onzindelijk bed ontmoet of een

enkele kamer van twijfelachtige netheid van Faro af tot Portimao

toe, in Lagos zoo min als te Monchique; wij hebben geen enkelen

maaltijd gehad zonder versch wittebrood, zonder versche eieren,

zonder uitstekend vleesch, en al kwam kabeljauw misschien te vaak

voor op de menu's, die menu's waren rijk en afwisselend genoeg,

dat men die visch kon laten staan.

Wij bevelen zonder aarzeling een bezoek aan deze mooie streek aan,

en wenden ons daarbij tot die toeristen, die zoo geaard zijn,

dat ze zich naar de gewoonten van de bereisde landen schikken en

niet van dorpshoteliers de vervulling verlangen van al hun eigen

kleine comforts-eischen. Laten de anderen maar thuisblijven! Zij

zullen toch niet begrijpen, wat er schilderachtigs en vermakelijks

is in de aankomst in een bescheiden, maar zindelijke herberg, in den

geïmproviseerden maaltijd, de vertrouwelijkheid van den herbergier,

en hoe die duizend kleine incidenten van de reis tot de beste en

aangenaamste herinneringen eraan behooren.

Men kan Algarvië bereiken hetzij van het Noorden, komend uit Alemtejo,

hetzij van het Oosten uit Spanje. Die laatste weg werd door ons

gekozen. Van Sevilla is de zaak niet ingewikkeld. Men gaat naar

Huelva in drie uren sporens en van daar per rijtuig naar Aya Monte

in ongeveer zes uur over een goeden rijweg en heeft daarvoor de keus

uit verschillende voertuigen.

Gelegen op den linkeroever en dichtbij de monding van de Guadiana,

is het spaansche stadje Ayamonte vlak tegenover het eerste dorp in

Algarvië, Villa Real de Santo Antonio, aan den anderen oever. Van de

rivier gezien, met de witte, alle gelijke daken, die schitteren in

de zon, maakt Ayamonte volkomen den indruk van een afrikaansch dorp.

Vergezeld van den vertegenwoordiger der Propagandavereeniging,

den heer Mendoca e Costa, die zoo vriendelijk was geweest, ons te

Ayamonte op te wachten, nemen wij plaats in een van die schilderachtige

havenbootjes, in de arabische kleuren, wit en blauw, en de oostenwind,

die het driehoekige zeil doet zwellen, drijft ons snel naar het midden

van de Guadiana.

Te zien is er van allerlei op de breede rivier; wij komen veel

booten tegen, die ons met een vroolijken groet voorbijgaan; op

de beide tegenover elkaar gelegen steden ontsteken de schitterende

zonnestralen tal van vuurtjes, en in het Noorden verrijst de silhouet

van een oud kasteel der Tempeliers tegen een wazigen achtergrond van

bergen, terwijl aan den zeekant een groote stoomboot, met de duitsche

vlag in top, op den vloed wacht, om te vertrekken. Langs de Guadiana,

die over een groot deel van haar loop bevaarbaar is voor schepen met

veel tonneninhoud, worden de mineralen uit Alemtejo verscheept.

Villa Real is een stadje van 7000 inwoners, zonder veel karakter,

met rechte straten en met knappe huizen, meest van één verdieping. De

zorg, om een schoonen of liever zindelijken gevel te vertoonen, is

zoo groot, dat het minste vlekje dadelijk wordt verwijderd onder een

laagje witkalk, zoodat de heele stad er net en welvarend uit ziet. De

bevolking bestaat voor verreweg het grootste deel uit visschers

en handwerkslieden; van die laatste zijn er ongeveer twee duizend,

alle werkzaam in groote fabrieken, waar de sardines en ook wel andere

visschen geconserveerd worden en voor den handel geschikt gemaakt.

De eerste kennismaking met de bevolking van Portugal strekt geheel

tot haar voordeel; wij, vooral onze rijwielen, zijn wel het voorwerp

van nieuwsgierigheid, maar de belangstelling blijft bescheiden, en

wij worden niet lastig gevallen, als in Spanje, door een bende kleine

bedelaars, gonzende, nare vliegen, die met vasthoudendheid den toerist

vervolgen en hem zijn genoegen bederven. Het is waar, dat daarentegen,

tenminste Andaluzië, de bekoring had van de bloemen in de haren der

jonge meisjes. Die bevallige gewoonte, die van de stations, waar de

jeugd zich rendez-vous geeft op de uren van aankomst der treinen,

ware bloemperken maakt, en waardoor het traject van Grenada naar

Sevilla ondanks zijn lengte alleraantrekkelijkst is, die aardige

gewoonte bestaat in Portugal niet.

