Deze polder, die volgens de kadastrale ligging eene oppervlakte van
21 bunders schatbaar land beslaat, wordt begrensd t. O. door de zee,
en t. N. en t. W. aan het overige Texel.
Het land in dezen polder, waarop geene boerderij is, wordt uitsluitend
tot hooiland gebezigd. Door de lage ligging wordt het grootste gedeelte
gedurende het wintersaisoen, door het regenwater overstroomd, van
welk overtollig water, deze polder door een kleinen duiker, naar
binnen in den Texelschen polders ontlast wordt.
Deze polder stond tot het noodlottige jaar 1825 onder eigen
administratie. Nadat op den 2e en 3e Februarij van dat jaar, bijna
de geheele dijk der Texelsche polders, door de hooge stortvloeden
bezweken, en Het Grie zelf, alzoo geheel onder water gezet was,
is het onder de algemeene administratie opgenomen en sedert dien
tijd verbleven.