XXV

6 October.--Toen wij gister-avond te Kenareh terugkwamen, vond

ik buiten het dorp een kamp van Guebers, die een pelgrimstocht

deden naar Nakhshe-Roestem. In Perzië worden met den naam van

Guebers de volgelingen aangeduid van de aloude leer van Zoroaster,

die vóór de invoering van den Islam de nationale godsdienst van

Iran was; in Hindostan heeten deze aanhangers van een overigens

schier vergeten cultus, Parsis. Heden morgen heb ik aan de nieuw

aangekomen gasten laten vragen, of zij mij wilden ontvangen, waarop

een gunstig antwoord volgde. Het hoofd der familie is gekleed als

de Perzen uit de lagere volksklasse, met dit onderscheid dat zijne

kleedingstukken, van goed laken vervaardigd, zich onderscheiden door

onberispelijke zindelijkheid. Hoewel zij nieuw schijnen, is toch op

den schouder een lap ingezet van eene andere kleur dan de tuniek; dit

onderscheidingsteeken is voor de Guebers verplicht, om hen steeds van

de muzelmannen te kunnen onderkennen. De nog jonge vrouw is van eene

slanke rijzige gestalte en heeft iets elegants in haar voorkomen: haar

type verschilt overigens niet van dien der mohammedaansche bevolking

van Farsistan. Haar kostuum vertoont eene treffende overeenkomst

met dat van Shapoer, in het bas-relief van Nakshe-Roestem: ook zij

draagt de drie pantalons, en de tuniek met mouwen van de oude Mediërs,

benevens de mitra met den kleinen tulband, die sinds de alleroudste

tijden het hoofddeksel was der bewoners van Iran.

Onze nieuwe kennissen willen met ons naar de ruïnen gaan; zeer

gaarne neem ik hun voorstel aan, en wij begeven ons te zamen naar

den Takhteh. Het spijt mij zeer, dat ik het perzische dialekt, dat

onze reisgenooten spreken, niet verstaan kan: ik kan mij thans niet

met hen onderhouden dan door tusschenkomst van onze toefantsjis,

die zij blijkbaar--en met reden--vertrouwen.

Intusschen verneem ik toch van hen, dat de godsdienst van Zoroaster,

hoezeer belangrijk gewijzigd, nog heden beleden wordt door ongeveer

achtduizend Gruebers, die bijna allen te Yezd woonachtig zijn,

welke stad door hen de stad des lichts wordt genoemd. Geholpen en

ondersteund door hunne talrijke en voor een goed deel zeer vermogende

geloofsgenooten in Hindostan, onderhouden zij verschillende scholen,

zij zijn tot dusver aan de dweepzieke onverdraagzaamheid der

muzelmannen ontkomen, omdat zij een brief bezitten van Ali, waarin

deze schoonzoon van Mohammed hun zijne bescherming belooft.

De Guebers zijn zeer ontwikkeld, verstandig en arbeidzaam; hunne

zeden zijn zuiver; veelwijverij is bij hen onbekend; hunne vrouwen

en dochters zouden zich ongesluierd in het publiek vertoonen, indien

de perzische wet zulk een inbreuk op het mohammedaansche gebruik

toeliet. Zij onderscheiden zich gunstig van hunne landgenooten door

hunne waarheidsliefde en hunne spreekwoordelijke eerlijkheid in den

handel. Door deze in het Oosten zeldzame eigenschappen hebben zij

zich van den geheelen handel der zuidoostelijke provinciën des rijks

weten meester te maken.

Op mijne vragen betreffende hunne godsdienstige gebruiken ontving ik

veel minder volledige en bevredigende antwoorden. Ik vernam van mijne

tochtgenooten dat de Guebers sommige monumenten van Persepolis als

gewijd beschouwen, en dat zij uit alle landen, waarin zij verspreid

zijn, in bedevaart naar de Atesh-ka, de koningsgraven en den

vierkanten toren van Nakhshe-Roestem trekken. Zij mogen de lijken

hunner afgestorvenen door roofvogels laten verslinden; maar het

is hun verboden, hunne eeredienst in de open lucht uit te oefenen,

zich te paard binnen de steden te vertoonen, of kleederen te dragen

zonder een opgezetten lap.

