Deze goede vrouw was echter evenmin als Othello geschikt om

„—de jaloerschheid te dulden,

Te vallen met het wislen van de maan, van arg- in argwaan.”

Bij haar luidde het even als bij hem:

„—neen! één twijfeling,

En alles is beslist!”

Zij gaf dus Jenni bevel, om onmiddellijk haar boeltje te pakken en op

te trekken, daar zij besloten had, dat zij dien nacht niet meer onder

haar dak zoude slapen. De heer Partridge had te veel door de

ondervinding geleerd, om zich met iets van dezen aard te bemoeijen. Hij

nam dus zijn toevlugt tot zijne gewone dosis geduld; want hoewel hij

geen geleerde was in het Latijn, herinnerde hij zich heel goed en

begreep best den raad in den volgenden regel bevat:

„Leve fit, quod bene fertur onus.”

hetgeen zeggen wil: „een last, dien men behoorlijk weet te dragen, valt

niet zwaar.”

Wat hij ook altijd in den mond had, en de waarheid waarvan hij, zonder

twijfel, dikwijls in de gelegenheid was te ondervinden.

Jenni wilde hare onschuld betuigen; maar zij was niet bestand tegen den

storm. Zij ging dus aan het pakken, waartoe zij niets anders noodig had

dan een vel grof papier, en haar armzalig loon ontvangen hebbende,

keerde zij weder naar huis terug.

De schoolmeester en zijne vrouw bragten geen aangenamen avond door;

maar vóór den volgenden morgen was er het een of ander gebeurd, dat de

woede van jufvrouw Partridge een weinig tot bedaren bragt, en zij liet

eindelijk toe, dat haar man zich verontschuldigde, te meer geloof aan

zijne woorden hechtende, daar hij, in plaats van te verlangen dat Jenni

terug geroepen werd, zijne voldoening uitte over haar ontslag, en

zeide, dat zij, als meid, van weinig nut meer was, daar zij al haar

tijd met lezen doorbragt en bovendien onbeleefd en koppig was geworden;

want zij had inderdaad, in den laatsten tijd, verschillende

letterkundige twisten met haar meester gehad, waarin zij hem hare reeds

vermelde meerderheid had doen gevoelen. Dit echter stemde hij nooit

toe; en daar hij het koppigheid noemde, als zij gelijk had en dat

volhield, begon hij haar met niet weinig verbittering te haten.

Tom Jones · 第 23 / 340 题