Deze polder ligt in het Zuidelijk gedeelte van Texel en heeft zijnen
naam ontleend van zekeren Maarten Kat, herbergier aan den Hoorn,
en eerste ontwerper van het plan ter bedijking van dien polder.
Een gewezen koekbakker van Utrecht, begon de indijking, welke later
in 1776 en 1777, door eenige bijzondere personen werd voltooid,
nadat evenwel twee doorbraken, waarvan de laatste plaats had, toen
reeds het polderhuis en eenige boerenwoningen gebouwd waren, deze
onderneming zeer hadden tegengewerkt.
Genoemde polder beslaat eene grondvlakte van bijna 700 morgen lands,
Rijnlandsche maat, alsmede den inham, die er vroeger van boven de
Schans tot aan het Horntje bestond, en waarin zich voorheen een groot
gedeelte waters van de reede ontlastte, eer het, door het Texelsche
gat, in zee stortte. Deze polder was voor omstreeks twee eeuwen,
maar over een veel kleiner bestek, nog eens ingedijkt geweest.