6 October.--Toen wij gister-avond te Kenareh terugkwamen, vond
ik buiten het dorp een kamp van Guebers, die een pelgrimstocht
deden naar Nakhshe-Roestem. In Perzië worden met den naam van
Guebers de volgelingen aangeduid van de aloude leer van Zoroaster,
die vóór de invoering van den Islam de nationale godsdienst van
Iran was; in Hindostan heeten deze aanhangers van een overigens
schier vergeten cultus, Parsis. Heden morgen heb ik aan de nieuw
aangekomen gasten laten vragen, of zij mij wilden ontvangen, waarop
een gunstig antwoord volgde. Het hoofd der familie is gekleed als
de Perzen uit de lagere volksklasse, met dit onderscheid dat zijne
kleedingstukken, van goed laken vervaardigd, zich onderscheiden door
onberispelijke zindelijkheid. Hoewel zij nieuw schijnen, is toch op
den schouder een lap ingezet van eene andere kleur dan de tuniek; dit
onderscheidingsteeken is voor de Guebers verplicht, om hen steeds van
de muzelmannen te kunnen onderkennen. De nog jonge vrouw is van eene
slanke rijzige gestalte en heeft iets elegants in haar voorkomen: haar
type verschilt overigens niet van dien der mohammedaansche bevolking
van Farsistan. Haar kostuum vertoont eene treffende overeenkomst
met dat van Shapoer, in het bas-relief van Nakshe-Roestem: ook zij
draagt de drie pantalons, en de tuniek met mouwen van de oude Mediërs,
benevens de mitra met den kleinen tulband, die sinds de alleroudste
tijden het hoofddeksel was der bewoners van Iran.
Onze nieuwe kennissen willen met ons naar de ruïnen gaan; zeer
gaarne neem ik hun voorstel aan, en wij begeven ons te zamen naar
den Takhteh. Het spijt mij zeer, dat ik het perzische dialekt, dat
onze reisgenooten spreken, niet verstaan kan: ik kan mij thans niet
met hen onderhouden dan door tusschenkomst van onze toefantsjis,
die zij blijkbaar--en met reden--vertrouwen.
Intusschen verneem ik toch van hen, dat de godsdienst van Zoroaster,
hoezeer belangrijk gewijzigd, nog heden beleden wordt door ongeveer
achtduizend Gruebers, die bijna allen te Yezd woonachtig zijn,
welke stad door hen de stad des lichts wordt genoemd. Geholpen en
ondersteund door hunne talrijke en voor een goed deel zeer vermogende
geloofsgenooten in Hindostan, onderhouden zij verschillende scholen,
zij zijn tot dusver aan de dweepzieke onverdraagzaamheid der
muzelmannen ontkomen, omdat zij een brief bezitten van Ali, waarin
deze schoonzoon van Mohammed hun zijne bescherming belooft.
De Guebers zijn zeer ontwikkeld, verstandig en arbeidzaam; hunne
zeden zijn zuiver; veelwijverij is bij hen onbekend; hunne vrouwen
en dochters zouden zich ongesluierd in het publiek vertoonen, indien
de perzische wet zulk een inbreuk op het mohammedaansche gebruik
toeliet. Zij onderscheiden zich gunstig van hunne landgenooten door
hunne waarheidsliefde en hunne spreekwoordelijke eerlijkheid in den
handel. Door deze in het Oosten zeldzame eigenschappen hebben zij
zich van den geheelen handel der zuidoostelijke provinciën des rijks
weten meester te maken.
Op mijne vragen betreffende hunne godsdienstige gebruiken ontving ik
veel minder volledige en bevredigende antwoorden. Ik vernam van mijne
tochtgenooten dat de Guebers sommige monumenten van Persepolis als
gewijd beschouwen, en dat zij uit alle landen, waarin zij verspreid
zijn, in bedevaart naar de Atesh-ka, de koningsgraven en den
vierkanten toren van Nakhshe-Roestem trekken. Zij mogen de lijken
hunner afgestorvenen door roofvogels laten verslinden; maar het
is hun verboden, hunne eeredienst in de open lucht uit te oefenen,
zich te paard binnen de steden te vertoonen, of kleederen te dragen
zonder een opgezetten lap.
