Dit dorp, ook wel Oosterend of Oosteinde genoemd, ligt 1 1/2 uur
N. N. O. van Den Burg. Het heeft, omgeven door veel houtgewas en
net aangelegde tuinen, geen onbevallig voorkomen, en bevatte, op 1
Januarij 1856, ruim 500 inwoners en 160 huizen.
Het is wel bebouwd, heeft de oostelijkste ligging, en is na Den Burg,
de grootste plaats des eilands; behoorende daartoe ook het gehucht,
Het Nieuwe Schild.
Oestervisscherij, veeteelt, en eenigen landbouw, maken de hoofdmiddelen
van het bestaan der inwoners uit. De Hervormden, het grootste
gedeelte der bewoners, maken eene gemeente uit, welke tot den ring
Burg op Texel, behoort. De eerste predikant, die hier het leeraarsambt
bekleedde was Wessel Verruhert, in 1666 daar bevestigd, en in 1702
overleden. Vóór de Reformatie was de kerk toegewijd aan St. Martinus,
en werd begeven door de Graven van Holland. Over deze begeving ontstond
weleer twist tusschen den Stadhouder der Graven en den onderpastoor
van Haarlem, welke laatste beweerde, de pastorij verkregen te hebben
van den Heer van IJsselstein, als Stadhouder van Holland, terwijl de
aanstelling gehaald moest worden bij den Aartsdiaken der Utrechtsche
kerk.--Deze pastorij was toen belast met eene laste van zestig of
zeventig Rijnsche guldens, (f 80 à f 90); doch de pastoor die er zijn
verblijf hield, genoot daarvan niet meer dan vier pond groot (f 4.).
Ook het kosteraat werd door de Graven begeven en had een half morgen,
dat gemiddeld eene som van drie Rijnsche guldens (f 4,20), opbragt. De
kerk is een groot kruisgebouw, welks muren meerendeels van duifsteen
zijn opgetrokken, en welks ouden zwaren duifsteenen toren, die sedert
onheugelijke jaren van zijnen spits beroofd was, afgebroken en van gele
steen herbouwd is. Volgens eene overlevering, waarvan ook melding wordt
gemaakt in de Chronijk van Medemblik, moet in die kerk een beeld van
den Heiligen Nicolaas gestaan hebben, hetwelk zoo groot van omvang
was, dat de muur der kerk moest worden doorgebroken, om het er uit
te halen.--Dit beeld zou daarna op het kerkhof verbrand zijn geworden.
Verreweg het grootste gedeelte der huizen staat in eenen wijden kring
om de kerk gebouwd, en langs het kerkhof, dat met een muur omgeven
is, staat eene rij opgaande lindeboomen, welke de kom van het dorp
zeer versieren.
De leden der Doopsgezinde kerk, welke hier verblijf houden, behooren
tot de gemeente Burg- Waal- en Oostereind terwijl de R. K. tot de
gemeente aan Den Burg behooren.