Toen, voor nu ongeveer tien jaren, de radikaal-republikeinsche
partij de vrijverklaring der negers van den president Lincoln wist te
verkrijgen, ging er van alle kanten een luid gejuich op; want groot
was en is nog steeds het aantal der onnoozelen, die ter goeder trouw
meenen, dat de afkondiging van een wet of besluit voldoende is om
vrije burgers te scheppen. Lincoln zelf begreep zeer wel, welk een
chaos door dezen maatregel in het leven zou worden geroepen. Nog vóór
de emancipatie werd ingevoerd, had hij aan een deputatie van negers
onbewimpeld verklaard, dat aan geene gelijkstelling met de blanke
burgers viel te denken; de wederzijdsche afkeer tusschen de beide
rassen was te diep geworteld: men beschouwde de tegenwoordigheid der
zwarten als een ramp voor het land, en zou niets liever zien, dan dat
zij naar elders trokken. Hij, Lincoln, gaf hun den raad, de republiek
te verlaten, en verklaarde zich bereid, hen daarbij naar vermogen te
helpen. Hij koesterde toen het plan, eene algemeene verhuizing der
negers naar Nicaragua op touw te zetten; maar deze republiek toonde
zich niet genegen, die ongewenschte gasten te ontvangen.
De negers werden nu niet slechts eensklaps geëmancipeerd, zij verkregen
ook alle burgerlijke en staatkundige rechten der blanken. Het behoeft
geen betoog, dat zulks niet uit philantropische, louter zedelijke
gronden geschiedde; de zaak was eenvoudig deze, dat de radikale partij
daardoor een aanwinst kreeg van achthonderdduizend negerstemmen;
terwijl daarentegen een half millioen blanken als rebellen beschouwd
en eenvoudig van alle staatkundige rechten werden ontzet. Nu werden de
zoo zwaar geteisterde zuidelijke staten nog overstroomd door gansche
zwermen van dweepers, politieke tinnegieters en intriganten uit het
noorden; en deze zoogenaamde carpetbaggers, blanke dieven van de
ergste soort, werden door de bondsregeering op alle mogelijke wijzen
geholpen en ondersteund, en als de eenige ware vrienden der negers
beschouwd en verheerlijkt. Zij maakten zich meester van alle openbare
betrekkingen, en konden, tot in den herfst van 1874, onvoorwaardelijk
beschikken over de stemmen van 800.000 negers, hun "kiezersvee." Aan
de negers heeft Grant zijne herkiezing als president te danken; de
meerderheid van de stemmen der blanken was tegen hem; waarbij niet
uit het oog mag worden verloren dat honderdduizenden kiezers van
de demokratische of conservatieve partij zich van stemming hebben
onthouden, omdat zij hun stem niet aan Greeley wilden geven.
De hoofden en leiders der radikale partij hebben, door hunne tirannie
en verkrachting van alle recht en billijkheid, in de zuidelijke
staten een toestand in het leven geroepen, die werkelijk ondragelijk
mag worden genoemd. Met volkomen miskenning van alle lessen der
wetenschap en ervaring, die op Haïti, Jamaïca, Britsch-Guyana en elders
overvloedig getoond had wat er van onberaden neger-emancipatie was
te wachten, dreef de partij haar zin door, en gelukte het haar, de
zuidelijke staten, voor zoo veel de overgroote meerderheid der zwarte
bevolking betreft, in een tweede Sint-Domingo te herscheppen. Van
al de hoopvolle verwachtingen, die de radikalen, hetzij dan in
onverstand, hetzij tegen beter weten in, van de negers koesterden,
is in de Vereenigde-Staten geen enkele vervuld geworden. Eerlijke
radikalen moeten dit nu zelven erkennen, en toegeven dat men veel te
ver is gegaan, en eene maatschappij van halve barbaren in het leven
heeft geroepen, die niet het flauwste begrip hebben van de eischen
der beschaving en van eene geregelde republikeinsche regeering.