De godsdienst, welke nog heden door de Guebers of Parsis beleden wordt,
is een gewijzigde, verbasterde vorm van het mazdeïsme, eene zeer oude
eeredienst, waarin de overoude godsdienstige denkbeelden der Ariërs,
zoo als wij die uit de heilige boeken der Indiërs leeren kennen, hunne
uitdrukking vonden. De Meden waren meer in het bijzonder dualisten;
de Perzen, ten minste onder hunne eerste koningen, bleven monotheïsten,
althans in dien zin dat de geest des kwaads altijd ondergeschikt bleef
aan dien des goeds. Zij erkenden een oppermachtigen, alomtegenwoordigen
God, aan wiens verschillende eigenschappen en attributen zij echter
tot op zekere hoogte een zelfstandig bestaan toekenden. Volgens de
overlevering, zou de profeet Zoroaster deze godsdienst bij de Mediërs
hebben ingevoerd. Wanneer leefde die groote wetgever? Ik weet het niet,
en het is mij een troost, niet de eenige te zijn, die op deze vraag
geen antwoord kan geven. De klassieke schrijvers kennen hem eenparig
een hooge oudheid toe. Hermippos en Eudoxos zeggen dat hij zes-
of zevenhonderd jaar vóór Alexander, Plinius, dat hij duizend jaar
vóór Mozes leefde; volgens anderen zou hij zeshonderd jaren voor de
regeering van Darius geleefd hebben; de opgaven loopen dus tamelijk
uiteen. Eenige moderne schrijvers zijn van meening, dat Zoroaster een
tijdgenoot van Darius is geweest; dit schijnt echter minder juist,
want Darius beroemt er zich op, dat hij de door de magiërs verwoeste
altaren weder heeft opgericht, waaruit dus volgt dat de oude eeredienst
reeds voor zijn tijd bestond.--Inderdaad weet men niet met zekerheid,
of Zoroaster ooit bestaan heeft.
Volgens de iranische traditie werd Zoroaster te Oermiah in Medië, in
de tegenwoordige provincie Azerbeïdsjan, geboren. Zijne kindsheid en
jeugd was eene aaneenschakeling van worstelingen met booze demonen;
op zijn dertigste jaar verscheen hem een hoogere geest, die hem
in tegenwoordigheid van Ahoeramazda bracht. De profeet mocht der
godheid allerlei vragen stellen over de plichten van den mensch, de
wijze van godsvereering, de geestenwereld, de engelen en demonen en
wat dies meer zij. Hij ontving nu van den oppersten God de Avesta of
het boek der wet, waarmede hij naar de aarde terugkeerde. Hij begaf
zich daarop naar het hof van Gusthasp, koning van Baktrië, bracht de
magiërs des konings, die hem weerstonden en ter dood wilden brengen,
door allerlei wonderen en teekenen tot zwijgen, en wist eindelijk te
bewerken dat de koning met zijn gezin de nieuwe godsdienst omhelsde.
De Zend-Avesta was eene soort van kanonische encyclopedie en tevens
een liturgisch boek, dat niet alleen voorschriften bevatte omtrent
de zedeleer, maar ook omtrent de eeredienst. Zeer langen tijd was
deze heilige schrift der Perzen in het Westen ter nauwernood bij naam
bekend; nu ongeveer een eeuw geleden, werd zij door Anquetil-Duperron
naar Frankrijk gebracht.
Niet minder dan een-en-twintig boeken werden aan Zoroaster
toegeschreven en vormden te zamen de Zend-Avesta; volgens de
overlevering bestond de verzameling nog kompleet ten tijde van
Alexander. Tegenwoordig bezit men nog twee verzamelingen van
fragmenten: de Vendîdâd Sâdeh en de Yesht Sâdeh. De eerste van deze
verzamelingen bestaat uit den Vendîdâd of het boek tegen de demonen,
uit den Yaçna, het boek der offerande, en den Vispered, het liturgische
boek; al deze boeken zijn in het zend of medisch geschreven.
Voor alle dingen beveelt de godsdienst van Zoroaster haar volgelingen
de aanbidding van Ahoeramazda, den goeden en wijzen geest, den
lichtende en stralende, den zeer goede, zeer groote, zeer volmaakte,
zeer schoone en zeer werkzame. Hij is de gevleugelde god, dien Darius
op de bas-reliefs der koningsgraven aanbidt. Ahoeramazda werd in
zijn werk der wereldschepping en onderhouding bijgestaan door zes
Amescha Çpentas en door een groot aantal lagere geesten, de Yazatas;
onder de Yazatas staan nog andere geesten of beschermengelen, die
ieder voor een bijzonderen persoon hadden te zorgen. Deze geesten,
Sa-fravashi genoemd, waren te gelukkiger naarmate zij hunne taak op
aarde beter konden volbrengen.
Terzelfder tijd dat Ahoeramazda, wiens naam Alwetende Heer beteekent
en die ook Çpenta Mainyoe genoemd wordt, de wereld schiep, vertoonde
zich het beginsel des kwaads onder de gedaante van Angro Mainyoe of
Ahriman. Angro Mainyoe schiep uit niets alles wat kwaad, verderfelijk
en schadelijk was, zooals Ahoeramazda het licht, de schoonheid en het
goede geschapen had. Ook de geest des kwaads had medehelpers noodig
voor de vervulling zijner noodlottige taak; daarom schiep hij de
deavas, die overal ellende, jammer en zonde moesten brengen. De zes
machtigsten onder deze demonen waren de aangewezen tegenstanders van
de Amescha Çpentas.
