Amerikanen, Engeland en Amerika, als de volken en landen aan,
waar de preutschheid, het met neusophalende minachting bejegenen
van al wat zweemt naar sexueele problemen, het sterkst is. Waar de
sexueele humor de pruderie wil bespotten, kiest hij als object meestal
Engelschen of Amerikanen. En zelden wordt daarbij dan verzuimd om op
het sterkst te laten uitkomen, dat zich juist bij die volken achter die
preutschheid de felste sexualiteit verbergt. De sexueele humor doet
ons de genoemde volken kennen als de fatsoenlijkste in het openbare
leven en als de meest liederlijke in het particuliere leven. Het thema
van het Engelsche en Amerikaansche zedigheidsvertoon wordt zelden
anders behandeld dan op spottende of sarcastische manier. Van de
tallooze staaltjes, die als blijken van de verregaande Amerikaansche
zedelijkheid worden opgedischt, vermelden wij hier dit eene: In
den staat Maine werd een recruut afgekeurd, wijl hij op zijn arm
het beeld eener naakte Eva droeg. Twee dagen later meldde hij zich
weer ter keuring en werd goedgekeurd--hij had de Eva een hemd laten
aantatoeëeren. Intusschen zouden het juist de Amerikanen en Engelschen
zijn, die in het geheim, bijvoorbeeld als zij buitenslands vertoeven,
zich aan de grootste sexueele buitensporigheden overgeven. En dit
geldt niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen, die beiden zeer
reislustig zijn, en liefst alleen reizen. De prude miss, die in
Londen of New-York als een voorbeeld van strenge ingetogenheid en
van haast sexelooze zedigheid geldt, zou alleen daarom zoo verzot
zijn op alleen-reizen, om in verre streken haar al-te-menschelijke
passies eens den vrijen loop te kunnen laten.
Eenige jaren geleden ging er door de Europeesche pers een klacht uit
Caïro, dat daar het prestige van het blanke ras groot gevaar liep door
het gedrag van vele alleen-reizende Engelsche dames, die met inlandsche
opperhoofden tijdelijke vriendschapsbetrekkingen aanknoopten,
over wier aard niemand, die deze gentlemen nader kende, twijfel
kon koesteren. Tallooze anecdoten omtrent erotische avonturen van
vrouwelijke globe-trotters met Zwitsersche en Italiaansche berggidsen
etc. dichten de streng-fashionable misses dezelfde belustheid op
erotische sensaties toe, mits deze maar incognito te genieten zijn.
Deze en dergelijke dwaasheden--die intusschen allerminst uitsluitend
bij Engelschen en Amerikanen te zoeken zijn--tuchtigt de erotische
humor met rusteloozen ijver. En de spot is hier een strafmiddel,
dat tevens als geneesmiddel werkt. Hier vooral is van toepassing
het woord van Friedrich Schlegel: De maatschappij is een chaos,
die alleen met spot is op te voeden en tot harmonie te brengen.
De spottende glimlach der openbare meening weerhoudt de menschen meer
van onmaatschappelijke zonden dan de strengste strafwet.
V.
VERBODEN VRUCHTEN.
De sexueele neigingen zoeken hare bevrediging niet altijd op
geoorloofde wegen. Geoorloofd zijn alleen die wegen, die de heerschende
sexueele moraal openlaat. In de tegenwoordige beschaafde wereld is de
eenige onvoorwaardelijk geoorloofde vorm van geslachtsverkeer die van
het huwelijk. Alle buitenechtelijk geslachtsverkeer is of overspel,
of prostitutie, of wat anders, maar in elk geval in strijd met de
sexueele moraal, dus verboden. Een verbod, dat zich gerespecteerd wil
zien, moet kunnen beschikken over strafmiddelen. De sexueele moraal
heeft als middel ter kastijding voor die overtredingen, welke niet
vallen onder de strafwet, de licht ontvlambare verontwaardiging van
alle fatsoenlijke menschen, dus van alle menschen. De fatsoenlijke
lieden zijn zooveel als de onbezoldigde scherprechters der beleedigde
sexueele gerechtigheid; hun taak is het elken sexueelen onverlaat
te tuchtigen met opspraak, onthouding van achting, verbanning uit de
zedelijke fatsoensgemeenschap, en zoo voort.
