Van kaap Blanc tot aan de monden van den Senegal is het voorkomen
der kust uiterst vervelend: niets dan eentonige duinen, hier en daar
bedekt met een armelijken plantengroei, door het zand der woestijn
vuil grauw gekleurd.
De eerste boomen, die eindelijk de blikken van den zeevaarder, van
het staren op dit zand vermoeid, komen verkwikken, zijn die van kaap
Vert, welke ver vooruitstekende kaap ten noorden in twee vrij hooge
heuvelen uitloopt. Deze heuvelen zijn van vulkanischen oorsprong; hunne
hellingen zijn bedekt met reusachtige baobabs, die zich alleen in den
zomer met hun prachtig loof tooien. Gedurende den winter is het alsof
de woestijn weder onbetwist hare heerschappij heeft herwonnen. Van
den voet dezer heuvelen loopt eene eenigszins hellende vlakte tot
aan de baai van Goeree.
Het voorgebergte van kaap Vert dekt aan de noordzijde het naakte
rotseiland Goeree, dat zijne prachtige reede, waar de schepen ten
allen tijde eene veilige ligplaats vinden, overziet. Op den top der
rots verrijst een fort, dat kazernen en waterbakken bevat. Langs den
oever zijn kaaien of houten steigers aangelegd, ten behoeve der booten,
die hier voortdurend af en aan varen: want de stad, aan den voet der
rots gebouwd, moet al hare benoodigdheden van den vasten wal ontvangen.
De bevolking van Goeree is zeer talrijk; de signaren of
mestiezen-vrouwen onderscheiden zich zoowel door de zuiverheid
harer zeden als door haar schoonheid en haar hoogmoed. De laptots,
onverschrokken zeelieden, zijn beroemd wegens hun moed en hunne
bekwaamheid; met hunne goeletten bezoeken zij alle wateren en
riviermondingen tusschen den Senegal en Sierra-Leone, en drijven een
zeer levendigen handel. Het huis van de signare is voor den laptot
het begin en het einde, het punt van waar hij uitgaat en waartoe hij
wederkeert; hij is er geboren, en hij zal er sterven; zijne moeder,
zijne zusters, zijne vrouw leven daar. Hoewel de slavernij sedert
twintig jaren is afgeschaft, koestert hij nog voor zijne meesteresse
een eerbied, die somwijlen zoo ver gaat, dat hij haar een deel van
zijne winsten afstaat.
Door de vrijverklaring harer vroegere slaven is de bevolking van
dit eiland in een zeer onzekeren, ongunstigen toestand gebracht;
matig en ondernemend, tracht zij door den handel in hare dagelijksche
behoeften te voorzien; de huizen, die zij van het voorgeslacht geërfd
heeft, veroorloven haar bovendien op zekeren voet van welvaart en
onbekrompenheid te blijven leven; maar de gouden ringen en juweelen,
waarop vroeger de vrouwelijke dienstboden zoo trotsch waren, zijn
sinds lang in den smeltkroes verdwenen, en het doodsche voorkomen
der stad herinnert niet meer aan de vroolijke botaïs (bals) van den
vroegeren tijd.
In 1859 wist admiraal Protet het fransche gouvernement te bewegen,
om het schiereiland van kaap Vert te bezetten. De militaire genie
ontwierp aan de baai van Dakar het plan der toekomstige stad; er
werden twee dammen gebouwd om de geweldige golven te breken, die, door
de zuid-oostenwinden opgezweept, in den regentijd met vreeselijke
kracht aanrolden en de kust volkomen ongenaakbaar maakten. Deze
werken worden door batterijen verdedigd, die haar vuur kruisen met
dat van het fort, hetwelk, sedert het jaar 1840, den top van het
eiland Goeree kroont. Tevens is de toegang tot deze haven zeer veel
verbeterd door het plaatsen van eenige lichten. Achter de dammen
kunnen de stoombooten der Messageries eene veilige en alleszins
voldoende ligplaats vinden; ook is er voor gezorgd, dat zij zich in
zeer korten tijd van de noodige steenkolen kunnen voorzien. Voor de
berging der kolen zijn ruime loodsen opgeslagen; de werkplaatsen der
artillerie naderen hare voltooiing, en weldra zal Dakar een maritiem
arsenaal in het klein zijn geworden.
De bevolking van Dakar bestaat uit Jolofs, die voor verreweg het
grootste gedeelte de mohammedaansche godsdienst belijden, en hunne
godsdienstplichten zeer ijverig waarnemen. Zoo ge u des morgens vóór
zonsopgang aan land laat zetten, zult gij de negers, bij het opgaan
der zon, hunne gebeden zien verrichten; keer des avonds naar het dorp
terug, en, op het oogenblik als de zon aan de kim gaat verdwijnen,
richten zij zwijgend hunne schreden naar de hoogst eenvoudige ommuurde
bidplaatsen, waaraan zij den naam van moskeeën geven, om daar, met
tallooze kniebuigingen, Allah te vereeren. De priesters en marabouts
behooren bijna zonder uitzondering tot de Foulahs en de Toucouleurs. De
aanzienlijke familiën houden er doorgaans zulk een marabout op na, die
gedurende een deel van den nacht verzen uit den Koran moet opzeggen.