Maar toch, toen wij bij het verlaten van het station van Villa Real

buiten waren gekomen, kregen wij den indruk van een heerlijk park,

een grooten tuin. Rechts en links stonden tusschen het golvende graan

korenbloemen en papavers in haar heldere kleuren; de dichte boomen

gaven overal koelte en schaduw; niet enkel de olijfboomen met hun

flets groen, maar altijd groene eiken met blauwgroen gebladerte, dennen

met stijve naalden en een overvloed van boomen van allerlei breedten

in oneindige verscheidenheid. Naast den oranjeboom, den citroenboom,

den dadelpalm, den vijgeboom, den broodboom en eucalyptus en palmen,

alle schaduw gevend of hun bloemenpracht ten toon spreidend te midden

der velden en boomgaarden, omringd en ingesloten door hagen van aloës

en cactussen met donkerblauwe vijgen er aan, groeien weelderig alle

boomen uit ons land, eiken en kastanjes, olmen en platanen, kersen-,

amandel- en perzikboomen.

De trein glijdt voort te midden van al dat groen, en de kleine

huisjes van een vlekkeloos wit verhoogen de vroolijkheid van het

landschap. Als men, evenals wij, komt uit de kale vlakten en dorre

plateaux van Spanje, oefent de buitengewone plantenrijkdom van

Algarvië een onweerstaanbare aantrekkelijkheid uit en maakt, dat de

mooie provincie onmiddellijk den reiziger voor zich wint. De dorpen

volgen elkaar op, alle bediend door een goedig treintje met allures

van een voorsteedsche tram; aan de stations komen de dorpelingen met

hun vilten hoed met breeden rand op het hoofd of met de wollen muts

met omvallende punt, wat afleiding zoeken. Zonder dat ze flegmatisch

of stil zijn, heeft hun houding toch niet die zuidelijke uitbundigheid,

die men misschien zou verwachten. Maar de meeste van deze menschen zijn

ook visschers, en de visscher heeft overal een beschouwende natuur.

Na Villa Real verdient Tavira een bezoek om de schilderachtige

ligging. Gezien van den viaduct van den spoorweg, biedt dit stadje van

bijna twaalf duizend inwoners met de kerk van den H. Franciscus en

de kapel van het hospitaal, met de huizen, die van den heuvel dalen

naar de oevers van de rivier Seco en de haven, waar vele schepen

van visschers hun masten en ra's vertoonen, een tooneel vol leven en

kleur. Een Jardin public, letterlijk vol rozen en andere schitterende

bloemen, loopt langs de haven op den rechteroever der rivier; wij

bewonderen er palmen met reuzenstammen en prachtige veerbladeren en

gaan dan op onderzoek uit naar een avondeten.

Dat is geen heel gemakkelijk werk, ten eerste omdat in Tavira, als

in alle andere plaatsen van Algarvië, geen enkel uiterlijk teeken een

hotel aanwijst, en ten tweede omdat wij, die vanavond alleen zijn en

geen woord Portugeesch verstaan, bijna onoverkomelijke moeilijkheden

hebben te overwinnen, om ons te doen begrijpen. Het duurt wel bijna

een uur, waarin we heen en weer worden gezonden door allerlei straten,

voor we ons doel hebben bereikt, dat is voor we in een huis zijn

binnengelaten, waar we wel twintigmaal voorbij waren gegaan, zonder

te vermoeden, dat achter die vensters de tabel d'hôte gedekt stond,

waar wij zoo naar smachtten. Wij hebben ons dus vast voorgenomen,

aan aanstaande bezoekers van Portugal den raad te geven, toch vooral

een beetje Portugeesch te gaan leeren. Enkele woorden, waar het op aan

komt, zijn voldoende, enkele substantieven van dagelijksch gebruik,

dan kunnen gestes het overige wel doen; maar die paar woorden zijn

onontbeerlijk. Laten ze vooral niet rekenen op een zakwoordenboek,

of op geschreven schrift; in Algarvië is het onderwijs nog primitief

en diegenen, die kunnen lezen, zijn, geloof ik, uitzonderingen.