Nu kan men elke wet eerbiedigen op twee manieren. Eerstens door
haar werkelijk te eerbiedigen. Men beloopt dan geen kans op straf,
maar smaakt ook de zoetheden der verboden vrucht niet. Ten tweede
door haar in schijn te eerbiedigen en haar in het geheim, ongezien,
zoo gezegd aan z'n laars te lappen. Deze manier opent, afgezien van
een miniem risico, de aanlokkelijke mogelijkheid van het verbodene te
kunnen smaken zonder vrees voor den bitteren nasmaak; of, commercieel
uitgedrukt, de mogelijkheid van te kunnen koopen zonder betalen. Zij
ontheft van straf en schenkt vrijheid van beweging. Men behoeft de
eene niet te duchten en toch de andere niet te ontberen.
Op welke van deze twee manieren wordt nu de sexueele moraal
geëerbiedigd? Wellicht door eenigen op de eerstgenoemde manier. Maar
zeer zeker door bijna allemaal op de tweede manier. En dan is er nog
een restant, dat de sexueele moraal eerbiedigt op geen enkele manier.
De sexueele moraal heeft dus te doen met drie categorieën: een
categorie van menschen die doet wat ze voorschrijft; een die den
schijn aanneemt alsof; en een die haar openlijk braveert. Houvast
heeft die arme sexueele moraal alleen aan deze laatste; alleen op deze
kan ze staat maken. De beide andere categorieën zijn onbetrouwbaar
en twijfelachtig--allen die deze categorieën vormen houden zich of
ze behooren tot de eerste, en van niemand hunner is het volstrekt
zeker. De sexueele moraal heeft dus eigenlijk maar te doen met twee
categorieën: met eerlijke vijanden, aan wier gezindheid blijkens
hun woorden en daden niet valt te twijfelen, en met vrienden van
oncontroleerbare goede trouw. De sexueele moraal wordt alleen door
haar vijanden niet bedrogen. Door al hare aanhangers vermoedelijk
wel. Zij kan alleen staat maken op wie maling aan haar hebben. Hare
getrouwen zijn onbetrouwbaar.
Men heeft al begrepen, dat deze interessante situatie aan de sexueele
humor niet kan zijn ontgaan. En dan ziet men ook gemakkelijk in,
dat hier voor alle vormen van humor en satire weer een onmetelijk
terrein te ontginnen ligt. Inderdaad, zoowel de openlijke sexueele
opstandigheid als de leidzame gehoorzaamheid en de snoode schijntrouw
bieden humor en satire in ruime mate stof. Maar het meest doet dat
toch natuurlijk, om niet ver te zoeken redenen, de laatste. En onder
de schijngetrouwen der sexueele moraal natuurlijk weer diegenen, die
haar het geraffineerdst bedriegen en om den tuin weten te leiden. De
intensiteit van den erotischen humor neemt toe met de sluwheid waarmee
de sexueele moraal bij haar figuurlijken neus wordt genomen.
Dit blijkt al dadelijk uit de manier, waarop de sexueele humor
omspringt met de beide hoofdschotels van het menu der verboden
vruchten: de prostitutie en het overspel.
