Deze polder, die ten oosten van het Eijerland ligt, waaraan
hij onmiddelijk paalt, is in 1846 ingedijkt geworden door de
H. H. S. Keyser, P. Kuyper en P. den Bleyker, en bevat eene oppervlakte
van 240 bunders land, die gedeeltelijk bebouwd doch meerendeels beweid
worden. Men vindt daarin thans 9 huizen, bewoond door 9 huisgezinnen,
uitmakende 26 zielen. De omringdijk, welks buiten-talud, met graszoden
is bekleed, heeft eene kruinshoogte van 10 voeten boven gewoon volzee.