De trein rolt voort, nu door een door de maan beschenen landschap

en brengt ons naar Faro. O, die nachten in het Zuiden, als in de

zuivere en doorschijnende atmosfeer de maan met onvergelijkelijken

glans schittert, als de sterren bij myriaden fonkelen als zeer

zuivere diamanten; die nachten, als het zoo licht is, dat verwijderde

landschappen aan den horizon opduiken met volkomen helderheid, nachten,

omstraald van glans en poezië, welriekend door de geuren van oranjes en

eucalypten, nachten, die overal dezelfden zijn en overal zalig, in de

tuinen van Sorrento, de heiden van Corsica, de bosschen van Algarvië,

hoe zou men die ooit kunnen vergeten en hoe zou het mogelijk wezen,

de bekoring ervan onder woorden te brengen!

Door de open raampjes ademen wij de landelijke geuren in; we kijken

naar de witte huizen met de gesloten luiken en luisteren naar het

gesnerp van de krekels en de doffe stem van den oceaan met haar

eentonig en slaapwekkend rhythme. Er glijden groote wijngaarden

voorbij, die hun nieuwe ranken reeds vertoonen, dat is Fuzeta,

beroemd door het geheele land om de roode wijnen, die donker van

kleur en rijk aan alcohol zijn; de dorpen volgen elkaar snel op;

vijgen- en amandelboomen bedekken groote uitgestrektheden, terwijl

oude versterkte plaatsen uit den tijd der Mooren hun schaduw tot

onzen wagen doen reiken. Eindelijk houdt de trein stil onder een

gewelf van eucalyptusboomen. Dit is Faro.

We zijn in de hoofdstad van Algarvië, hoofdstad met het vreedzaam

aanzien van klein stadje, dat zeker aan haar haven het te danken heeft,

dat Silves er door onttroond is, de oude hoofdstad der provincie. De

geschiedenis van Faro is nog al belangwekkend, en het oude slot heeft

menig gevecht bijgewoond. Als het geheele land, behoorde Faro eerst

aan de Mooren, die het in de 13de eeuw moesten ontruimen, in den

tijd van de regeering van Alphonsus III, den populairen "koning der

armen". Op het eind der 16de eeuw, den ongelukstijd in de jaarboeken

van Portugal, toen Filips II van Spanje over het land regeerde,

ondervond de plaats den invloed van de onderdrukking. De beroemde

nederlaag van de onoverwinnelijke vloot, die de vernietiging der

zeemacht had na zich gesleept, gaf de stad onverdedigd over aan

de invallen der Engelschen, die er in 1596 groote verwoestingen

aanrichtten. Dat verleden is nu gelukkig niet meer dan een verre

herinnering, en de rustige hoofdstad wordt bewoond door een bevolking

van visschers en landbouwers.

Van het station bereikt men in enkele minuten een sierlijken en koelen

tuin. De dichtbijzijnde haven is nogal levendig, en de vischmarkt

geeft de gelegenheid, enkele typen van de kustbevolking beter te

leeren kennen.

Aan zee ligt eerst een lange strook moerassig en onbebouwd land. Het

is namelijk in het algemeen het geval, dat de weelderige en mooie

plantengroei plotseling op eenigen afstand van de kust ophoudt

en plaats maakt voor hard en kort moerasgras. De stad is in een

halven cirkel gebouwd rondom de markt; de straten zijn druk, maar de

bouwwerken van weinig beteekenis. Toch maakt de kathedraal uit den tijd

der Renaissance, gelegen bij het bisschoppelijk paleis op een plein,

waar men komt door een oud gewelf van het vroegere kasteel, een nogal

schilderachtigen indruk met haar massieven toren en de onvoltooide

campanila. Wat de Karmelieterkerk aangaat, aan de andere zij van de

stad, men zou het gebouw, als het niet de beide rococo-torens had,

door een balustrade verbonden, voor een of ander stijlloos ding kunnen

houden voor onbestemd gebruik.

