Dit plaatsje, 1 1/4 ure van Den Burg verwijderd, telt tegenwoordig
slechts een 17-tal huizen, bewoond door ruim 70 menschen. Het
ligt in eenen lossen zandgrond, is onbestraat, en zonder boom of
heester.--Volgens hetgene mij verhaald werd, was dit dorpje weleer
eene zeer bloeijende plaats, alwaar zich vele menschen gevestigd
hadden, die zich van de toen aldaar uitgebreide visscherij
onderhielden. Inzonderheid bloeide dit dorpje, toen de groote
visscherij of walvischvangst haren hoogsten top bereikt had, toen
een aanzienlijk getal commandeurs van de Groenlandsvaarders hier hun
verblijf hielden, en leven en welvaart over dit dorp verspreidden;
ja, men zegt, dat de Koog vroeger zelfs de hoofdplaats des eilands
moet geweest zijn, 't geen echter te betwijfelen is, aangezien Den
Burg, oudtijds versterkt en met poorten voorzien, meer tot verblijf
der regering, en dus tot hoofdplaats, geschikt was.--
Dan, wat daarvan ook zijn moge, het afnemen door de zee, van
uitgestrekte buitenlanden of uiterwaarden, ten N. W. van De Koog,
het verval of verplaatsen der visscherij en scheepvaart, enz. heeft
deze plaats bijna geheel doen verdwijnen; en het is alleen aan de
overgeblevene kerk, den rang van dorp nog te danken, daar het, na de
zeer belangrijke afneming in de laatste 50 of 60 jaren, naauwelijks
op den naam van gehucht aanspraak zoude kunnen maken.
Aan De Koog is zelfs geen spoor meer overig van de visscherij en
zeevaart, vroeger zijne mildvloeijende bronnen.
De weinige inwoners, welke zich thans hoofdzakelijk op de veeteelt,
en bepaaldelijk op de schapenfokkerij toeleggen, leven zeer
eenvoudig. Jammer maar, dat de gesteldheid van den grond in deze
streek, zoo schraal en door gebrek aan behoorlijke waterleiding zoo
ongezond, of, zoo als men hier zegt ongans, is. Vooral noordwaarts
van hier, op het zoogenaamde Koogerveld, vindt men moergronden met
pollen en spichtig gras.
Het Kooger kerkje is een vrij net, doch klein steenen gebouw, voorzien
van een houten koepeltorentje en uurwerk.
De eerste leeraar welke hier het predikambt bekleedde, was Petrus
Serooskerke, die hier in 1632 beroepen werd, en in 1637 overleed.--Na
den dood van den predikant Henricus Lambertus Glasvoort, die op den 7
October 1808 overleed, zijn de Hervormden gecombineerd met de Waal. De
Roomschgezinden behooren tot de gemeente van Den Burg, terwijl de
weinige Doopsgezinden, mede tot die van Den Burg behooren.--Het aantal
leerlingen der openbare school aldaar, bedraagt gemiddeld 30 kinderen,
zoo van het dorpje zelf, als van het omliggende veld.--
Oude lieden weten, bij overlevering, dat de Koog zich heeft uitgestrekt
tot de oude kerk, welke echter, blijkens de afbraak en het kerkhof,
slechts klein moet zijn geweest.
De visschers geven den naam van Noord-Koog aan eene plaats in de
Zuiderzee, Z. Z. O. van De Koog gelegen, waar men, naar men zegt,
nog heden eenen weg van duifsteen vindt. Dezelve ligt ééne mijl van
den Texelschen wal af, en is, naar gissing, 3/4 mijl lang. Deze plaats
wordt ook wel de Straat genoemd.--