De prostitutie, in haar wezen trouwens meer tragisch dan komisch,
biedt den erotischen humor maar weinig aangrijpingspunten. En dat
wijl zij met de sexueele moraal op voet van openlijke vijandschap
leeft. Komische elementen zijn in de prostitutie eigenlijk alleen de
teleurstellingen, die allen wachten die heul en troost bij haar zoeken
(zie de plaat: In den Venustempel, of geld op, geen liefde meer)
en die in het algemeen hierop neerkomen, dat men in plaats van bij
de prostitutie de gehoopte en voorgespiegelde genoegens te smaken,
alle kans loopt eerst uitgeplunderd en vervolgens afgeranseld te
worden. Verder weet de sexueele humor uit de openlijke prostitutie
niet veel bruikbaar materiaal te halen (fig. 12, 43, 50, 79, 127). Iets
meer heeft de humor aan de geheime, zich verbergende prostitutie, die
zich bedient van maskers, dus schijnconcessies doet aan de sexueele
moraal (fig. 31. 51). Maar steeds is het komische in den humor, die
ontleend is aan de prostitutie, zeer voelbaar geforceerd. Evenzeer
als alle prostitutie slechts een surrogaat is van geslachtsleven,
is alle humor, daaraan ontleend, slechts een surrogaat van humor.
Geheel anders is het gesteld met het overspel. Zoo armelijk en troebel
als bron van humor de prostitutie is, zoo onuitputtelijk saprijk
is ten deze de verboden vrucht die overspel heet. Daarbij toch is
allereerste eisch: de sexueele moraal behendig te misleiden. Daardoor
is in overspel altijd een komisch element. Zelfs waar men als moralist
het overspel tegemoet treedt, valt daarin veelal een komische toon
te beluisteren.
"De vrouwen zijn gemeenschappelijk eigendom, dat is de wet van de
natuur", zeide een losbol, die op overspel was betrapt, tot den
wijsgeer Diogenes, die hem daarover onderhield. Diogenes antwoordde:
"Het vleesch dat men aan tafel op zijn bord krijgt, was eerst
gemeenschappelijk eigendom, zeer zeker. Maar als het eenmaal in
porties is gedeeld en verdeeld, dan--gij zult dit toegeven--zou het
lomp en ongemanierd zijn, de portie van uw buurman van diens bord te
nemen en op te eten. De schouwburg is voor alle burgers; maar als de
plaatsen eenmaal zijn bezet, dan heeft niemand het recht een ander van
zijn plaats te gooien en er zelf te gaan zitten. En zoo zijn ook de
vrouwen gemeenschappelijk eigendom; maar zoodra ze op de manier van
het land haar man hebben gekregen, heeft niemand anders meer recht
op haar. Wie zich niet tevreden stelt met de zijne, maar jacht maakt
op die van anderen, is een aap of een vraatzieke wolf."
Van alle verboden vruchten uit het sexueele paradijs lokt het overspel
het meest de erotische humoristen aan. Van welken aard de humor is,
die zij uit deze verboden vrucht weten te halen, daarvan geven de
humoresken fig. 77, 96, 97, 106 eenig denkbeeld. De beide voornaamste
komische elementen van den overspelshumor zijn de slimheid waarmee
de bedrogen partij (de man of de vrouw) om den tuin wordt geleid,
en de betrapping op heeterdaad. De waarschijnlijkheid is in dit soort
sexueele humor in den regel ver te zoeken en er valt uit dezen humor
alleen op te maken hoe de phantasie der humoristen dit probleem ziet
en behandelt.
Een onuitputtelijk motief is voor de sexueele satire op het overspel
de dienstbode. Waar zij het opneemt voor de dienstbode, daar draagt
zoodanige satire gewoonlijk een scherp sociaal karakter en brengt
zij met gloeiende verontwaardiging het feit aan het licht, dat deze
maatschappelijke zwakke door de mannelijke gezinsleden niet zelden
wordt beschouwd, althans behandeld als sexueele lijfeigene, die men het
recht heeft met taalvuil te overstelpen, die zich oneerbare aanrakingen
moet laten welgevallen, en die er niet alleen is om des daags mevrouw
te dienen, maar ook om daarna de heeren ter wille te zijn. Scherp
wordt deze toepassing van het recht van den maatschappelijk sterkste
gehekeld door den Franschen humorist Forain in zijn plaat "Nog geen
rust" (fig. 124). Tot laat in den avond is het meisje op de been
geweest om de huishouding te verzorgen; als zij eindelijk doodmoe
op den rand van haar bed zit, komt de heer des huizes er haar aan
herinneren, dat ze ook bij hem in dienst is.