De godsdienst, welke nog heden door de Guebers of Parsis beleden wordt,

is een gewijzigde, verbasterde vorm van het mazdeïsme, eene zeer oude

eeredienst, waarin de overoude godsdienstige denkbeelden der Ariërs,

zoo als wij die uit de heilige boeken der Indiërs leeren kennen, hunne

uitdrukking vonden. De Meden waren meer in het bijzonder dualisten;

de Perzen, ten minste onder hunne eerste koningen, bleven monotheïsten,

althans in dien zin dat de geest des kwaads altijd ondergeschikt bleef

aan dien des goeds. Zij erkenden een oppermachtigen, alomtegenwoordigen

God, aan wiens verschillende eigenschappen en attributen zij echter

tot op zekere hoogte een zelfstandig bestaan toekenden. Volgens de

overlevering, zou de profeet Zoroaster deze godsdienst bij de Mediërs

hebben ingevoerd. Wanneer leefde die groote wetgever? Ik weet het niet,

en het is mij een troost, niet de eenige te zijn, die op deze vraag

geen antwoord kan geven. De klassieke schrijvers kennen hem eenparig

een hooge oudheid toe. Hermippos en Eudoxos zeggen dat hij zes-

of zevenhonderd jaar vóór Alexander, Plinius, dat hij duizend jaar

vóór Mozes leefde; volgens anderen zou hij zeshonderd jaren voor de

regeering van Darius geleefd hebben; de opgaven loopen dus tamelijk

uiteen. Eenige moderne schrijvers zijn van meening, dat Zoroaster een

tijdgenoot van Darius is geweest; dit schijnt echter minder juist,

want Darius beroemt er zich op, dat hij de door de magiërs verwoeste

altaren weder heeft opgericht, waaruit dus volgt dat de oude eeredienst

reeds voor zijn tijd bestond.--Inderdaad weet men niet met zekerheid,

of Zoroaster ooit bestaan heeft.

Volgens de iranische traditie werd Zoroaster te Oermiah in Medië, in

de tegenwoordige provincie Azerbeïdsjan, geboren. Zijne kindsheid en

jeugd was eene aaneenschakeling van worstelingen met booze demonen;

op zijn dertigste jaar verscheen hem een hoogere geest, die hem

in tegenwoordigheid van Ahoeramazda bracht. De profeet mocht der

godheid allerlei vragen stellen over de plichten van den mensch, de

wijze van godsvereering, de geestenwereld, de engelen en demonen en

wat dies meer zij. Hij ontving nu van den oppersten God de Avesta of

het boek der wet, waarmede hij naar de aarde terugkeerde. Hij begaf

zich daarop naar het hof van Gusthasp, koning van Baktrië, bracht de

magiërs des konings, die hem weerstonden en ter dood wilden brengen,

door allerlei wonderen en teekenen tot zwijgen, en wist eindelijk te

bewerken dat de koning met zijn gezin de nieuwe godsdienst omhelsde.

De Zend-Avesta was eene soort van kanonische encyclopedie en tevens

een liturgisch boek, dat niet alleen voorschriften bevatte omtrent

de zedeleer, maar ook omtrent de eeredienst. Zeer langen tijd was

deze heilige schrift der Perzen in het Westen ter nauwernood bij naam

bekend; nu ongeveer een eeuw geleden, werd zij door Anquetil-Duperron

naar Frankrijk gebracht.

Niet minder dan een-en-twintig boeken werden aan Zoroaster

toegeschreven en vormden te zamen de Zend-Avesta; volgens de

overlevering bestond de verzameling nog kompleet ten tijde van

Alexander. Tegenwoordig bezit men nog twee verzamelingen van

fragmenten: de Vendîdâd Sâdeh en de Yesht Sâdeh. De eerste van deze

verzamelingen bestaat uit den Vendîdâd of het boek tegen de demonen,

uit den Yaçna, het boek der offerande, en den Vispered, het liturgische

boek; al deze boeken zijn in het zend of medisch geschreven.

Voor alle dingen beveelt de godsdienst van Zoroaster haar volgelingen

de aanbidding van Ahoeramazda, den goeden en wijzen geest, den

lichtende en stralende, den zeer goede, zeer groote, zeer volmaakte,

zeer schoone en zeer werkzame. Hij is de gevleugelde god, dien Darius

op de bas-reliefs der koningsgraven aanbidt. Ahoeramazda werd in

zijn werk der wereldschepping en onderhouding bijgestaan door zes

Amescha Çpentas en door een groot aantal lagere geesten, de Yazatas;

onder de Yazatas staan nog andere geesten of beschermengelen, die

ieder voor een bijzonderen persoon hadden te zorgen. Deze geesten,

Sa-fravashi genoemd, waren te gelukkiger naarmate zij hunne taak op

aarde beter konden volbrengen.

Terzelfder tijd dat Ahoeramazda, wiens naam Alwetende Heer beteekent

en die ook Çpenta Mainyoe genoemd wordt, de wereld schiep, vertoonde

zich het beginsel des kwaads onder de gedaante van Angro Mainyoe of

Ahriman. Angro Mainyoe schiep uit niets alles wat kwaad, verderfelijk

en schadelijk was, zooals Ahoeramazda het licht, de schoonheid en het

goede geschapen had. Ook de geest des kwaads had medehelpers noodig

voor de vervulling zijner noodlottige taak; daarom schiep hij de

deavas, die overal ellende, jammer en zonde moesten brengen. De zes

machtigsten onder deze demonen waren de aangewezen tegenstanders van

de Amescha Çpentas.