De voornaamste dagbladen van New-York hebben in de laatste maanden
van het vorige jaar verslaggevers naar de zuidelijke staten gezonden,
om nauwkeurige inlichtingen in te winnen aangaande den toestand der
negers. Al deze verslaggevers, onverschillig tot welke partij zij
behooren en uit welke streek zij schrijven, stemmen in de hoofdzaak
overeen. Wij willen hier een kort overzicht geven van het verslag van
den correspondent, dien de New-York-Herald naar Georgië had gezonden:
een staat, die zich nog het meest van de geleden verdrukking en de
mishandeling der radikale bondsregeering heeft hersteld, en waar de
toestand betrekkelijk nog het gunstigst is.
De schrijver stelt op den voorgrond, dat alle proefnemingen, welke
de radikale bondsregeering nu sedert negen jaar in het werk heeft
gesteld, met alles behalve bemoedigenden uitslag zijn bekroond, en
dat nergens een spoor van intellektuëele of moreele verbetering is te
ontdekken. "Toch heeft men al het mogelijke ten behoeve der negers
gedaan: zij hadden het Freedmen's bureau, dat hen in bescherming
nam; men gaf hun schoolmeesters en boeken en soldaten, die gereed
waren hen te helpen, als zij in hunne stoffelijke belangen meenden
benadeeld te zijn. Lieden uit het noorden stonden hun trouw ter zijde,
en droegen zorg, dat zij bij het sluiten van huur- of werkcontracten,
niet in hun recht verkort werden. Men schonk hun kerken voor hunne
godsdienstoefening; de bondsregeering spaarde geen millioenen, om
hun den overgang tot eene zelfstandige maatschappelijke positie zoo
gemakkelijk mogelijk te maken en in hun onderhoud te voorzien. Maar
al deze zorgen en welwillende bemoeiingen hebben tot heden (het
bericht is gedagteekend 5 October 1874) geen ander gevolg gehad,
dan dat de negers trouw voor de republikeinsche (radikale) partij
gestemd hebben. Dat is alles."
"Uncle Tom heeft geen hut!" Het is zeer karakteristiek, dat, ondanks
voor de negers overvloedige gelegenheid bestaat om werk te vinden en
hun arbeid ruim beloond wordt, toch van de vijfhonderd zwarten geen
enkele eene eigene woning bezit. Het land is voor een appel en een ei
te krijgen; met de opbrengst van een enkelen oogst kan de koopprijs
rijkelijk gedekt worden. Maar het valt den negers niet in land te
koopen en zelven wat voort te brengen. Na den oogst, wanneer hij
namelijk daarbij mede werkt en de opbrengst niet liederlijk vergooit,
bezit de neger 150 tot 200 dollars, en tweemaal zoo veel, wanneer
zijn gezin bij dien arbeid behulpzaam was. Maar de zwarte dames
en de kinderen doen dat in den regel niet meer; na de emancipatie
willen de negerinnen niet meer op het veld arbeiden, maar, even als
de blanke vrouwen, te huis blijven; de kinderen gaan misschien naar
school. In de nabijheid der steden verricht de neger wel allerlei
arbeid; en daar vindt men ook hutten en krotten, welke aan een
neger behooren, die dan ook zwarte kostgangers houdt: in welk geval
zulk eene woning een toonbeeld van onreinheid en liederlijkheid is,
waarbij geen bedelaarsdoelen in New-York halen kan. Belasting wil de
neger in geen geval betalen; hij rukt liever de palen zijner hut uit
den grond en trekt naar elders heen.