Deze opvatting is intusschen door en door modern. Wel heeft het
dienstmeisje der laatste eeuwen niet over te weinig belangstelling
van de zijde der humoristen etc. te klagen; maar het voor haar op te
nemen was iets waar de vroegere satire zich niet mee ophield. Zoo
is in de literatuur zoowel als in de prentkunst en meer nog in van
mond tot mond gaande anecdoten de dienstbode de heldin van galante
avontuurtjes--de geraffineerde verleidster, die bij voortduring den
onschuldigen heer des huizes in haar netten lokt of de deugd van
den zoon lagen legt. Op de overige zonden, die op ander dan sexueel
terrein haar door de humoristen der oude scholen ten laste werden
gelegd, kunnen wij hier natuurlijk niet ingaan.
Een typeerend voorbeeld van deze eenzijdige opvatting van de
gevaarlijkheid der dienstbode voor de deugd der mannelijke gezinsleden
geven wij hier in een tamelijk banaal prentje van H. Zasche uit het
Weener spotblad "Sekt" (fig. 123). Het is hier de oude geschiedenis:
Vrouwlief, die haar man betrapt op familiariteiten met het coquette
dienstmeisje, en manlief, die zich van den domme houdt. Niet
onaardig wordt in het onderschrift een variant geleverd op den
Engelschen professor die door zijn echtvriendin op heeterdaad werd
betrapt dat hij het dienstmeisje zoende, en op haar betuiging, dat zij
"hoogst-hoogst-onaangenaam was verrast" met grappigen ernst verklaarde:
"Pardon, Louise, ik ben verrast".
Trouwens ook nu nog is in de spies-burgerlijke humoristische bladen,
die de heerschende meeningen van de groote massa der eerzame, zij het
niet overdreven intelligente burgerij weergeven, het dienstmeisje de
loszinnige pierewaaister, die zich maar liefst zoo gauw mogelijk
laat verleiden en elke intentie in die richting met de meeste
inschikkelijkheid tegemoet komt. Het wantrouwigst is natuurlijk
mevrouw met haar kring van intieme vriendinnen en de deugdzaamheid
van het meisje wordt in den regel te sterker gewantrouwd naarmate
het verschil in leeftijd met mevrouw grooter is.
Er zijn echter ook weer erotische humoristen, die ten deze het
dienstmeisje wreken; bijvoorbeeld door stekeligheden als deze:
--En nog iets, meisje. Je getuigschriften zijn goed, maar dit wou ik
nog weten: heb je een vrijer?
--Zeker, mevrouw. En een erge knappe jongen. Maar ik laat hem toch
niet hier komen..... mijn vorige mevrouw is ook al haast met hem
schoot gegaan.
Waar humor en satire zich zoo algemeen en zoo onvermoeibaar met
het dienstmeisje als middelpunt van sexueele situaties bezighouden,
daar ligt het voor de hand aan te nemen, dat het werkelijke leven
hun daarvoor aanhoudend stof levert.
Humor en satire toch putten altijd uit de werkelijkheid, het zijn
de enfants terribles, die verklappen wat er achter het gordijn van
de eerzame samenleving al zoo te koop is. Wat zij ons te zien geven,
daar is gewoonlijk wat van aan. Wie geen vreemdeling is in het brave
Jeruzalem onzer maatschappij weet trouwens, dat het dienstmeisje
inderdaad het middelpunt is van ongeoorloofde sexualiteit, en dat
zoowel Forain als Zasche en Kuhn c.s. gelijk hebben. Beiden laten
ze een tegenovergestelde zijde van de waarheid zien. En dieper in de
werkelijkheid verbergt zich achter dat oogenschijnlijk zoo komische
een wereld van aangrijpende levenstragiek. De levensomstandigheden
drijven scharen van levenslustige, dartele jonge vrouwen, dorstende
naar wat levensgenot, maar zonder middelen om zich ook het minste te
kunnen veroorloven, in omgevingen, waar niet zelden het voornaamste
levensprobleem is: hoe het leven te vullen met genietingen.