Hoewel de Jolofs sedert onheugelijke tijden met de Europeanen in
aanraking zijn geweest, hebben zij nog hunne aartsvaderlijke zeden
en instellingen tot heden behouden. De regeering berust voornamelijk
bij de oudsten des volks; het opperhoofd wordt gekozen; die keuze is
beperkt tot zekere patricische familiën; bij de opvolging gaat de
vrouwelijke lijn voor de mannelijke. De grond is gemeenschappelijk
bezit van de dorpen; partikulieren bezitten in den regel geen andere
dan roerende goederen.
De bebouwbare gronden worden telken jare door het dorpshoofd,
in overleg met den raad der oudsten, verdeeld, waarbij op de
talrijkheid van het gezin, bij de bepaling van ieders aandeel, gelet
wordt. Langzamerhand breidt zich echter het partikulier bezit, dat
altijd bestaan heeft en ontzien werd, meer en meer uit; verscheidene
aanzienlijke Jolofs zijn grondbezitters geworden, en besteden aan de
bebouwing en verbetering van hun land eene zorg, die zij zeker voor
een tijdelijk aandeel niet over zouden hebben.
De veelwijverij is te Dakar in zwang: het getal wettige vrouwen,
dat een Muzelman er op mag nahouden, bedraagt, zoo als men weet,
vier. Ieder, die zich als hoofd van een gezin wil vestigen, zorgt
voor eene omheinde ruimte, die hij omringt met palen en vlechtwerk van
stroo, en waarbinnen de verschillende woningen voor de leden des gezins
worden opgeslagen. De woning van den heer onderscheidt zich door haar
rechthoekige gedaante van die der vrouwen; voorts ziet men nog binnen
die ruimte, die ge, zonder daartoe uitgenoodigd te zijn, welstaanshalve
niet moogt betreden, de woningen der slaven, de keukens en de stallen.
Bij de Jolofs bestaat ook de slavernij, maar in zeer zachten vorm. De
zeden van dit volk zijn volstrekt niet ruw: de toestand van den slaaf
verschilt niet veel van dien der vrijen. Sedert de invoering van den
Islam, zijn er een groot aantal vrijgelatenen, die nog altijd onder de
bescherming van hun vroegeren meester blijven leven; zij kunnen zich
nooit vermengen met de familiën der vrijen, die altijd in stand boven
hen verheven zijn. De kinderen, die uit huwelijken van vrije mannen
met slavinnen geboren worden, vormen eene soort van ondergeschikte
kaste, waarvan de leden geen deel kunnen nemen aan de regeering. Bij
de verdeeling der landerijen ontvangt ook de slaaf zijn aandeel:
maar hij moet zijn oogst bergen in de schuur van zijn meester, die
zich, in geval van nood, die opbrengst van den arbeid zijner slaven
mag toeëigenen.
De marabouts, die geregeld Dakar bezoeken, houden met alle macht de
kinderen van beiderlei kunne terug van het bezoek der europeesche
scholen; zij richten zelven in elk dorp scholen op, die vooral
bezocht worden door kleine jongens, aan wie zij arabisch lezen en
schrijven leeren; verder moeten zij eenige verzen uit den Koran
van buiten leeren: daartoe bepaalt zich in den regel het geheele
onderwijs. De meisjes ontvangen, behoudens enkele, zeer zeldzame
uitzonderingen, in geheel het mohammedaansche Afrika, in het geheel
geen onderricht. Hoofdzakelijk met het doel om de kinderen aan den
invloed der marabouts te onttrekken, heeft Mgr. Kobès, in Baol,
midden in een afgodisch land, zijn etablissement van Joal gesticht.
De Serreres, die op de Jolofs volgen, zijn nog altijd fetish
aanbidders. Zij vereeren voornamelijk twee groote goden, Takhar
en Tiourack; de eerste is de rechter en wreker; de andere is een
barmhartig en medelijdend god, van wien alle goede gaven afkomstig
zijn. Sommige familiën zijn bepaaldelijk voor de dienst dier goden
uitverkoren. De priesters nemen kennis van alle zaken, die met
diefstal of tooverij in betrekking staan, en spreken daarin vonnis;
niemand mag ongestraft den heiligen boom naderen, waaronder de
aarde wordt nedergelegd, door den beschuldigde betreden; of ook den
steen, dien de priester op zijn hoofd moet leggen, om tot ontdekking
der waarheid te komen. De vuurproef of die met vergiftigd water,
waaraan de toovenaars onderworpen worden, eindigen doorgaans voor de
aangeklaagden op noodlottige wijze.
