XIII.

Het is eene dwaling te meenen, dat de Afrikanen zonder wet leven en

slechts hun luim en hartstocht volgen. Voor hen heeft de overlevering

een onbeperkt gezag; aanzienlijken en geringen moeten zich schikken

naar de gewoonten en gebruiken, waaraan zij sedert eeuwen haar zegel

gehecht heeft; in den regel is deze overlevering van godsdienstigen

aard, en geeft zij aan hare geboden en inzettingen eene godsdienstige

wijding.

De volksstammen van westelijk Afrika zijn of Mohammedanen of

fetishaanbidders; het Christendom heeft, buiten de nederzettingen der

Europeanen, geen ingang onder hen gevonden en geen enkelen bekeerling

gemaakt. Bij de Timanies is de besnijdenis in zwang, maar zij zijn

fetishaanbidders gebleven, hetgeen eene klove te meer is tusschen hen

en hunne naburen, de Foulahs en de Mandingos, die voor het meerendeel

Mohammedanen zijn.

Op den bodem van het fetishsisme ligt een soort van deïsme: de negers

gelooven over het algemeen aan een Opperwezen, schepper en onderhouder

der wereld, die hij, door tusschenkomst van ondergeschikte geesten,

demonen, regeert, zonder evenwel de macht te kunnen breken van de booze

geesten, wier gunst het mitsdien noodig is te winnen. Om hun toorn te

verzoenen en de rampen, die zij beschikken kunnen, af te weren, brengt

de neger voornamelijk aan deze booze geesten zijne offers en bewijst

hun de hulde der aanbidding. Op eenige honderde ellen afstands van de

dorpen verrijzen kleine tempels, waarin ex-voto's zijn opgehangen,

ter eere der donkere, boosaardige godheden. Somwijlen worden deze

godheden afgebeeld in menschelijke gedaante, meestal echter in de

gestalte van een dier; de hoogere wezens, die in beesten wonen en eene

dierlijke gestalte aannemen, kiezen daartoe, bij voorkeur, zoo niet bij

uitsluiting, tijgers, slangen en hagedissen:--de dieren alzoo, die in

deze streek voor den mensch het meest te vreezen zijn. Wellicht gaat

met deze beschouwing een zeker geloof aan de zielsverhuizing gepaard,

of was dit geloof oorspronkelijk de aanleiding tot de schijnbaar zoo

zonderlinge meening, die bij voorkeur dieren als incarnaties eener

hoogere macht vereert. Zeker is het, dat de Afrikanen over het algemeen

gelooven aan de macht der goden en ook der toovenaars, om zich naar

believen in tijgers, krokodillen of slangen te kunnen veranderen.

De dienaars en tolken dezer geesten zijn de fetishpriesters, die bij de

verschillende stammen onderscheidene namen dragen; zij oefenen ook de

geneeskunst uit en kennen een aantal kruiden, die groote geneeskracht

bezitten, en in den regel krachtig helpen, wanneer althans het gestel

van den patiënt niet al te zeer versleten is.

De leerlingen dezer priesters worden in de eerste plaats met de

vergiften bekend gemaakt; de kennis der tegengiften is het geheim

van weinigen, die daardoor over de menigte een grooten invloed

uitoefenen. Meermalen heb ik pogingen aangewend, om van deze priesters

hunne geheimen te vernemen; maar ook al hadden zij mij stellige

beloften gedaan, wisten zij toch altijd een of andere uitvlucht te

vinden, om zich te onttrekken.

De tusschenkomst van den fetishpriester wordt bij gewichtige

gebeurtenissen en bij de groote keerpunten des levens steeds gevorderd:

hij sluit de huwelijken, hij staat de stervenden bij, en verdrijft van

hen de booze geesten. Vooral als rechter is hij zeer gevreesd; want hij

zit voor bij het godsoordeel, en het leven van den beschuldigde hangt

af van de soort van vergif, die de priester hem toedienen zal. Tegen

zekere boomschors, die bij dergelijke proefnemingen veel gebruikt

wordt, kan men zich beveiligen, door vooraf olie of een braakmiddel

in te nemen; maar de fetishpriester kan den beschuldigde ook andere

vergiftige kruiden doen inslikken, waarvan de gevolgen ernstiger

zijn. De negers gelooven dat de priester over een soort van geest of

demon gebiedt, die hem het verborgene openbaart en hem de toekomende

dingen doet zien.