Het frissche jonge leven, met een meest kleurloos verleden achter
zich en zonder veel zorg voor de toekomst, komt in aanraking met
het door onafgebroken genot geblaseerde, dat juist alleen nog maar
voor dat jonge en frissche kan ontvlammen. Wat uit zulke situaties
lichtelijk kan voortkomen, is niet twijfelachtig--armoede, coquetterie
en genotzucht zijn fatale raadgeefsters, de eene grijnst, de andere
vleien; de jonge meisjes uit het volk leenen hun maar al te gaarne
het oor. Zoo komen zij ten val en niemand ontziet zich de eerste te
zijn om steenen op haar te werpen--on les accable, zegt Victor Hugo,
avec la splendeur de tout ce qui est immaculé et inaccessible. Veel
interessants aangaande het dienstmeisje als sexueele prooi en als
sexueele vrijbuitster heeft Octave Mirbeau onthuld in zijn boek
"Le journal d'une femme de chambre".
De algemeene moraal van allen humor op ongeoorloofde sexueele
verhoudingen schijnt deze te zijn: dat het zoo erg niet is en dat ze
het allemaal doen, dat de een openlijk zondigt, de ander in het geheim,
de een zus de ander zoo, maar dat per saldo niemand heelemaal zuiver
is--een opvatting waarop het maar het best schijnt niet te diep in
te gaan, maar ze eenvoudig te laten voor rekening van den sexueelen
humor, daarbij in het oog houdende dat deze gewoonlijk overdrijft en
dat overdrijven is: vergroot voorstellen van--de waarheid.
VI.
DE SEXUEELE OPVOEDING.
De geslachtelijke neigingen en wat daarmee in verband staat nemen eerst
van het intreden der puberteit af in het leven van den mensch een
overwegende plaats in. De jeugd is kennelijk door de natuur bestemd
als de tijd van rustige voorbereiding ook voor de levensfunctie
der voortplanting, en op de ouderen rust derhalve een natuurlijke
verplichting de jongeren ook ten deze doelmatige leiding te geven.
Hoe komen de ouderen deze verplichting na? De sexueele humor
aarzelt niet op deze vraag te antwoorden: op de meest dwaze, zotte
en onverstandige manier. En, het moet erkend, de erotische humor,
zijn methode getrouw, laat het niet bij beweringen, maar overstelpt
ons tegelijkertijd met onweerlegbare bewijzen.
De hoogste wijsheid van alle sexueele pedagogiek is zooal niet
in theorie dan toch in de practijk: onwetend houden. Volstrekte
onwetendheid in sexueele dingen, dat schijnt het grondbeginsel te
zijn van alle practische sexueele opvoeding en volgens die opvatting
is de onwetendste de deugdzaamste. Voor zoover men zich de moeite
geeft hierover na te denken, redeneert men, dat de onwetendheid de
beste bescherming is tegen de gevaren, die op het sexueele levenspad
van alle kanten dreigen--een redeneering die natuurlijk gelijk staat
met te beweren dat om niet te verdwalen men onbekend moet zijn met
den weg. Van dergelijke logica levert de practische opvoedkunde vele
en zeer vermakelijke staaltjes.
Men laat het opgroeiend geslacht wellicht niet alleen hierom onkundig
van sexueele dingen wijl dit zoo goed en nuttig is, maar ook omdat
het zoo makkelijk is. Gemakzucht speelt daarbij minstens een even
belangrijke rol als het geloof aan de preservatieve werking van de
onkunde. En ook is het groote meerendeel der volwassenen op sexueel
gebied te onernstig, om ook maar in staat te zijn over die dingen
ernstig te spreken.