"En nu de arbeid, dien Oom Tom verricht. De blanken in het zuiden weten
het bij ondervinding, dat de arbeid der negers steeds slechter wordt en
steeds moeilijker te verkrijgen is. De negers, die vóór de emancipatie
aan arbeid gewoon waren, arbeiden ook nu nog; zij het dan ook, dat
zij niet half zoo veel meer uitvoeren. Maar zij, die in het genot
der "vrijheid" opgroeien, hebben andere gewoonten aangenomen: "en er
bestaat hoegenaamd geen vooruitzicht, dat zij immer produktieve leden
der menschelijke samenleving zullen worden." Het is veel moeilijker,
een eerlijken en rechtschapen zwarten bediende te vinden, dan een
ierschen knecht van dat gehalte in het noorden. Deze bedienden gaan en
komen, zoo als het hun goed dunkt; zij blijven zoo lang tot zij een
paar dollars in handen hebben, en als die verteerd zijn, zoeken zij
eene andere dienst. Het is zeker goed, dat men de lieden onderwijst,
maar de boeken, die men dezen negers in handen geeft of waaruit men
kun voorleest, zijn voor niets anders geschikt dan om hun hoofd op
hol te maken. Zij worden door dit averechtsche onderwijs ontevreden
met hunne positie, willen steeds hooger opklimmen en vooral niet
arbeiden. Wanneer dat zoo voortgaat, zal geen blanke meer zulke zwarte
bedienden, die lui en brutaal zijn en allerlei eischen stellen, willen
hebben; hij zal dan naar anderen moeten omzien, om het werk te doen."
De schrijver verklaart dat de blanken in het zuiden in vollen ernst
doen wat zij kunnen, om den neger zedelijk op te heffen en hem
vooruit te helpen. "Vóór den overweldigingskrijg van het noorden
tegen het zuiden, leerden de negers lezen en schrijven, ook om hen
daardoor zooveel te bruikbaarder te maken. Thans nog geeft de staat
Georgië jaarlijks 365.000 dollars voor scholen uit, en de helft van
die som is voor de negerscholen bestemd. Onder leiding van blanken,
zijn veertien genootschappen van negers opgericht, waarvan de leden
zich verbinden zich niet aan sterken drank te buiten te gaan. Dit
alles, waarbij nog veel te voegen ware, bewijst dat de blanken de
negers niet aan hun lot overlaten. En toch neemt de verwildering
onder hen hand over hand toe. Hunne godsdienst is in het uitzinnigste
bijgeloof ontaard; hunne congregatiën en bijeenkomsten zijn dikwijls
ware pandemonia. Fetishdienst, hekserij, tooverij, waarzeggerij,
nemen van dag tot dag toe: de neger, van alle toezicht en alle tucht
ontslagen, volgt ongehinderd zijn natuurlijk instinkt.
"En deze meer dan halve barbaren spelen niettemin eene belangrijke
politieke rol, nu men hun eenmaal stemrecht gegeven heeft, en zij de
weerlooze prooi zijn geworden van politieke avonturiers en intriganten,
die met groote woorden en oproerige toespraken het vertrouwen dezer
domme "burgers" weten te winnen, hen door dik en dun medevoeren,
en zich door hunne hulp overal weten in te dringen. Natuurlijk kan,
bij zulke toestanden, geen sprake zijn van eene goede, verstandige,
rechtvaardige regeering. Zelfs al bleef de radikale partij in het
zuiden buiten het spel, dan nog zou de toekenning van het stemrecht
aan de negers een groot gevaar blijven. Uit den aard der zaak zullen
zij steeds die blanken ondersteunen, die hun in karakter en streven
het naast verwant zijn, en die het niet beneden zich achten, door
toedoen der negers, de minst geschikte, de verachtelijkste personen
in de regeering en winstgevende ambten te brengen. De blanken gunnen
den negers gaarne alle burgerlijke rechten, en hebben er het grootste
belang bij, met hen in vrede en eensgezindheid te leven. Daarvoor
hebben zij geen moeite ontzien: tot heden echter te vergeefs; en zoo
lang de sprinkhaanzwermen der carpetbaggers uit het noorden in de
zuidelijke staten hun schandelijk en onverantwoordelijk spel drijven,
is daarin geene verandering te wachten."
Bij de laatste verkiezingen in October en November heeft de
radikale partij het onderspit gedolven. Zou het zwaar mishandelde
en verongelijkte zuiden hierin de dageraad van een betere toekomst
mogen begroeten?