XI.

De reiziger, die Sierra-Leone bezoekt, kan niet nalaten getroffen

te worden door de sterke tegenstelling tusschen de beide oevers

der rivier.

De noordelijke oever is effen en vlak; kleine moerassige riviertjes

banen zich traag een weg door het lage land; hare uitmondingen schuilen

bijkans onzichtbaar tusschen het hoog geboomte; het Luipaardeneiland

is het eenige punt, dat een weinig uitsteekt en u eenigermate doet

vermoeden, dat ge hier eene groote ruime baai, meer dan twee mijlen

breed, voor u hebt. De kust is hier met zandbanken omzoomd, die de

nadering moeilijk maken, en den ingang van den stroom aanmerkelijk

vernauwen.

De zuidelijke oever daarentegen vormt een bijna bergachtig

schiereiland. De hoogste toppen van deze berggroep, die in

kaap Skilling uitloopt, bereiken eene hoogte van vijftien- tot

achttienhonderd el; bij helder weder zijn zij op een afstand van

vijftien of zestien mijlen zichtbaar. Meermalen zijn deze toppen

in wolken gehuld. De kust is steil en vol inhammen en baaien. Vóór

kaap Skilling, verrijzen de Bananeneilanden uit zee, en sluiten den

horizon naar het zuiden af. De rijk geschakeerde, afgebroken kustlijn

is omgeven met een gordel van blank schuim, door de hevige branding

veroorzaakt.

Dank zij den vuurtoren, kunnen de schepen, zoowel bij nacht als bij

dag, in alle veiligheid, de haven van Sierra-Leone binnenloopen. De

oostersche bouwstijl van dezen toren, die aan de moorsche marabouts

herinnert, doet een uitnemend effect te midden van dit fraaie

landschap. De schoone bergachtige omgeving, het prettig, feestelijk

voorkomen der stad--ze zouden u niet doen vermoeden, dat ge u op

eene plek bevindt, die, en niet zonder goede reden, den naam heeft

van een der ongezondste oorden van de gansche wereld te zijn.

Weldra zijn wij den vuurtoren voorbij; langs de berghellingen en op

de kruinen is het eene opeenvolging van smaakvolle, lachende villas,

soms half in het lommer verscholen.

Freetown, de hoofdstad der kolonie, ligt aan een inham, die vroeger den

naam droeg van de Franschen-baai. De houthakkers zijn hier zoo ijverig

aan den arbeid geweest, dat de bergen, die veertig jaar geleden van den

voet tot den top met bosch waren bedekt, tegenwoordig kaal zijn; ter

nauwernood vindt ge nog enkele groepen boomen in de smalle valleien,

die zich tusschen deze bergen slingeren. Hier en daar zijn ook op

de toppen nog enkele boomen staande gebleven, wanneer de eigenaar

der villa ze niet wilde laten omhakken. De witte muren dier villas

vormen eene scherpe tegenstelling met de donkerkleurige hutten der

vrijgelatenen en van de Kroumanen, die te Sierra-Leone komen, om zich

te verhuren op de schepen, die langs de kust handel drijven.

Nauwelijks is het anker gevallen, of het schip wordt aan alle zijden

door schuiten omringd; de inlanders hebben nauwelijks zoo lang geduld,

tot de gezondheids-commissie haar onderzoek heeft geëindigd. Het is

inderdaad opmerkelijk, de kalmte te zien, waarmede die commissie hare

taak verricht. Toch schijnt ze wel een overtollig artikel van weelde in

deze afrikaansche hoofdstad, waar de kiemen der doodelijkste ziekten

zich eensklaps, zonder eenige aanleiding van buiten, ontwikkelen. De

stad ligt juist aan de grens van het gebied der passaatwinden, en

is dus blootgesteld aan de periodieke windstilte, die de verandering

der windstreek voorafgaat en volgt, en die voor de ontwikkeling der

geduchtste epidemiën zoo bij uitnemendheid gunstig is.

Nauwelijks is van wal het teeken gegeven, dat het vrije verkeer

met het schip geoorloofd is, of de wonderlijk gemengde bevolking der

schuiten klautert aan alle zijden aan boord; verwonder u niet, zoo ge,

naar uwe hut afdalende, die ingenomen vindt door eene dikke negerin:

het is de waschvrouw, die u hare diensten komt aanbieden.