Men kan sexueele onderwerpen niet anders behandelen dan op frivole
wijze. En daarom spreekt men met diegenen, tegenover wie men gevoelt
dat die manier niet op haar plaats is, er liever heelemaal maar niet
over, en geeft met name het naar leiding snakkende kind ontwijkende
en absurde antwoorden, steenen voor brood.
Natuurlijk is de opvatting, dat sexueele onkunde een veilig
voorbehoedmiddel is tegen de sexueele gevaren, een erbarmelijke
dwaling. De onkunde bevordert juist, dat de rijpende phantasie de bron
wordt, waaraan de natuurlijke sexueele weetgierigheid zich tracht te
laven. En deze leermeesteres leidt bijna altijd op verkeerde wegen,
zij voert weer naar andere ongeschikte bronnen om sexueele kennis op
te doen, als onzuivere gesprekken, prikkellectuur en wat dies meer
zij. En zoo is het een zeer algemeen verschijnsel--waarop vooral ook
de erotische humor op zijn wijze de aandacht vestigt--dat zij, die men
sexueel onwetend, dus onnoozel en onschuldig waant, reeds belast zijn
met een diep-bedorven phantasie en met hun sexueele ervaringen hun
sexueele kennis ver vooruit zijn. Volstrekte sexueele onwetendheid
bestaat niet. En terwijl men aan den eenen kant alles verzuimt,
doet men aan den anderen kant wat beter was na te laten.
Want tegelijkertijd dat het kind onwetend wordt gelaten op sexueel
gebied, wordt het toch al afgericht op de sexueele rol, die het
later heeft te spelen. Dit geldt vooral van het meisje. Dit wordt in
kleeding, in toilet, in gedrag jegens het andere geslacht, al vertrouwd
gemaakt met de kunsten der coquetterie lang voor het zich van het
doel daarvan in het minst bewust kan zijn. Africhting op speculatief
woekeren met erotische effecten wordt op sexueel gebied blijkbaar het
eerst, zoo niet het eenig noodige geacht waartoe men bij de sexueele
opvoeding verplicht is. In den concurrentiestrijd om den man wordt
de vrouw al van kindsbeen zorgvuldig gedresseerd, hoewel ook hierbij
weer de "opvoeders" dikwijls al even weinig klaar besef hebben van
wat ze doen, als de geestelijk mishandelde objecten dier opvoeding.
Natuurlijk doet bij de sexueele opvoeding ook de dubbele moraal voor
man en vrouw zich duchtig gelden. Het meisje moet tot den dag van haar
huwelijk toe sexueel onbesproken blijven. Dat beteekent tegenwoordig
geheel iets anders dan het een paar eeuwen geleden, ook hier te lande,
deed. Tegenwoordig wordt van de ongehuwde vrouw volstrekte sexueele
geheelonthouding verlangd. Tegelijkertijd wordt de jonkman in dit
opzicht alle vrijheid gelaten. Naar wat hij vóór zijn trouwdag op
sexueel gebied al heeft uitgevoerd, wordt niet gevraagd. Maar het
meisje moet als zij het huwelijksbed bestijgt, nog rein en ongerept
zijn als een pasgeborene. Aan de mannelijke partij wordt in dit opzicht
geen enkele eisch gesteld, men houdt zich zelfs of men wel gaarne ziet,
dat de man een bont sexueel verleden achter zich heeft. Degenen, die
vóór hun huwelijk sexueel zijn uitgeraasd, worden, zoo bazelt men,
de beste mannen en de voorbeeldigste huisvaders. In de waardeering
staat hij die openlijk het leven van een Don Juan heeft geleid,
eigenlijk hooger aangeschreven, dan degene van wien in die richting
niets of het tegenovergestelde bekend is. Van deze laatsten vreest
men, dat het na het huwelijk wel komen zal--het kwaad moet er uit,
vroeg of laat. Levenswijze grootmoeders en dito oudtantes zien
kleindochters of nichtjes met meer gerustheid in de huwelijksschuit
stappen met een schuinsmarcheerder, die sexueel al nagenoeg op is,
dan met iemand, die "de wereld nog niet heeft bekeken" en nog niet
heeft genoten. Die toch komen, zoo meent men, later los.