De afrikaansche staten zijn zuivere monarchiën, waarin de vorst met

eene onbeperkte macht is bekleed; maar deze almacht, hoe volstrekt

ook in theorie, wordt toch in de praktijk door zekere gebruiken en

instellingen getemperd. In elk dorp is een eigen opperhoofd, dat bij

de openbare vergaderingen voorzit, de orde handhaaft en zorgt voor

de rechtspleging. Overigens leeft dit opperhoofd geheel op denzelfden

voet als de andere inwoners; zijne inkomsten bestaan uit de vergoeding,

die hij van de rechtzoekenden ontvangt, en uit de boeten, die hij den

overtreders oplegt; hij heeft onder zijn gezag zekere ambtenaren,

die met de uitvoering zijner bevelen zijn belast; ook heft hij een

zeker recht van de kooplui, die ter markt komen. De waardigheid van

dorpshoofd is dikwijls erfelijk in eene bepaalde familie, maar gaat dan

over op den eerstgeboren zoon der oudste zuster van den overledene. Er

zijn echter ook voorbeelden, dat het dorpshoofd gekozen en ook weder

afgezet werd. In oorlogstijd wordt een van de dapperste aanvoerders tot

opperbevelhebber gekozen; deze waardigheid wordt slechts voor een tijd

verleend, althans bij de Mandingos, de Foulahs en de Timanies. Bij

deze laatsten berust de hoogste rechtsmacht bij den raad der oudsten;

diefstal, overspel en tooverij zijn de meest voorkomende zaken; de

beide eerste vergrijpen worden alleen met boete gestraft, maar op de

misdaad van tooverij staat de dood.

De jonkman, die een huwelijk sluiten wil, moet zich vooraf eene hut

bouwen en in het bezit zijn van het noodige geld om zijne vrouw te

kunnen koopen. Bij sommige stammen heerschen huwelijksgebruiken,

waarvan onze dames zeker vreemd zouden opzien. Als de bruid, ten

teeken dat zij het aanzoek van haar minnaar inwilligt, den koperen

ring ontvangen heeft, gaat zij met hem naar een smid, die beiden

de tanden afvijlt, zoodat ze puntig worden. Is dit geschied, dan

begeven zij zich naar een der tempels, in de nabijheid van het dorp;

onder het aanroepen van de schimmen der voorvaderen, wordt een pot,

met bier of palmwijn gevuld, uitgestort; de fetishpriester spreekt

den zegen uit, en ontvangt daarvoor een kip; de smid treedt weder

op, en smeedt om hun armen twee ijzeren ringen:--en het huwelijk is

gesloten. Deze ijzeren ringen zijn echter een min passend symbool,

althans voor zoo ver ze duurzaamheid moeten beteekenen: het huwelijk

wordt toch even gemakkelijk ontbonden als gesloten.

De bruiloftsnacht wordt gesleten in woeste, ongebonden dansen, en

somwijlen ook in vrij ernstige schermutselingen en vechtpartijen:

want de gewoonte brengt mede, dat de vrienden en de bloedverwanten

der bruid haar verborgen houden, of weigeren haar over te geven,

voor de bruidegom en zijne vrienden met de daad getoond hebben,

hoe ver hunne kracht reikt.

Iedere vrouw heeft in den regel hare eigene woning. In de eerste dagen

na hunne geboorte worden de kinderen in een doek gewikkeld; later,

als zij sterker zijn geworden, nemen zij plaats op den rug hunner

moeder, die nooit hare kinderen verlaat, en met de kleintjes op haar

rug alle huiselijke bezigheden verricht. Bij sommige stammen gaat

dit zoo ver, dat kind en moeder onafscheidelijk blijven, tot zoolang

de kleine loopen en reeds eenige kleine diensten verrichten kan. Dan

wordt hij meer aan zich zelven overgelaten, en herneemt zijne moeder

haar plaats onder de andere vrouwen.

Hoewel de zeden alles behalve onberispelijk zijn, wordt toch overspel,

van de zijde der vrouw althans, streng gestraft. De minnaar wordt

de slaaf van den beleedigden echtgenoot; de schuldige vrouw wordt

gegeeseld en, nadat haar het hoofd is kaal geschoren, tot den

zwaarsten arbeid veroordeeld. Ik heb verscheidene voorbeelden van

zulke strafoefening gezien, en nimmer een enkele klacht gehoord over

de strengheid van het vonnis. Het huwelijk kan, met wederzijdsch

goedvinden, te allen tijde ontbonden worden; de vrouw, die een

bruidschat ontvangen heeft, behoudt dien, als haar man haar wegzendt.

