IX.

Van kaap Blanc tot aan de monden van den Senegal is het voorkomen

der kust uiterst vervelend: niets dan eentonige duinen, hier en daar

bedekt met een armelijken plantengroei, door het zand der woestijn

vuil grauw gekleurd.

De eerste boomen, die eindelijk de blikken van den zeevaarder, van

het staren op dit zand vermoeid, komen verkwikken, zijn die van kaap

Vert, welke ver vooruitstekende kaap ten noorden in twee vrij hooge

heuvelen uitloopt. Deze heuvelen zijn van vulkanischen oorsprong; hunne

hellingen zijn bedekt met reusachtige baobabs, die zich alleen in den

zomer met hun prachtig loof tooien. Gedurende den winter is het alsof

de woestijn weder onbetwist hare heerschappij heeft herwonnen. Van

den voet dezer heuvelen loopt eene eenigszins hellende vlakte tot

aan de baai van Goeree.

Het voorgebergte van kaap Vert dekt aan de noordzijde het naakte

rotseiland Goeree, dat zijne prachtige reede, waar de schepen ten

allen tijde eene veilige ligplaats vinden, overziet. Op den top der

rots verrijst een fort, dat kazernen en waterbakken bevat. Langs den

oever zijn kaaien of houten steigers aangelegd, ten behoeve der booten,

die hier voortdurend af en aan varen: want de stad, aan den voet der

rots gebouwd, moet al hare benoodigdheden van den vasten wal ontvangen.

De bevolking van Goeree is zeer talrijk; de signaren of

mestiezen-vrouwen onderscheiden zich zoowel door de zuiverheid

harer zeden als door haar schoonheid en haar hoogmoed. De laptots,

onverschrokken zeelieden, zijn beroemd wegens hun moed en hunne

bekwaamheid; met hunne goeletten bezoeken zij alle wateren en

riviermondingen tusschen den Senegal en Sierra-Leone, en drijven een

zeer levendigen handel. Het huis van de signare is voor den laptot

het begin en het einde, het punt van waar hij uitgaat en waartoe hij

wederkeert; hij is er geboren, en hij zal er sterven; zijne moeder,

zijne zusters, zijne vrouw leven daar. Hoewel de slavernij sedert

twintig jaren is afgeschaft, koestert hij nog voor zijne meesteresse

een eerbied, die somwijlen zoo ver gaat, dat hij haar een deel van

zijne winsten afstaat.

Door de vrijverklaring harer vroegere slaven is de bevolking van

dit eiland in een zeer onzekeren, ongunstigen toestand gebracht;

matig en ondernemend, tracht zij door den handel in hare dagelijksche

behoeften te voorzien; de huizen, die zij van het voorgeslacht geërfd

heeft, veroorloven haar bovendien op zekeren voet van welvaart en

onbekrompenheid te blijven leven; maar de gouden ringen en juweelen,

waarop vroeger de vrouwelijke dienstboden zoo trotsch waren, zijn

sinds lang in den smeltkroes verdwenen, en het doodsche voorkomen

der stad herinnert niet meer aan de vroolijke botaïs (bals) van den

vroegeren tijd.

In 1859 wist admiraal Protet het fransche gouvernement te bewegen,

om het schiereiland van kaap Vert te bezetten. De militaire genie

ontwierp aan de baai van Dakar het plan der toekomstige stad; er

werden twee dammen gebouwd om de geweldige golven te breken, die, door

de zuid-oostenwinden opgezweept, in den regentijd met vreeselijke

kracht aanrolden en de kust volkomen ongenaakbaar maakten. Deze

werken worden door batterijen verdedigd, die haar vuur kruisen met

dat van het fort, hetwelk, sedert het jaar 1840, den top van het

eiland Goeree kroont. Tevens is de toegang tot deze haven zeer veel

verbeterd door het plaatsen van eenige lichten. Achter de dammen

kunnen de stoombooten der Messageries eene veilige en alleszins

voldoende ligplaats vinden; ook is er voor gezorgd, dat zij zich in

zeer korten tijd van de noodige steenkolen kunnen voorzien. Voor de

berging der kolen zijn ruime loodsen opgeslagen; de werkplaatsen der

artillerie naderen hare voltooiing, en weldra zal Dakar een maritiem

arsenaal in het klein zijn geworden.

De bevolking van Dakar bestaat uit Jolofs, die voor verreweg het

grootste gedeelte de mohammedaansche godsdienst belijden, en hunne

godsdienstplichten zeer ijverig waarnemen. Zoo ge u des morgens vóór

zonsopgang aan land laat zetten, zult gij de negers, bij het opgaan

der zon, hunne gebeden zien verrichten; keer des avonds naar het dorp

terug, en, op het oogenblik als de zon aan de kim gaat verdwijnen,

richten zij zwijgend hunne schreden naar de hoogst eenvoudige ommuurde

bidplaatsen, waaraan zij den naam van moskeeën geven, om daar, met

tallooze kniebuigingen, Allah te vereeren. De priesters en marabouts

behooren bijna zonder uitzondering tot de Foulahs en de Toucouleurs. De

aanzienlijke familiën houden er doorgaans zulk een marabout op na, die

gedurende een deel van den nacht verzen uit den Koran moet opzeggen.

