Dit gehucht, kerkelijk vereenigd met het dorp Oostereind, en van daar
1/2 uur verwijderd, werd vroeger hoofdzakelijk door loodsen bewoond,
die algemeen bekend stonden voor zeer ijverige, bekwame en koene
zeelieden, wier woonplaats hier zeer geschikt gelegen was om de
schepen te loodsen, die van Amsterdam kwamen en op den Vlieter lagen.
In dit gehucht, dat weleer een 50 tal woningen telde, zijn er thans
niet meer dan 4, te zamen bewoond door 35 zielen. De opkomst van het
Nieuwe Diep, welke eerst eene gedeeltelijke, en daarna eene algeheele
verplaatsing van den loodsmansstand ten gevolge had, was oorzaak van
het verval van deze plaats, die hare eerste opkomst te danken had aan
de overbevolking van het oude Schild. Oostwaarts van dit gehucht is in
1844 eene nieuwe haven aangelegd voor oestersvisschers, voornamelijk
bekostigd door Rijks- Provinciale- en Gemeente-subsidiën.--Bij
deze haven, die thans echter weder in verval is geraakt, is onlangs
eene ijzeren baak opgerigt ten dienste van de schepen, die, uit de
Zuiderzee komende, deze plaats passeeren.--Vroeger bestond hier eene
kleine helling om de loodsschuiten te herstellen, alsmede een gebouw
op steenen voet, hetwelk gebezigd werd als Magazijn, ter berging van
goederen, als ook van gereedschappen en bouwstoffen ter herstelling
van de dijken en zeeweringen.