Deze nacht in Portugal heeft bij ons de herinnering nagelaten aan

een hotel, dat op een haar geleek op de hotels op Corsica; slechts

enkele kamers, eenvoudig maar netjes gemeubeld, op de een of andere

verdieping van een huis; gewitte muren, witte, wat ruwe lakens,

een bescheiden, goedige waard. Maar wat waren die bedden hard! En

wat een stijfheid den volgenden morgen! Maar men gewent aan alles,

zelfs aan portugeesche bedden, en men troost zich met de gedachte,

dat ze bij warm weer inderdaad nog prettiger zijn dan de zachte,

veeren bedden in sommige hoeken van Frankrijk, waar men neerzinkt in

een bed van onaangename klamheid.

Het is warm in Faro en gelijkmatig, waarom de stad gekozen is als

herstellingsoord bij verschillende ziekten; maar wij herhalen,

deze geheele kust, die de uitgezochtste plaatsen zou aanbieden voor

winterstations, is in den vreemde totaal onbekend. Als we er hebben

bijgevoegd, dat Faro zetel is van een bisschop, en dat men er een

heerlijk gebak eet, een specialiteit van de stad, gemaakt van droge

vijgen met amandelen, geloof ik wel, dat er niets meer te zeggen valt

van Faro. Trouwens men moet hier niet komen zoeken naar monumenten

van bouwkunst of naar iets karakteristieks in zake de gebouwen. Al het

genoegen van de reis en de vreugde voor de oogen zijn gelegen in het

landschap; die kleine stadjes, zoo onbeteekenend, doen u behagelijk

aan door het kader, waarin ze liggen, de helderheid van den hemel,

de vroolijke en reeds warme Aprilzon en de pracht van het groen.

De spoorweg door Algarvië brengt u door een zijlijn, die bij Tunes

de hoofdlijn van Lissabon verlaat, naar Portimao en zal nog worden

voortgezet naar Lagos. Die beide steden verdienen een bezoek om haar

schilderachtige ligging en omdat beide de punten van uitgang zijn

voor uitstapjes naar Monchique (Portimao) en kaap Sint Vincent (Lagos).

Na eenig oponthoud te Silves, dat mooi is gelegen op een heuvel bij de

rivier, met de sierlijke kathedraal van de ruïne van de vestingwerken,

maar zeer vervallen van haar vroegere grootheid, bereikt men in minder

dan een half uur Portimao. Het station is op eenigen afstand van

de stad gelegen, op den linkeroever van de gelijknamige rivier. Den

toegang tot de stad geeft een houten brug van bijna tweehonderd meter

lengte, van waar men een prachtig panorama geniet. Rechts lachende

heuvelen, het bekoorlijke dal, waarin de rivier vloeit en aan den

horizon de lijn van den Serra de Monchique; links de witte stad, een

zeer drukke haven, waar talrijke visschersschepen voor anker liggen,

en de rivier, die als een breed estuarium den oceaan bereikt.

Evenals te Tavira en te Lagos ligt een tuin vol bloemen aan de

haven. In de schaduw van palmen zien wij naar den tegenoverliggenden

oever, waar het dorp Ferrugado in het zonlicht glanst, terwijl men

in het dichtbij zijn de hotel een smakelijk maal bereidt, waaraan wij

geneigd zijn, groote eer te bewijzen. Krachtige soep, versche baktong,

schapevleesch met rijst, malsche biefstuk, eieren in den dop, kaas

en verschillende vruchten, koffie zonder cichorei, dat lijkt al heel

weinig op het onsmakelijke eten, dat men ons had voorspeld! Tusschen

twee haakjes, waarom worden de eieren altijd gepresenteerd op het

laatst vóór het dessert, en waarom is een eierdopje een onbekend

iets? De Portugees breekt zijn ei in een glas, klopt het, mengt er

vaak suiker en melk doorheen en drinkt het mengsel; ik twijfel niet,

of het zal wel lekker zijn, maar de bereiding is niet uitlokkend. Wij

geven de voorkeur aan onze manier: een dik sneedje brood, waar het

kruim in het midden uit is weggesneden, houdt het ei in positie en

zoo krijgen we een geïmproviseerd eierdopje. Maar daar een ei alle

dagen op het menu voorkomt, daar men dus alle dagen hetzelfde werk

moet doen, om een primitieve bergplaats ervoor te maken, die het ei

in verticalen stand houdt, zullen wij de volgende maal, als we weer

in Portugal komen, eierdopjes meenemen.