Van 1817, toen de kolonie van den Senegal weder in het bezit van
Frankrijk kwam, tot 1858, is de handel op de naburige kust van Goeree
weinig toegenomen, niettegenstaande dat eiland in het bezit van een
vrijhaven is. Na 1858 heeft de regeering maatregelen genomen om de
kolonisten te beschermen tegen de knevelarijen en plunderingen der
inlandsche opperhoofden, die de onbeschaamdheid zoover dreven, dat zij
de traktaten openlijk schonden of het bestaan daarvan loochenden. De
stichting van Dakar heeft onze macht op steviger grondslagen gevestigd.
De noodzakelijkheid eener vaste en geregelde verbinding tusschen
Saint-Louis en Goeree heeft tot den aanleg van een telegraaflijn doen
besluiten, die langs het strand loopt, en in 1861 voltooid werd. De
karavanen, die de koopwaren uit het binnenland naar de baai van
Goeree voerden, werden dikwijls door de lieden van Cayor overvallen
en uitgeplunderd. Daar de traktaten van vriendschap en handel even
spoedig geschonden als bezworen werden, heeft de koloniale regeering
zich verplicht gezien, in Cayor eenige vaste punten te bezetten,
waardoor de Europeanen meesters van het land zijn geworden.
De kantoren van Rufisque, van Joal en Koalah moeten den handel met het
binnenland aan zich trekken. Zoodra de onlusten in Cayor gestild zullen
zijn, zal Rufisque, in het land Baol gelegen, eene schoone toekomst
tegemoet gaan. Joal ligt in Sin, dat, even als Baol, door Serreres
en door Jolofs bewoond wordt; het is de hoofdplaats geworden van eene
landbouwkolonie, die hare stichting dankt aan Mgr. Kobès, apostolisch
vicaris van Senegambië. Verschillende aanzienlijke personen hadden,
in de nabijheid der missie, gronden in pacht gevraagd en verkregen;
men heeft er katoen geplant, maar de uitkomst heeft niet aan de
verwachtingen beantwoord. De plantages zijn door de droogte of door
sprinkhanen vernield. Men had zich met een beteren uitslag gevleid.
Veertig mijlen van Goeree, zes mijlen ten noorden van Joal, bevindt
zich het etablissement van Saint-Joseph, aan den oever eener baai,
waarin zich de rivier de Fasene uitstort. Schepen van zekeren diepgang
kunnen ongehinderd de kust naderen; de kustvaarders vinden in de
rivier, die zij gemakkelijk kunnen invaren, eene zeer geschikte
aanlegplaats.
Gambia behoort aan Engeland. Ten einde de uitgaven te verminderen, voor
de verschillende nederzettingen langs de westkust van Afrika gevorderd,
heeft de engelsche regeering het bevel over al de afzonderlijke posten
opgedragen aan den gouverneur-generaal van Sierra-Leone, en tegelijk
de garnizoenen dier buitenbezittingen aanzienlijk verminderd. Ook te
Gambia heeft die vermindering plaats gehad; en de toestand van deze
kolonie, die herhaaldelijk in oorlog is gewikkeld met hare machtige
naburen, de koningen van Barre en Combo, is er door dien maatregel
niet op verbeterd. De moeilijkheid om tijdig hulp te bekomen van
Sierra-Leone, dat onder den wind ligt, heeft meermalen den gouverneur
van Gambia gedwongen, de hulp in te roepen van den gouverneur van
den Senegal, wiens tusschenkomst meer dan eens de engelsche kolonie
heeft gered.
Sainte-Marie of Bathurst, de hoofdplaats dezer engelsche kolonie,
werd in 1815 op den linkeroever van de Gambia gesticht; de stad ligt
op een laag en ongezond terrein, dat door een smalle kreek van het
vaste land gescheiden is. De woningen en kantoren bevinden zich langs
de oevers der rivier; het strand is zeer vlak; de koopvaardijschepen
werpen het anker uit tegenover de stad, en hebben door middel van
houten steigers gemeenschap met den wal. Eene onbeteekenende batterij
is het eenige verdedigingsmiddel van Bathurst.
Stoomschepen van zekeren diepgang kunnen de rivier opvaren tot
honderd-zes-en-dertig mijlen voorbij Bathurst; zij ankeren voor het
dorp Capang. Het eiland Macarthy ligt nog vijf-en-twintig mijlen
verder; de reis daarheen moet men met booten doen.
Macarthy was onder de koloniale troepen zeer bekend door zijn
spook. Het verhaal liep, dat een sergeant, die zich in een aanval
van ijlende koorts van het leven beroofd had, geregeld, bij iedere
garnizoens verandering, in de kamer van den bevelvoerenden officier
verscheen en daar aan het rangschikken der stukken ging.
Om over de bergketen te komen, die het stroomgebied van den
Boven-Senegal van dat van de Gambia scheidt, hebben de karavanen
achttien tot twintig dagen noodig. De handelskantoren langs de
Boven-Gambia zijn geheel aan zich zelven overgelaten; meermalen gebeurt
het ook dat de karavanen door de inlandsche opperhoofden aangevallen
en geplunderd worden. De handelsrelatiën in deze streek zijn dan ook
zeer onzeker en aan allerlei gevaar en belemmeringen onderhevig.