De maatschappelijke en zedelijke voorschriften van de Avesta munten
uit door wijsheid. De wetgever heeft zich de vorming eener rustige,
welvarende en gelukkige maatschappij voorgesteld. Tot grondslag
van geheel zijn ekonomisch stelsel, dat van een zeldzame mate
van doorzicht en zorgvuldige behartiging aller belangen getuigt,
neemt hij den landbouw, den oudsten en eerwaardigsten menschelijken
arbeid. De eigenlijke voorschriften der moraal en der godsdienst
zijn eenvoudig; Zoroaster verlangt alleen dat de mensch de godheid
met gebeden en offers zal eeren; voorts beveelt hij eenvoudigheid
des harten, waarheidsliefde en eerlijkheid in handel en wandel aan.
Ahoeramazda had noch tempel, noch standbeeld, maar op de toppen van
gewijde bergen en heuvels stonden altaren, waarop de priesters het
eeuwige vuur moesten onderhouden. De Perzen offerden ter eere van
den god ossen, paarden, geiten en schapen; het vleesch van die dieren
werd voor het vuur geplaatst, maar niet in aanraking gebracht met de
vlam zelve, die daardoor zou zijn verontreinigd geworden. De vrees om
hetzij de aarde, hetzij het water, hetzij het vuur te verontreinigen,
was dan ook de reden waarom de volgelingen van Zoroaster hunne
dooden niet begroeven, niet in de rivier wierpen en ook niet
verbrandden. Zij legden de lijken neder in eene soort van torens,
die van boven onbedekt bleven, en waar zij door de roofvogels konden
worden verslonden. Gedurende drie of vier dagen na het overlijden,
vertoefde de ziel nog in de nabijheid van haar stoffelijk omhulsel;
dan verscheen zij voor het goddelijk gericht. De engel Rashnoe
plaatste in eene weegschaal hare goede en hare zondige handelingen,
en bracht haar vervolgens naar eene smalle brug, die boven de hel
was gebouwd. Hadden de zondige daden het overwicht boven de goede,
dan stortte de ziel in den afgrond en werd de prooi van Ahriman; in het
tegenovergestelde geval schreed zij ongedeerd over de brug en verscheen
voor den aartsengel Vohoe-Mano, die haar naar Ahoeramazda geleidde.
De bedienaars van de eeredienst, doorgaans onder den naam van magiërs
bekend, droegen den naam van _atravan_. Magiër was bij de Meden,
zooals Levi bij de Joden, misschien den naam van den stam, waaruit
de priesters, wier waardigheid van vader op zoon overging, genomen
werden. Bij de Parsis in Hindostan is de priesterlijke waardigheid
nog heden erfelijk in sommige geslachten. Het woord magiër, dat de
oude schrijvers aan de Perzen ontleend hebben, was ongetwijfeld,
in den mond van de godsdienstige vijanden der medische priesters,
een scheldwoord, dat niet dan in ongunstigen zin werd gebruikt.
Wat hiervan zij, dit is zeker dat de magiërs Medië veroverd hadden
en zich gereed maakten ook Perzië te onderwerpen, toen zij in de
verdere volvoering hunner plannen werden gestuit door het mislukken
van den aanslag van Gautama, die zich na den dood van Kambyses van den
troon wilde meester maken. Darius, genoodzaakt om met kracht tegen de
priesters op te treden, schijnt hen, gedurende zijne geheele regeering,
met wantrouwen te hebben gadegeslagen. Onder Artaxerxes Ochus werd de
eeredienst van Anahithra en Mithra in Perzië ingevoerd; later schijnen
de Arsaciden, ook ten gevolge der overheersching van Alexander,
nog meer tot het oorspronkelijk vreemde polytheïsme te zijn genaderd.
De Sassaniden herstelden de oude medische eeredienst in al hare
zuiverheid en schonken aan de magiërs hun aloud gezag en hunne hooge
waardigheid terug; toen kwamen, kort na Mohammed's dood, de Arabieren,
die Perzië veroverden en met geweld van wapenen den Islam in de plaats
stelden van de overoude godsdienst van Zoroaster.
Sedert eene week brengen wij onze hulde aan Ahoeramazda en leven in
onafgebroken gemeenschap met de in steen uitgehouwen koningen van
het oude Perzië. Wij hebben aanteekeningen en afbeeldingen gemaakt:
het wordt nu tijd afscheid te nemen van de ruïnen der paleizen
van de koningen der koningen en de plek te verlaten, waar eenmaal
Persepolis stond. Alles is gereed: wij gaan op weg naar Shiraz, de
nieuwe hoofdstad van de provincie Farsistan. Zal zij beantwoorden
aan hetgeen Hafiz, de beroemdste harer zonen, van haar getuigt: "Wat
is Kaïro en Damaskus, wat is de aarde en de zee? Dat zijn slechts
dorpen. Shiraz alleen is eene stad."