Nog een opmerking, die niet onbelangrijk is. Er was ons verteld van

de keuken der Algarviërs, dat ze niet alleen niet aanlokkelijk was

om de schotels, die ze leverde, maar dat ze weerzinwekkend was om de

vele olie van twijfelachtige verschheid, die er systematisch werd

gebruikt. Hoe is het mogelijk, zoo van een land te lasteren! Niet

alleen waren alle spijzen met boter bereid, maar op tafel stond bij

elken maaltijd een schaaltje met versche boter, uitstekend van smaak.

Doch nu naar Portimao! Op twee kilometer van de stad, bereikt men langs

een cornicheweg, die de kronkelingen der rivier volgt, het strand

van den oceaan bij een plek, de Rocha genoemd, waar een zeebad is,

dat pas beginnend zich te ontwikkelen, een goede toekomst tegemoet

gaat. Een hotel met een klein casino en een zeker aantal villa's

liggen er op de rots. Als de verkeersmiddelen in beteren staat waren

tusschen Lissabon en Portimao, zou zeker deze plaats snel vooruitgaan,

want het is onmogelijk, een veiliger strand te vinden, met fijner zand,

een mooier zee en een schilderachtiger uitzicht op rotsen.

Van Portimao brengt ons een goede rijweg in drie uren naar Lagos door

een golvende landstreek, waar de plantengroei altijd prachtig is en de

dorpen altijd wit zijn. De Serra de Monchique beheerscht het landschap

voortdurend, terwijl het land geleidelijk afdaalt naar de zee.

Een koele wind tempert de hitte van de zon. Telkens komen wij op

ezels boeren tegen; hun bruine tint, hun groote oogen, hun scherp

geteekende trekken wij zen op de Mooren, van wie ze afstammen.

Evenals Portimao is Lagos gebouwd aan een rivier, waarvan de breede

golf aan den mond een goede haven vormt voor de visschersbooten. Net

als te Villa Real doet de geheele bevolking aan vischvangst, terwijl de

vangst door tal van fabrieken wordt bewerkt. Dit zeestadje was vroeger

van groot belang, zooals nog blijkt uit de vestingwerken, die nog goed

bewaard zijn gebleven en van waar men een ruim panorama overziet. Tot

de rotsen van de Rocha breidt de reede zich in onmetelijke wijdte uit,

die veilige reede, die de engelsche vloot zoo goed kent, omdat zij

er geregeld binnenloopt, hetgeen een bron van welvaart oplevert voor

alle bewoners.

De straten zijn ongewoon druk. Er is iets aardigs in die fontein

aan het eind van de Portastraat bij de vischmarkt, waar vrouwen en

kinderen met de kruik op de zijde rustend, om beurten water komen

halen, waar karren met in rijen geschaarde waterkruiken staan te

wachten, om uit de levende bron hun vloeibare lading in te nemen. Als

de avond is gevallen, maakt elke huisvrouw op den drempel van haar

huis op een draagbaar fornuis het maal voor het gezin klaar, want het

is altijd warm in Lagos en er is niet op schoorsteenen gerekend bij

den bouw der huizen; van huis tot huis wordt er gepraat en gelachen,

ook om de kuiten der toeristen, wier korte broek de aandacht trekt.

De koninklijke weg zet zich nog voort van Lagos tot Villo do Bispo over

een afstand van 28 kilometer ongeveer door de dorpen Espiche, Almadena,

Budens en Figueira. Ongemerkt is het landschap veranderd; men bemerkt,

dat men die uiterste punt van Europa nadert, die vaak door stormen

wordt geteisterd en waar de altijd woelige zee tegen de hooge rotsen

breekt. Tot Villo do Bispo houdt intusschen de plantengroei aan, en de

cultures volgen elkaar op. Daar eindigt plotseling de weg, en kleine

ezeltjes, met wonderlijk hooge zadels zijn de eenige vervoermiddelen.

