Amgiad en Assad werden zeer zorgvuldig opgevoed, en toen zij daartoe
oud genoeg waren, gaf de koning Camaralzaman aan beiden den zelfden
gouverneur en de zelfde onderwijzers, teneinde langs dien weg de
broederlijke genegenheid te dieper wortelen mogt schieten in hunne
harten. De wijze vorst bereikte dan ook zijn doel volkomen; want
toen de prinsen een' leeftijd hadden bereikt, dat zij elk eene eigen
hofhouding konden ophouden, verzochten zij hunnen vader hun slechts ééne
woning te geven, waar zij te zamen konden blijven wonen. Dit werd hun
met vreugde toegestaan, en zoo hadden zij de zelfde officieren, de
zelfde dienstboden, de zelfde vertrekken en de zelfde tafel.
Langzamerhand wonnen de prinsen Amgiad en Assad, door hunne deugden en
goede hoedanigheden, zoo zeer het vertrouwen van den koning hun' vader,
dat deze, ofschoon zij naauwelijks twintig jaren oud waren, er geen
bezwaar in vond, als hij voor eenige dagen op de jagt ging, hen in zijne
plaats in den raad te doen voorzitten.
[Illustratie: De Prinsen Amgiad en Assad.