Meen echter niet, dat deze zwarte schepsels in het minst gelijken op

de sierlijke, bevallige dochters der Antillen: deze negerinnen geven

u niets te aanschouwen dan zeer ongelukkige, mislukte nabootsingen van

gindsche origineelen. De bonte doek past slecht op die ronde hoofden,

waar de dikste wol de plaats vervangt van het golvende en zorgvuldig

opgemaakte hair der mulattinnen. Niettemin hebben zij zelfs den

wijden japon en de crinoline of queue van hare west-indische zusters

overgenomen. Maar, o hemel! welke japonnen en welke crinolines! Onder

dien smakeloozen toestel komen groote, lompe voeten te voorschijn;

en de groote geelachtige zweetdroppels, die langs de vooruitstekende

wangbeenderen der waschvrouw biggelen, bewijzen overtuigend, dat de

natuur haar bestemd heeft om een kostuum te dragen, dat beter met

haar ras en haar klimaat overeenstemt.

De hofmeesters en bedienden der handelshuizen, die doorgaans de gewone

leveranciën op zich nemen, verschijnen met hun opschrijfboekje in

de hand, en met het bezige voorkomen van lieden, die zich niet voor

eene kleinigheid willen verplaatsen of vermoeien. De verstandige

kapitein doet wel, indien hij zich niet met deze al te ongeduldige

lieden inlaat; straks verschijnen de Kroumanen, met hun eerlijk

gezicht en hun zwaren, eenigszins slependen gang. Zij zijn bereid,

hunne diensten te verhuren, hetzij per dag, hetzij voor een maand,

voor een jaar, of ook wel voor eene bepaalde corvée; zij zijn de

naïeve, breedgeschouderde, krachtige zonen der kust van Krou. Hunne

certificaten zijn zorgvuldig opgevouwen en in een punt van een doek

geknoopt; de beschaafdsten hebben een doos, waarin het kostbaar

dokument wordt bewaard: dat is hun paspoort, dat zij u toonen als

bewijs van hun goed gedrag en hunne bekwaamheid.

Na ons een weg te hebben gebaand door kisten en balen en wagens, komen

wij aan eene geplaveide glooiing, die midden in de hoofdstraat uitkomt,

welke ter wederzijde door fraaie en regelmatige huizen is omzoomd. Van

binnen zijn die huizen van overdekte galerijen voorzien. Het schuin

afloopende, met balken gedekte dak bewijst dat men er op bedacht

is geweest, maatregelen te nemen tegen de geweldige regenvloeden,

die gedurende negen maanden van het jaar dezen grond doorweeken;

eenige gemetselde riolen geven aan het water gelegenheid naar zee

af te vloeien, zonder de straten, die niet geplaveid zijn, in poelen

te herscheppen.

Het gouvernementshôtel, midden in het oude fort gelegen, beheerscht de

stad en verrijst vlak tegenover de landingsplaats; eenige dwergachtige

boomen bieden hun, die zich te voet naar het hôtel moeten begeven,

een sobere schaduw. Zijne Excellencie drijft de beleefdheid zoo

ver, dat hij zijn rijtuig ter beschikking stelt van de aanzienlijke

vreemdelingen, die hem komen bezoeken; hij bespaart hun zoodoende

den vermoeienden tocht langs dezen steilen weg. Men moet inderdaad

stevige beenen en uitmuntende longen hebben, om naar de kazernen

omhoog te klauteren: ruim en luchtig gebouwd, verheffen zij zich op

den top van een steilen heuvel, driehonderd-zestig voet boven de zee;

zij beheerschen de gansche stad, waarvan zij tevens het fraaiste

sieraad zijn. Het panorama, dat zich hier voor onze blikken ontrolt,

en het vriendelijk onthaal, dat wij hier vinden, stellen ons schadeloos

voor de inspanning van dezen tocht. De officieren wonen te midden der

soldaten. Een schermzaal, een billardzaal, een leeszaal--ge vindt hier

alles bijeen, wat maar eenigszins strekken kan om de ontberingen en

ellenden te verzoeten van eene ballingschap, die dikwijls nog verzwaard

wordt door de martelingen der kwaadaardige koorts. De eetzaal is zeer

fraai. De officieren houden hier hun mess, met al de traditioneele

weelde, waaraan men bij de engelsche regimenten gewoon geraakt is.

In de voorsteden, rondom de eigenlijke stad verspreid, wonen de

vrijgelaten slaven; hunne vierkante hutten zijn uit losse steenen

opgetrokken, en bestaan uit eene enkele benedenverdieping; een eerste

verdieping is uiterst zeldzaam. Het dak is belegd met eene dikke laag

droog gras; een kleine tuin, door een hekwerk of eene haag afgesloten,

omringt de nederige woning. Onder een soort van afdak huist het

gevogelte en de zwijnen, die de eenige huisdieren dezer negers zijn.

