6. Waal en Burg.

Ten opzigte van den polder Waal- en Burg, vond ik in een oud

handschrift van wijlen den voormaligen Doopsgezinden predikant

H. Veenstra, op Texel, het volgende aangeteekend:

"Waal en Burg, uit Slijklanden en aanworpen bestaande, werd door vrouwe

Margaretha van Bourgondië, volgens haren brief van den 12den Mei 1436,

gegeven aan Daniel van Nijewaal, haar Secretaris, en Jan van Noirde

zamen, en aan derzelver Erven, om binnen 16 jaren te bedijken: vrij

van alles, uitgenomen de tienden, na de eerste tien jaren.

"Zij verkregen niet alleen verlof om altijd wateringen, sluizen

en geulen te mogen leggen, dààr hun gadelijkst dunken zoude, maar

ook eenen Dijkgraaf te stellen over hunnen nieuwen dijk. Deze gift

werd, ten verzoeke van vrouwe Margaretha, door Hertog Filips van

Bourgondië, als Graaf van Holland, op den 2den Augustus deszelven jaars

bevestigd. Dit geschiedde vervolgens mede door Keizer Maximiliaan,

op den 4den Augustus 1488, ten verzoeke van Cornelis Crusink, toen

Schout van Texel, en Houtvester van Holland, benevens anderen, als

erf- en regthebbenden van Daniel van Nijewaal en Jan van Noirde. De

Keizer verbeterde deze gifte met een stukje lands genaamd Harde

Cogge, onder een erfpacht van f 6.--Hij bepaalde de koorntienden,

na den vrijdom der eerste 10 jaren, op eene erfpacht van f 15, en

gaf de Ambachts-Heerlijkheid, met den Ambachtsgevolgen uit, voor

eene dergelijke erfpacht van f 6; zoodat de Erfpacht in het geheel

f 27 'sjaars beliep. Maximiliaan behield echter aan zich zelven, of,

aan het Schouten-Ambt van Texel, de kennisse in 't voordeel van alle

boeten en breuken, crimineel of civiel, van welke zuivere afkomste,

alleen één derde zou komen aan de verzoekers (Requestranten) in dezen.

"De latere herdijking geschiedde volgens twee octrooijen van

vrijdom door 'sLands Staten, in dien jare gegeven. De onderneming,

hoewel eerst ongelukkig, had eindelijk eenen goeden uitslag; maar de

onkosten, die eerst op f 28.000 begroot waren, beliepen, toen het werk

voltooid was, f 130.000, gelijk blijkt uit een octrooi van den 6den

Julij 1619.--In den jare 1743 is, bij een nieuw octrooi, de vrijdom

weder verlengd.--Burgemeesteren van Texel, hebben in den jare 1616,

volgens uitspraak der Gecommitteerden in den Haag, op zich genomen,

het onderhoud van 200 Texelsche Roeden in den Walenburger dijk,

gelijk die toen was, en drie jaren later bewilligden zij, dat de

sluizen in Walenburg, op gemeene kosten zouden onderhouden worden. De

Polder werd in 1620, door den landmeeter Jan Pietersz. Douw gemeten,

en 733 morgen, 397 Roeden, Rijnlandsche maat groot bevonden."--

Het Eiland Texel en Zijne Bewoners · 第 47 / 54 题