III.

De Zenobia, een oud fregat van vijftig stukken en met eene machine van

tweehonderd paardenkrachten voorzien, verliet den 27sten December 1865

de haven van Toulon. De vice-admiraal, burggraaf Fleuriot de Langle,

die zich aan boord bevond, moest het opperbevel overnemen over het

eskader, dat ter bescherming dient van de fransche nederzettingen op

de Goudkust.

Met prachtig weder verliet de Zenobia de kust van Provence, en weldra

stevende zij door de golf van Lyon: een water, waar de zeelieden

het in den winter niet op begrepen hebben. Allengs doemden op en

zonken weg de hooglanden van Catalonië en van Valencia, en de spitse,

kale kruinen der Balearische eilanden. Die spaansche kust.... welke

herinneringen wekt zij niet al op! Waar nu Valencia ligt, lag eens de

vermaarde stad Saguntum, de twistappel tusschen Rome en Carthago; en

bij Cabrera denkt men onwillekeurig aan den hongerdood der fransche

krijgsgevangenen, die aldaar van 1808-1814, tijdens den spaanschen

oorlog, hebben moeten boeten voor de heerschzucht van hunnen Keizer.

Verder stevende de Zenobia. Murcia zinkt reeds achter de kimmen;

kaap Palos, Alicante, Carthagena, gaan achtervolgens voorbij. Na kaap

Palos uit het gezicht verloren te hebben, stak er een flinke bries

uit het westen op, straks in een storm overgaande, dien echter de

Zenobia moedig trotseerde.

Gibraltar lag weldra voor ons; en op den 1sten Januari 1866 wierpen

wij het anker uit bij het kolenmagazijn, dat nieuwen voorraad leveren

moest voor de machine, daar de voorraad, uit Toulon medegebracht,

reeds verbruikt was.

Wie te Gibraltar komt, denkt misschien allereerst aan de oude legenden

en mythen der zuilen van Herkules, maar zeker aan de verovering van

Spanje door de Muzelmannen; aan het schitterende tijdperk van hun

bloei; aan de eeuwen lange worsteling tusschen het Kruis en de halve

maan; aan de eindelijke zegepraal van Ferdinand en Isabella: aan,

ja ook aan de verovering van Gibraltar door Engeland, dat er zich

sedert ruim een eeuw gehandhaafd heeft.

Weldra kliefde de Zenobia hetzelfde water, dat de Karthager Hanno,

eenige eeuwen voor onze jaartelling, met zijne schepen doorkruist had;

zij stevende naar het gebied der uit Spanje verdreven moorsche stammen,

er verder naar de landen, door de echt afrikaansche rassen bewoond.--Na

geworsteld te hebben met een orkaan, die ook de europeesche kusten

teisterde, bereikten wij den Senegal, en bezochten de aldaar gelegene

factorijen. Onze verdere zeereis zullen wij niet in alle bijzonderheden

beschrijven: werpen wij liever een blik op het land en zijne bewoners.

Langs de kust van Afrika De Aarde en haar Volken, 1875 · 第 4 / 15 题