De begrafenissen zijn zeer plechtig en gaan met grooten omslag gepaard,

want de eeredienst der afgestorvenen is in Afrika algemeen in zwang. Er

worden bij die gelegenheden groote maaltijden aangericht, waarvoor de

ossen en schapen der familie worden geslacht. In de tempels worden,

ter eere der afgestorvenen, ex-voto's opgehangen, gaven geofferd,

bier en wijn geplengd: de overledene laaft zich aan de schaduw dier

spijzen en dranken. Het lijk blijft somwijlen dagen lang boven

aarde; aan de begrafenis gaat steeds het oordeel vooraf, waarbij

den doode gevraagd wordt of hij vrijwillig het leven verlaten heeft,

dat wil zeggen of hij zijn natuurlijken dood gestorven is, dan wel

of hij bezweken is ten gevolge van betoovering, van vergif of van

andere kwade praktijken. In een land, waar wraakzucht en naijver de

heerschende hartstochten zijn, en waar eene vijandelijke hand, in het

geheim, het doodelijkste vergif kan toedienen, is zulk een onderzoek

op zich zelve zeker niet geheel misplaatst; maar de wijze, waarop het

geschiedt, is hoogst bedenkelijk. Op het oogenblik der begrafenis,

wordt de baar op schragen gezet, zoo gesteld, dat zij gemakkelijk

waggelen en vallen kunnen. De ondervraging geschiedt, hetzij door de

bloedverwanten van den overledene, hetzij door den fetishpriester;

blijft de baar onbewegelijk, dan wordt het lijk in een diepen kuil

nedergelaten, die op een afgezonderde plek, ver van de bebouwde

velden, welke door het doode lichaam zouden verontreinigd worden,

wordt gedolven. Vallen bij ongeluk de wankelende, waggelende schragen

om, dan blijkt daaruit, dat de overledene niet zijn natuurlijken dood

gestorven, maar op misdadige wijze van het leven beroofd is; dan wordt

den toovenaar opgedragen, den schuldige op te sporen. Zeer dikwijls

is dit alles niets anders dan eene vooraf op touw gezette komedie,

en het van te voren bereide sterke vergif maakt weldra een einde aan

het leven van den beschuldigde, die, ten bewijze van zijn onschuld,

de hem aangeboden dosis moet inslikken.

De oudste zuster van den overledene speelt doorgaans een gewichtige

rol bij de lijkplechtigheden. Meermalen beweert zij, een gezicht te

hebben gehad, waarbij haar de ware oorzaak van den dood haars broeders

werd geopenbaard; zij is de eerste, die de ceremoniën bij de begrafenis

leidt en bestuurt. De vrouwen huilen en schreeuwen zoo luid mogelijk,

en maken allerlei afschuwelijke geluiden; dikwijls blijven de weduwen,

gedurende den geheelen rouwtijd, in hare woning.

In noordelijk Afrika vindt men twee instellingen, die eene bijzondere

vermelding verdienen. De eene is eene soort van vrijmetselarij, pourah

genaamd; de andere is een genootschap of vereeniging van vrouwen, onder

verschillende namen bekend. In beide korporaties zijn graden en rangen,

die de leden achtereenvolgens kunnen bereiken; het eigenlijke doel, de

geheime leer, zoo ge wilt, is van beiden slechts aan weinigen bekend.

De pourah was hoogst waarschijnlijk in den beginne eene godsdienstige

instelling, een soort van veemgericht, van treuga Dei; alle

volwassen mannen van dertigjarigen leeftijd kunnen daarvan lid

worden, mits zij zich onderwerpen aan de proeven en ceremoniën, die

hunne ziel moeten reinigen; zij behooren dan tot het geslacht der

"tweemaal geborenen." Het geheim is onschendbaar; vrouwen worden in

de vereeniging niet opgenomen. Deze korporatie is voornamelijk belast

met de bewaking en verzorging van de heilige dingen: de altaren, de

gewijde bosschen staan onder haar toezicht; haar gevreesde rechtbank

weet zich zelfs door de machtigste vorsten te doen eerbiedigen. Zij

heeft geheime wachtwoorden, en bijzondere teekens, en verborgen

bijeenkomsten; de leden van den pourah zijn kenbaar aan een bijzondere

soort van tatouäge, in den vorm van een dubbel koord, dat het lichaam

omgeeft, en waarvan de einden op de borst, ter hoogte van de maagholte,

samenloopen.