Hoewel de Jolofs sedert onheugelijke tijden met de Europeanen in

aanraking zijn geweest, hebben zij nog hunne aartsvaderlijke zeden

en instellingen tot heden behouden. De regeering berust voornamelijk

bij de oudsten des volks; het opperhoofd wordt gekozen; die keuze is

beperkt tot zekere patricische familiën; bij de opvolging gaat de

vrouwelijke lijn voor de mannelijke. De grond is gemeenschappelijk

bezit van de dorpen; partikulieren bezitten in den regel geen andere

dan roerende goederen.

De bebouwbare gronden worden telken jare door het dorpshoofd,

in overleg met den raad der oudsten, verdeeld, waarbij op de

talrijkheid van het gezin, bij de bepaling van ieders aandeel, gelet

wordt. Langzamerhand breidt zich echter het partikulier bezit, dat

altijd bestaan heeft en ontzien werd, meer en meer uit; verscheidene

aanzienlijke Jolofs zijn grondbezitters geworden, en besteden aan de

bebouwing en verbetering van hun land eene zorg, die zij zeker voor

een tijdelijk aandeel niet over zouden hebben.

De veelwijverij is te Dakar in zwang: het getal wettige vrouwen,

dat een Muzelman er op mag nahouden, bedraagt, zoo als men weet,

vier. Ieder, die zich als hoofd van een gezin wil vestigen, zorgt

voor eene omheinde ruimte, die hij omringt met palen en vlechtwerk van

stroo, en waarbinnen de verschillende woningen voor de leden des gezins

worden opgeslagen. De woning van den heer onderscheidt zich door haar

rechthoekige gedaante van die der vrouwen; voorts ziet men nog binnen

die ruimte, die ge, zonder daartoe uitgenoodigd te zijn, welstaanshalve

niet moogt betreden, de woningen der slaven, de keukens en de stallen.

Bij de Jolofs bestaat ook de slavernij, maar in zeer zachten vorm. De

zeden van dit volk zijn volstrekt niet ruw: de toestand van den slaaf

verschilt niet veel van dien der vrijen. Sedert de invoering van den

Islam, zijn er een groot aantal vrijgelatenen, die nog altijd onder de

bescherming van hun vroegeren meester blijven leven; zij kunnen zich

nooit vermengen met de familiën der vrijen, die altijd in stand boven

hen verheven zijn. De kinderen, die uit huwelijken van vrije mannen

met slavinnen geboren worden, vormen eene soort van ondergeschikte

kaste, waarvan de leden geen deel kunnen nemen aan de regeering. Bij

de verdeeling der landerijen ontvangt ook de slaaf zijn aandeel:

maar hij moet zijn oogst bergen in de schuur van zijn meester, die

zich, in geval van nood, die opbrengst van den arbeid zijner slaven

mag toeëigenen.

De marabouts, die geregeld Dakar bezoeken, houden met alle macht de

kinderen van beiderlei kunne terug van het bezoek der europeesche

scholen; zij richten zelven in elk dorp scholen op, die vooral

bezocht worden door kleine jongens, aan wie zij arabisch lezen en

schrijven leeren; verder moeten zij eenige verzen uit den Koran

van buiten leeren: daartoe bepaalt zich in den regel het geheele

onderwijs. De meisjes ontvangen, behoudens enkele, zeer zeldzame

uitzonderingen, in geheel het mohammedaansche Afrika, in het geheel

geen onderricht. Hoofdzakelijk met het doel om de kinderen aan den

invloed der marabouts te onttrekken, heeft Mgr. Kobès, in Baol,

midden in een afgodisch land, zijn etablissement van Joal gesticht.

De Serreres, die op de Jolofs volgen, zijn nog altijd fetish

aanbidders. Zij vereeren voornamelijk twee groote goden, Takhar

en Tiourack; de eerste is de rechter en wreker; de andere is een

barmhartig en medelijdend god, van wien alle goede gaven afkomstig

zijn. Sommige familiën zijn bepaaldelijk voor de dienst dier goden

uitverkoren. De priesters nemen kennis van alle zaken, die met

diefstal of tooverij in betrekking staan, en spreken daarin vonnis;

niemand mag ongestraft den heiligen boom naderen, waaronder de

aarde wordt nedergelegd, door den beschuldigde betreden; of ook den

steen, dien de priester op zijn hoofd moet leggen, om tot ontdekking

der waarheid te komen. De vuurproef of die met vergiftigd water,

waaraan de toovenaars onderworpen worden, eindigen doorgaans voor de

aangeklaagden op noodlottige wijze.

Van 1817, toen de kolonie van den Senegal weder in het bezit van

Frankrijk kwam, tot 1858, is de handel op de naburige kust van Goeree

weinig toegenomen, niettegenstaande dat eiland in het bezit van een

vrijhaven is. Na 1858 heeft de regeering maatregelen genomen om de

kolonisten te beschermen tegen de knevelarijen en plunderingen der

inlandsche opperhoofden, die de onbeschaamdheid zoover dreven, dat zij

de traktaten openlijk schonden of het bestaan daarvan loochenden. De

stichting van Dakar heeft onze macht op steviger grondslagen gevestigd.