Het eigenaardige in deze opvatting is, dat men er meestal eerst na
het huwelijk, als er uit het sexueel verleden van den man een en
ander begint uit te lekken, mee voor den dag komt. De consequentie
durft men er blijkbaar niet van aan--men durft niet het jonge meisje
opvoeden in de leer, dat het voor een gelukkig huwelijk noodzakelijk
is dat zij trouwt met een verdierlijkt, ontzenuwd individu, die in
sexueele potentie eigenlijk reeds het tijdperk der aftakeling is
ingetreden. Met die theorie komt men eerst voor den dag, als later
blijkt, dat de man, aan wien zij zich heeft verbonden, een in sexueel
opzicht veel bewogen leven achter den rug heeft. Dan verbergt men
achter die theorie zijn teleurstelling. Om den schijn toch maar te
redden worden de dingen eenvoudig op hun kop gezet. Natuurlijk acht
men, vooral in burgerlijke kringen met de daar algemeen heerschende
moraal van het uiterlijk fatsoen, een sexueel "net" persoon hooger
dan een doordraaier en vrouwenjager, want men weet zeer wel, dat
"een vos wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken"--de geijkte
formule voor het tegendeel der voorgewende Don-Juan-vereering. Maar,
vooral in dingen van sexueele moraal is men gewapend voor alle
mogelijkheden. Naar omstandigheden komt men met een theorie of
met haar tegendeel voor den dag. Blijkt na het huwelijk, dat de
echtgenoot een zwart sexueel verleden heeft, dan zoeken vooral de
oudere vrouwelijke familieleden de zaak zoo voor te stellen, dat een
vrouw met zulk een man een bijzonder geluk is te beurt gevallen. Zoo
wordt dan de nederlaag omgepraat in een overwinning, de schande in eer;
wat in werkelijkheid wel wordt gevoeld als een teleurstelling wordt
voorgesteld als een buitenkansje. Verder bewijst de hier bedoelde
voorgewende voorkeur voor verloopen sujetten goede diensten bij
het aansturen op een huwelijk dat voor het meisje maatschappelijk
bijzonder voordeelig schijnt, hoewel de mannelijke partij nu juist
niet uitmunt door platonische reinheid. Dan eerst blijkt eerst
goed, hoe ruim het sexueel geweten is. In zulke gevallen worden de
deugden van zoodanige individuen en hun bijzondere begeerlijkheid als
echtgenoot door de vrouwelijke verwanten met vurige welsprekendheid
geprezen. Juist zulke, neen, alleen zulke personen, worden trouwe,
rustige, zorgzame huisvaders, die hun geluk alleen vinden bij hun
vrouw. Natuurlijk is men elk oogenblik bereid dit standpunt prijs te
geven voor het tegenovergestelde. Komt bijvoorbeeld het gewenschte
huwelijk niet tot stand, en is de eerstvolgende minnaar meer van het
"nette" soort, dan wordt met niet minder welsprekendheid ook diens lof
gezongen. Ook zulke, neen alleen zulke personen kunnen dan trouwe,
rustige, zorgzame huisvaders worden, die hun geluk alleen vinden
bij hun vrouw. Er is ten deze geen vast standpunt. Wordt degene, die
naar de hand van het meisje dingt, door de verwanten van het meisje
maatschappelijk een goede partij geacht, dan wordt de verhouding
bevorderd en begunstigd. En daarbij heeft men voor elk bijzonder geval
zijn bijzondere drogredenen. Om consequentie bekommert men zich op
dit gebied wel het allerminst.