In den tuin worden ettelijke groenten en vruchten gekweekt; met

genoegen herkende ik daaronder den broodboom, die zijne breede

uitgetande bladeren boven de omrastering ontplooit. Hij heeft in zijn

nieuw vaderland geen enkele van zijne goede hoedanigheden verloren:

zijn gebladerte is nog altijd even fraai groen; zijne goudkleurige

vruchten schitteren zoo vroolijk in de zon, dat ze u onwillekeurig

tot plukken uitnoodigen. Iets verder ziet gij den mangoboom, even

als de broodboom een geschenk der Europeanen aan Afrika. Ook de

mangoboom is hier geheel inheemsch geworden; zijne rijk gekleurde

trossen verliezen zich in het dichte gebladerte, onder welks lommer

ge onbevreesd de felste zonnestralen tarten kunt.

Neem u in acht, dat ge u niet op eenigerlei wijze het ongenoegen op

den hals haalt van de zwarte burgers dezer stad: de vrijheid, die men

hun geschonken heeft, is hun naar het hoofd geslagen; en al bestond

uwe schuld alleen in hunne verbeelding, toch zouden zij u aanstonds

bij den rechter verklagen. En meen ook niet, dat uwe hoedanigheid

van vreemdeling u in deze van eenig nut zou kunnen zijn; de jury

bestaat uit vrijgelatenen; allen zijn door dezelfde gevoelens van

naijver en wangunst en verborgen haat bezield. Hoe rechtvaardig uwe

zaak, hoe bekwaam uw advokaat ook mocht zijn, ze zouden u onfeilbaar

veroordeelen, omdat gij een blanke zijt. Dat zij den grond, waarop

zij wonen, de welvaart, die zij genieten, de vrijheid zelve, waarvan

zij zoo schromelijk misbruik maken, uitsluitend aan de Europeanen te

danken hebben,--daaraan denken zij natuurlijk geen oogenblik.

In vroeger tijd, toen er nog paarden waren te Sierra-Leone, toen

Hamburg nog eene vrije stad was, fier op haar bondgenootschap

met Frankrijk, in dien tijd dongen hare rijkste en voornaamste

kooplieden naar de eer, om onze vlag voor hunne woning te mogen doen

wapperen, ten teeken dat zij den rang hadden van consulaire agenten

van Frankrijk. Toen ook vonden wij steeds bij deze kooplieden

de onbekrompenste en voorkomendste gastvrijheid, waarvan ik de

aangenaamste herinneringen heb behouden.

De wegen, die Sierra-Leone met de omliggende dorpen verbinden,

loopen in slingeringen langs de hellingen der bergen, en leveren

voor den toerist de aangenaamste afwisseling van schilderachtige

vergezichten op.

Vreemdelingen, die zich een denkbeeld willen maken van den

overstelpenden rijkdom der tropische natuur, moeten niet verzuimen eene

wandeling te maken naar het dorp der Missiën, in Regent-Valley gelegen.

Hier zijn de tuinen vol van de schoonste bloemen: geraniums, rozen en

duizende anderen wedijveren als om strijd in het ten toon spreiden

der schitterendste kleurenpracht, nog te meer uitkomende door het

met kunstige hand smaakvol aangebrachte groen. Nevens de schrale

bamboesstengels, heen en weder golvende met alle winden, en onder het

wiegelen een eigenaardig geluid makende, dat bijna op kermen gelijkt;

nevens de slanke bamboes ziet ge het dichte, massieve gebladerte van

den banaanboom, wiens zware hangende trossen den stam doen buigen;

terwijl de palmboom, hoog in de lucht, zijn bladerkroon uitspreidt

over de gouden vruchten, die zijn ranken stam versieren.

De achtergrond van deze schoone schilderij wordt gevormd door een

achttienhonderd voet hoogen kegel, het Suikerbrood genaamd; een

prachtige waterval verbreekt alleen met zijn ruischend geklater de

diepe ernstige stilte van deze rustige plek, zoo uitnemend voor studie

en overpeinzing geschikt.

Een andere weg, naar het westen gericht, loopt even als de zooeven

genoemde, om en langs de bergen heen, en voert naar den signaaltoren,

van waar men een heerlijk uitzicht heeft over de eindelooze zee, die

zich verre, verre, tot aan den schemerenden horizon uitstrekt. Van

deze hoogte gezien, schijnen de sterkste golven nauwelijks het vlak

des waters te doen rimpelen, en de grootste schepen zijn niet meer

dan notedoppen, waarmede een kind aan den vijverrand speelt.

Langs de kust van Afrika De Aarde en haar Volken, 1875 · 第 12 / 15 题