Villo do Bispo ligt op de punt van een driehoek, omvattend het

Sagres-schiereiland en waarvan de basis gevormd wordt door een lijn,

die de punt van Sagres met kaap Sint Vincent verbindt. Welk een

landschap! Op eenigen afstand van het dorp wordt de plantengroei al

armoediger; geen boom, geen stuk bouwland, de zandige en rotsachtige

grond levert eerst nog distels op, waarvan de roode en witte bloemen

de vlakte bedekken, maar dan verdwijnt alle spoor van planten;

alleen enkele salieplanten en wilde immortellen en bramen leggen een

beetje kleur op den rosbruinen grond. Welk een triestheid! Wat een

verlatenheid! Welk een leegte! Aan den rechterkant verrijst kaap Sint

Vincent met haar hooge, donkere rotsen, waarvan het zwarte gesteente

altijd door nevelen is omgeven. Een machtige vuurtoren wijst aan

de talrijke schepen op zee deze kust aan, waar zooveel schipbreuken

hebben plaats gehad. Van het uiterste eind der kaap, die zich meer

dan honderd meter boven de schuimende zee bevindt, dwaalt het oog

over den onbegrensden oceaan; ons oud Europa eindigt daar in een

bepaald grootsch panorama. Men kan begrijpen dat de Ouden, toen

ze het beschouwden, er den naam van Promontorium sacrum aan gaven,

heilige plaats, voorgebergte, door godsdienstig ontzag gewijd aan

den god der zeeën.

Vlak naast den vuurtoren ziet men ruïnen, die moeten hebben behoord aan

een oud klooster, dat beroemd was en gewijd werd aan den H. Vincentius,

vandaar de naam van de kaap. De legende wil, dat het lijk van den

heilige, dat na zijn martelaarschap te Valencia in Spanje begraven

was, later, in den tijd der invallen door de Mooren in het Iberisch

schiereiland, door vrome handen was overgebracht naar de verre

schuilplaats van het heilige voorgebergte. Tien raven vergezelden

den stoet. Aan de kaap verlieten ze het lijk van den heilige niet,

en toen een kapel, die het bevatte, gebouwd was, vestigden de vogels

zich duurzaam op het dak. Dit is een zeer oude legende. Edrisi, een

arabisch aardrijkskundige uit de 12de eeuw zinspeelt erop in deze

woorden, die de kaap beschrijven, waaraan hij den naam geeft van

de Ravenkerk: "De kerk heeft geen veranderingen ondergaan vanaf den

tijd der eerste christenen... Zij is gebouwd op een kaap, die in zee

ver vooruitspringt; op den top van het gebouw ziet men tien raven;

niemand weet, waarom die er verblijf houden, en niemand heeft ze

ooit zien wegvliegen. De priesters, die met den dienst zijn belast,

zeggen, dat het wondervogels zijn".

Van kaap Sint Vincent naar Sagres vormt de kust diepe baaien, in welker

diepte de zee onophoudelijk tegen de rotsen klotst. Als het mogelijk

is, wordt het land nog troosteloozer. Sagres is nu niet anders dan

een armoedig dorpje, welks ruwe bevolking om het leven kampt met den

dorren grond en die, om haar dorst te lesschen, niets heeft dan het

hemelwater, dat opgevangen wordt in zoogenaamde marete's, réservoirs

in de open lucht, die zoo zijn ingericht, dat ze aan den voet der

hellingen al het vocht opvangen, vallend in deze kuststreken. Het is

een zwart, vuil water, maar de menschen stellen het op hoogen prijs.

Kaap Sagres is eerder een schiereiland dan een kaap. Dat schiereiland

wordt afgesloten door oude, lage, massieve vestingwerken, in welker

midden een poort door een bastion gekroond is. Het dorp is evenals

de kust vol van herinneringen aan den infant Hendrik, die de plaats

in 1419 zou hebben gesticht en er werven zou hebben aangelegd en

scholen, met het doel, de zeevaart te ontwikkelen en de groote

zeevaartkundige ontdekkingen. Men laat u zelfs in Sagres het huis

zien, waar hij zou hebben gewoond en waar hij ook gestorven zou zijn;

ook merkt men er een marmeren plaat op, die er in 1839 is geplaatst

boven de binnenpoort van de plaats op bevel van koningin Dona Maria II,

teneinde voor altijd de herinnering levendig te houden aan den grooten

Infant. Maar hier raken wij aan een probleem, dat de portugeesche

archaeologen lang heeft bezig gehouden en nog niet met rust laat,

namelijk waar precies de plek is van die "Villa do Infante".

In Portugal De Aarde en haar Volken, 1908 · 第 4 / 10 段