Vol trots, vol zelf-bewondering keek Max rond in zijn keurig
kantoor. Dat was toch maar _zijn_ werk, zijn eigen werk, dat hij hier
nu zoo prachtig zat. Ruim, luchtig, comfortabel....
Voor hem op zijn groot bureau ministre lagen een paar exemplaren van
het weekblad "Eva". Liefkoozend, bijna streelend, legde hij zijn
hand er op. Werkelijkheid.... zijn droom werd nu toch waarachtige
werkelijkheid....
Hij leunde welvoldaan in zijn bureaustoel. Hij bezat dan toch
wel kracht en doorzettingsvermogen, om, ondanks alle bezwaren en
moeilijkheden, vol te houden, vól te houden, totdat het doel was
bereikt. De zaken waren bij Wouters niet zoo glad van stapel geloopen,
als hij had gemeend. Nee, die wou kapitaal hebben, notabene, een
zekerheidsstelling, een waarborgsom,--en daar was hij niet af te
brengen. Ja! als hij dát had.... dan kon hij, Max, tweeduizend
gulden krijgen, dan zou hij goede honoraria betalen.... prijzen
uitloven.... dan zou het weekblad er ook prachtig-verzorgd uitzien,
zwaar papier.... nu en dan een illustratie op kunstdruk-papier... een
opzettelijk-gesneden letter....
Maar waar dat kapitaal te vinden? En toch, zóó in het gezicht der
veilige kust vergaan.... dat wilde Max niet. Nooit, onmogelijk, zou
hij zich weer in zijn hondsch leven, dat hij in gedachten al voor goed
vaarwel had gezegd, kunnen schikken, nu hij zóó'n ander bestaan had
geënvisageerd. Op sommige oogenblikken was hij radeloos; moest zijn
plan, waar toch een fortuin inzat, dan afstuiten op een oogenblikkelijk
gebrek aan dat stomme, dat brute geld?.... Maar de andere jongelui, die
allen gewonnen waren, en waarvan de een zich al enthousiaster betoonde
dan de ander, konden het plan ook maar niet zoo plotseling weer zien
opgegeven. En een hunner wist een nicht van hem zóolang te bewerken,
totdat zij toegaf, en zich aansprakelijk wilde stellen als borg.
Nu waren zij gered, en met spoed werden de toebereidselen gemaakt. Max
drong de omstandigheden met een koortsachtigen ijver voort, totdat
hij wás, waar hij wezen wou.
Een "nette" verdieping, zooals hij dat had gewenscht, was ingericht
als kantoor voor het weekblad "Eva". Hij had de voorkamer,
die uitzag in de Heemskerckstraat, als particulier kantoor;
eenvoudig was de kamer gemeubeld, maar juist volgens zijn genoegen;
met een breede schrijftafel bij het eene raam, een tafel in het
midden, overdekt met boeken en papieren, een paar fauteuils voor de
bezoekers,--bezoeksters,--en een groote boekenkast aan den wand. Verder
had hij gezorgd voor wat mooie groene planten, en voor een paar kleine
aquarellen en eenvoudig-omlijste etsen aan de met effen donkerrood
behangen wanden. Een paar stoelen, een boekendrager, een rek met een
encyclopedie en dictionnaires, en naast zich een klein, tweebladig
vierkant tafeltje.
Eenvoudig genoeg,--maar het had hem nog heel wat hoofdbreken gekost,
om het zoover te krijgen. Want daar hij geen cent fortuin bezat,
moest alles hem op afrekening worden gegeven, en het duurde lang,
en kostte veel moeite, eer hij een leverancier daartoe bereid had
gevonden. Ze hadden meestal zóoveel noten op hun zang, betrachtten
zóoveel voorzichtigheid, dat hij wel eens woedend had uitgeroepen:
waarvoor ze hem dan wel aanzagen? En ja waar zagen ze hem voor
aan? Wel, voor wat hij toen nog was: een klerkje, werkzaam in een
kleine zaak....
Enfin, eindelijk was hij dan toch geslaagd. En hoe! Tevreden was hij,
over- en over- en over-tevreden. Het gaf wel een air van degelijkheid,
deze sobere eenvoud, dat kon niet anders dan een goeden indruk maken.
In het kabinet vóor zat Robert, als zijn particuliere secretaris. Dat
wil zeggen, hij zat er nooit, want zijn journalistieke baantje had hij,
ondanks al zijn, Max', overhalingen, er niet aan willen geven. Later
misschien.... nu vond hij de zaak nog te precair. Precair! verbeeld je,
nu alles zóó prachtig liep: vierhonderd drie en tachtig abonnées, nog
vóor het verschijnen van het eerste nummer! Enfin, hij zat dus voor den
vorm in dat kabinet, maar eigenlijk stond er alleen een schrijfmachine.
Veine! veine! Het geluk dient den stoutmoedige. Het prospectus
was inderdaad practisch en pakkend gesteld. En zijn portret.... nu
hij mocht dan ijdel wezen, goed! maar zijn portret had het hem dan
toch maar gedaan. Hoeveel briefjes had hij niet ontvangen aan zijn
persoonlijk adres: dat die en die zich zoo graag zou abonneeren.... in
de hoop natuurlijk een antwoordje van Hem (met een hoofdletter) terug
te ontvangen. In het begin had hij dat dan ook trouw gedaan,--maar
toen de toeloop te groot werd, moest zijn particuliere secretaris
er voor opdraaien, alias de schrijfmachine. Leuk, leuk, typisch,
pyramidaal, had hij zich er boven-op gewerkt!
Vanavond zou er een vergadering zijn van de redactie en
medewerkers. Gezellig, wat? zoo'n staf om je heen te hebben,
die je drillen en bemeesteren kon. En ze luisterden naar hem;
natuurlijk! sinds hij bewezen had, zoo uitstekend de zaken in te zien!