De maatschappelijke en zedelijke voorschriften van de Avesta munten

uit door wijsheid. De wetgever heeft zich de vorming eener rustige,

welvarende en gelukkige maatschappij voorgesteld. Tot grondslag

van geheel zijn ekonomisch stelsel, dat van een zeldzame mate

van doorzicht en zorgvuldige behartiging aller belangen getuigt,

neemt hij den landbouw, den oudsten en eerwaardigsten menschelijken

arbeid. De eigenlijke voorschriften der moraal en der godsdienst

zijn eenvoudig; Zoroaster verlangt alleen dat de mensch de godheid

met gebeden en offers zal eeren; voorts beveelt hij eenvoudigheid

des harten, waarheidsliefde en eerlijkheid in handel en wandel aan.

Ahoeramazda had noch tempel, noch standbeeld, maar op de toppen van

gewijde bergen en heuvels stonden altaren, waarop de priesters het

eeuwige vuur moesten onderhouden. De Perzen offerden ter eere van

den god ossen, paarden, geiten en schapen; het vleesch van die dieren

werd voor het vuur geplaatst, maar niet in aanraking gebracht met de

vlam zelve, die daardoor zou zijn verontreinigd geworden. De vrees om

hetzij de aarde, hetzij het water, hetzij het vuur te verontreinigen,

was dan ook de reden waarom de volgelingen van Zoroaster hunne

dooden niet begroeven, niet in de rivier wierpen en ook niet

verbrandden. Zij legden de lijken neder in eene soort van torens,

die van boven onbedekt bleven, en waar zij door de roofvogels konden

worden verslonden. Gedurende drie of vier dagen na het overlijden,

vertoefde de ziel nog in de nabijheid van haar stoffelijk omhulsel;

dan verscheen zij voor het goddelijk gericht. De engel Rashnoe

plaatste in eene weegschaal hare goede en hare zondige handelingen,

en bracht haar vervolgens naar eene smalle brug, die boven de hel

was gebouwd. Hadden de zondige daden het overwicht boven de goede,

dan stortte de ziel in den afgrond en werd de prooi van Ahriman; in het

tegenovergestelde geval schreed zij ongedeerd over de brug en verscheen

voor den aartsengel Vohoe-Mano, die haar naar Ahoeramazda geleidde.

De bedienaars van de eeredienst, doorgaans onder den naam van magiërs

bekend, droegen den naam van _atravan_. Magiër was bij de Meden,

zooals Levi bij de Joden, misschien den naam van den stam, waaruit

de priesters, wier waardigheid van vader op zoon overging, genomen

werden. Bij de Parsis in Hindostan is de priesterlijke waardigheid

nog heden erfelijk in sommige geslachten. Het woord magiër, dat de

oude schrijvers aan de Perzen ontleend hebben, was ongetwijfeld,

in den mond van de godsdienstige vijanden der medische priesters,

een scheldwoord, dat niet dan in ongunstigen zin werd gebruikt.

Wat hiervan zij, dit is zeker dat de magiërs Medië veroverd hadden

en zich gereed maakten ook Perzië te onderwerpen, toen zij in de

verdere volvoering hunner plannen werden gestuit door het mislukken

van den aanslag van Gautama, die zich na den dood van Kambyses van den

troon wilde meester maken. Darius, genoodzaakt om met kracht tegen de

priesters op te treden, schijnt hen, gedurende zijne geheele regeering,

met wantrouwen te hebben gadegeslagen. Onder Artaxerxes Ochus werd de

eeredienst van Anahithra en Mithra in Perzië ingevoerd; later schijnen

de Arsaciden, ook ten gevolge der overheersching van Alexander,

nog meer tot het oorspronkelijk vreemde polytheïsme te zijn genaderd.

De Sassaniden herstelden de oude medische eeredienst in al hare

zuiverheid en schonken aan de magiërs hun aloud gezag en hunne hooge

waardigheid terug; toen kwamen, kort na Mohammed's dood, de Arabieren,

die Perzië veroverden en met geweld van wapenen den Islam in de plaats

stelden van de overoude godsdienst van Zoroaster.

Sedert eene week brengen wij onze hulde aan Ahoeramazda en leven in

onafgebroken gemeenschap met de in steen uitgehouwen koningen van

het oude Perzië. Wij hebben aanteekeningen en afbeeldingen gemaakt:

het wordt nu tijd afscheid te nemen van de ruïnen der paleizen

van de koningen der koningen en de plek te verlaten, waar eenmaal

Persepolis stond. Alles is gereed: wij gaan op weg naar Shiraz, de

nieuwe hoofdstad van de provincie Farsistan. Zal zij beantwoorden

aan hetgeen Hafiz, de beroemdste harer zonen, van haar getuigt: "Wat

is Kaïro en Damaskus, wat is de aarde en de zee? Dat zijn slechts

dorpen. Shiraz alleen is eene stad."

Perzië, Chaldea en Susiane De Aarde en haar Volken, 1885-1887 · 第 24 / 41 题