De noodzakelijkheid eener vaste en geregelde verbinding tusschen

Saint-Louis en Goeree heeft tot den aanleg van een telegraaflijn doen

besluiten, die langs het strand loopt, en in 1861 voltooid werd. De

karavanen, die de koopwaren uit het binnenland naar de baai van

Goeree voerden, werden dikwijls door de lieden van Cayor overvallen

en uitgeplunderd. Daar de traktaten van vriendschap en handel even

spoedig geschonden als bezworen werden, heeft de koloniale regeering

zich verplicht gezien, in Cayor eenige vaste punten te bezetten,

waardoor de Europeanen meesters van het land zijn geworden.

De kantoren van Rufisque, van Joal en Koalah moeten den handel met het

binnenland aan zich trekken. Zoodra de onlusten in Cayor gestild zullen

zijn, zal Rufisque, in het land Baol gelegen, eene schoone toekomst

tegemoet gaan. Joal ligt in Sin, dat, even als Baol, door Serreres

en door Jolofs bewoond wordt; het is de hoofdplaats geworden van eene

landbouwkolonie, die hare stichting dankt aan Mgr. Kobès, apostolisch

vicaris van Senegambië. Verschillende aanzienlijke personen hadden,

in de nabijheid der missie, gronden in pacht gevraagd en verkregen;

men heeft er katoen geplant, maar de uitkomst heeft niet aan de

verwachtingen beantwoord. De plantages zijn door de droogte of door

sprinkhanen vernield. Men had zich met een beteren uitslag gevleid.

Veertig mijlen van Goeree, zes mijlen ten noorden van Joal, bevindt

zich het etablissement van Saint-Joseph, aan den oever eener baai,

waarin zich de rivier de Fasene uitstort. Schepen van zekeren diepgang

kunnen ongehinderd de kust naderen; de kustvaarders vinden in de

rivier, die zij gemakkelijk kunnen invaren, eene zeer geschikte

aanlegplaats.

Gambia behoort aan Engeland. Ten einde de uitgaven te verminderen, voor

de verschillende nederzettingen langs de westkust van Afrika gevorderd,

heeft de engelsche regeering het bevel over al de afzonderlijke posten

opgedragen aan den gouverneur-generaal van Sierra-Leone, en tegelijk

de garnizoenen dier buitenbezittingen aanzienlijk verminderd. Ook te

Gambia heeft die vermindering plaats gehad; en de toestand van deze

kolonie, die herhaaldelijk in oorlog is gewikkeld met hare machtige

naburen, de koningen van Barre en Combo, is er door dien maatregel

niet op verbeterd. De moeilijkheid om tijdig hulp te bekomen van

Sierra-Leone, dat onder den wind ligt, heeft meermalen den gouverneur

van Gambia gedwongen, de hulp in te roepen van den gouverneur van

den Senegal, wiens tusschenkomst meer dan eens de engelsche kolonie

heeft gered.

Sainte-Marie of Bathurst, de hoofdplaats dezer engelsche kolonie,

werd in 1815 op den linkeroever van de Gambia gesticht; de stad ligt

op een laag en ongezond terrein, dat door een smalle kreek van het

vaste land gescheiden is. De woningen en kantoren bevinden zich langs

de oevers der rivier; het strand is zeer vlak; de koopvaardijschepen

werpen het anker uit tegenover de stad, en hebben door middel van

houten steigers gemeenschap met den wal. Eene onbeteekenende batterij

is het eenige verdedigingsmiddel van Bathurst.

Stoomschepen van zekeren diepgang kunnen de rivier opvaren tot

honderd-zes-en-dertig mijlen voorbij Bathurst; zij ankeren voor het

dorp Capang. Het eiland Macarthy ligt nog vijf-en-twintig mijlen

verder; de reis daarheen moet men met booten doen.

Macarthy was onder de koloniale troepen zeer bekend door zijn

spook. Het verhaal liep, dat een sergeant, die zich in een aanval

van ijlende koorts van het leven beroofd had, geregeld, bij iedere

garnizoens verandering, in de kamer van den bevelvoerenden officier

verscheen en daar aan het rangschikken der stukken ging.

Om over de bergketen te komen, die het stroomgebied van den

Boven-Senegal van dat van de Gambia scheidt, hebben de karavanen

achttien tot twintig dagen noodig. De handelskantoren langs de

Boven-Gambia zijn geheel aan zich zelven overgelaten; meermalen gebeurt

het ook dat de karavanen door de inlandsche opperhoofden aangevallen

en geplunderd worden. De handelsrelatiën in deze streek zijn dan ook

zeer onzeker en aan allerlei gevaar en belemmeringen onderhevig.

Langs de kust van Afrika De Aarde en haar Volken, 1875 · 第 10 / 15 题