Wanneer, in eene of andere streek, de staat van voortdurenden oorlog

eindelijk ondragelijk is geworden, dan wordt soms de bemiddeling van

een naburig vorst ingeroepen, die dan als scheidsrechter optreedt, en

een wapenstilstand gebiedt. Schenden de partijen dien wapenstilstand,

of nemen zij zijn bemiddeling niet aan, dan verklaart hij, dat hij

den pourah zal afkondigen. Het is dan ten strengste verboden, bloed te

vergieten. Wordt de pourah geschonden, dan trekken twintig of dertig

gemaskerde en gesluierde mannen naar de dorpen, dooden iederen man,

dien zij buiten zijne woning aantreffen, en nemen alles weg, wat hun

voor de hand komt.

De vrouwen-vereeniging staat onder bescherming en toezicht van den

pourah en van de fetishpriesters; deze vereeniging bezit een soort

van kloosters, waarin de meisjes op haar zevende of achtste jaar

worden opgenomen, en waarin zij blijven, tot zij huwbaar geworden

zijn. Om in deze inrichtingen opgenomen te worden, moeten zij een

slaaf, of de waarde van een slaaf, betalen.

De Mandingos van Mousardou hebben een zeer beroemd vrouwenklooster,

dat, naar men zegt, zeer goed ingericht is en onderhouden wordt;

op feestdagen mogen de jonge meisjes bezoek ontvangen, en vertoonen

zij zich aan het publiek, prachtig gekleed en met tulbanden versierd,

in zonderlinge, mystische houdingen en standen.

Deze inrichtingen der vereeniging zijn geheimzinnige en onschendbare

verblijfplaatsen, waar alles in nacht en schaduw is gehuld; wie het

wagen zou, den drempel dezer huizen zonder vergunning te overschrijden,

zou met den dood worden gestraft.

Do afrikaansche vrouwen stellen er eene eer in, tot deze vereeniging

te behooren, die, door haar groote macht en invloed, haar ook in

huiselijke twisten tot steun is. Daarentegen kan de man dreigen

met de tusschenkomst van Mombo Jombo, den geest, die de eer van den

beleedigden echtgenoot wreekt. Mombo Jombo, doorgaans een handlanger

van den pourah of van de fetishpriesters, verschijnt, van top tot

teen in bladeren gehuld en met de zweep in de hand, om de lichtzinnige

echtgenooten, die hij zeer goed weet op te sporen, te tuchtigen.

Voor de reizigers, die over Sierra-Leone in Afrika willen doordringen,

is het van het grootste belang, dat zij als geleider een lid van den

pourah medenemen, die hen in allerlei opzichten van uitnemende dienst

zal zijn en hen in betrekking zal stellen met de fetishpriesters,

die een verwonderlijk goed georganiseerde policie uitoefenen. Deze

geleiders waarschuwen de reizigers als hun een of ander gevaar mocht

bedreigen, of als de dragers onderling een komplot hebben gesmeed;

zij weten de bedienden tot hun plicht te brengen en de gestolen

goederen terug te doen geven.

Als de fetishpriester zich in het openbaar vertoont, wordt hij

voorafgegaan door bedienden, die luid schreeuwen en bellen doen

klingelen; hij is wonderlijk gekleed; zijn neergetrokken hoed of muts

maakt zijn gelaat bijna onzichtbaar; hij is in een grooten mantel

gewikkeld, en loopt dikwijls op korte staken, met vederen beplakt,

en die van onderen in een soort van vogelklauw uitloopen. De hoofden

van deze orde blijven meer in het verborgen; zij behooren meest allen

tot zekere bijzondere familiën, en schijnen hunne waardigheid, die

hun bij keuze wordt opgedragen, niet langer dan drie jaren achtereen

te bekleeden.

De invloed der fetishpriesters en toovenaars--want deze twee

waardigheden zijn onafscheidelijk--is zeer groot. Het is altijd

geraden, hen tot vriend te houden, voornamelijk door het aanbieden

van geschenken, en door andere bewijzen van achting en eerbied; die

dit nalaat, zou al spoedig zijn goeden naam verliezen en lichtelijk

zeer onaangename gevolgen van zijn gedrag ondervinden.

Langs de kust van Afrika De Aarde en haar Volken, 1875 · 第 14 / 15 题