Wij zijn vandaag te Assioet aangekomen, een groote stad van 45000
inwoners, bewonderenswaardig gelegen op een der breedste plaatsen
van het Nijldal en omringd door een buitengewone streek, wat rijkdom
en vruchtbaarheid betreft. Hier is er dwars over de rivier een
belangrijke dam gemaakt, gebouwd tegelijk met den dam te Assoean,
waardoor men de wateren van den Nijl in zijn macht heeft.
De aanlegplaats staat vol met een schaar arabische kooplui, die
de voortbrengselen van het land te koop bieden. Daaronder is zeer
interessant rood aardewerk, dan shawls van ongewone fijnheid en
zilveren degengevesten, wandelstokken van ebbenhout met ivoren knoppen
en een fabelachtige hoeveelheid "antiquiteiten", waarvan het grootste
deel uit Birmingham of Duitschland afkomstig zijn.
De mooiste ezels van Egypte vindt men te Assioet, naar onze drogman
ons vertelde, en inderdaad hadden we er voortreffelijke ezels met zeer
goede zadels. De egyptische ezels zijn alle trouwens goed en mooi,
en ik heb een groote bewondering voor ze. En wat kunnen ze werken! Zij
zijn tegen alles bestand en zijn allerbescheidenst in hun behoeften,
uit noodzaak, wel is waar, helaas! Arme dieren, mijn hart heeft vaak
medelijden met u gehad, als ik merkte, hoe slecht ge gevoed werdt en
hoe hard de stokslagen aankwamen. Wat beulen zijn die ezeljongens,
en wat zou ik graag aan sommigen hunner de slagen teruggegeven hebben,
waarop zij de ezels onthaalden!
Er staan hier rijtuigen, victoria's liefst, bespannen met zenuwachtige
paardjes, en in een van die liet ik mij de stad door rijden, een
mengeling van groote paleizen, vervallen huizen en wankele leemen
hutten, waarin halfnaakte mannen, vrouwen en kinderen met hun varkens,
honden en kippen huizen. Bijna alle winkels hebben uithangborden in
vreemde talen, waar een afschuwelijk Engelsch naast een onmogelijk
Fransch op voorkomt. De stad hangt vol groote aanplakbiljetten,
die met reuzenletters verkondigen, dat "de grootste magnetiseur der
wereld" juist van Parijs is aangekomen.
De bazars zijn belangwekkend en vol oostersche producten. De kalmte
van de kooplui, die op zijn Turksch zitten te rooken en hun koffie
met kleine teugjes slurpen, vormt een vreemde tegenstelling met de
houding van de verkoopers aan de landingplaats, die ons achtervolgden
en ons lastig vielen.
Een Arabier kan geestig wezen; daar twijfel ik niet meer aan. Ik
onderhandelde met een hunner over een mooien doek, waarvoor hij mij het
vierdubbele van de waarde had gevraagd, en wij waren bijna afgezakt
tot den prijs, dien ik ervoor wilde geven, toen hij een halsketting
grijpend en dien haastig in den doek wikkelend, mij beide toereikt
met de woorden: "Hier, neem het maar... bakschisch!" En toen met een
zinspeling op de beroemde ministeriëele circulaire: "Maar zeg het
vooral niet aan Cromer pacha!"
Natuurlijk zijn er te Assioet graven... welke plaats in Egypte heeft
die niet? Hier bevinden ze zich boven op een dorren berg, op welks
helling men de gaten ziet van verschillende grootte als gapende
wonden; die grootte staat in verband met de bestemming van het graf
voor menschen of voor honden, katten of wolven, welke dieren alle
vroeger te Assioet werden aangebeden.
Onder de brandende zonnestralen bestegen wij dien berg, bedekt met
oude, verbleekte beenderen en wij kwamen aan den ingang van het
eerste groote graf. Tegen het hek stond een afschuwelijke mummie
overeind. Een der bewakers drukte de mummie met zijn rechterarm tegen
zich aan en de linkerhand uitstrekkend, zei hij tot ons: "Photografeer
nu de beide generaties... vijf piasters, als het u belieft."
De graven te Assioet zijn werkelijk het bezoek niet waard, dat men
er aan brengt. Het zijn vulgaire grotten, waarin enkele gapende gaten
de kuilen aanwijzen, waaruit men de mummies heeft weggehaald. In een
der hoeken lag een hoop stof van losgewikkelde mummies, en de drogman
bood er ons stukjes van aan als herinnering: "Zonderling," zei hij,
"dat die stof eeuwen is bewaard gebleven!" Buiten zag een Engelschman
een hoop oude lappen, en ze wijzend aan onzen gids, vroeg hij hem:
"En dat, is dat ook mummiestof?" Maar de ander, niet om een antwoord
verlegen: "O neen, dat is maar prullerij... dat komt uit Birmingham."
Wij daalden langs een ander pad en kwamen aan de doodenstad, het
groote, arabische kerkhof, geheel wit, met zijn duizenden graven
met sierlijke koepels erboven. Uit de verte is het een mooi gezicht;
van nabij is het minder aardig. Enkele graven zijn open, zoodat de
beenderen te zien zijn, en de gieren vliegen erboven rond in de lucht.
Ik heb van mijn kort verblijf in Assioet gebruik gemaakt, om den
amerikaanschen zendingspost te bezoeken, die hier een kerk heeft, een
hospitaal en twee mooie onderwijsinrichtingen voor jongens en meisjes.
Zeer vriendelijk ontvangen door den directeur, den Reverend
Dr. Alexander, heb ik met hem de gebouwen bekeken, die zeer goed waren
ingericht. Daar ze reeds sedert vijftig jaren in Egypte gevestigd
zijn, hebben deze presbyteriaansche zendingsstations groote diensten
aan de beschaving bewezen. Ik blijf gelooven, dat de resultaten op
godsdienstig gebied niet veel beteekenen, maar dat ze op humanitair
terrein bijzonder groot zijn. De scholen van Kaïro en Assioet hebben
ieder ongeveer 700 leerlingen; de meisjesschool te Kaïro telt 400. In
het kort, de verschillende scholen van de amerikaansche zending in
Egypte geven een practische opvoeding van groote waarde aan 12387
jongens en 3521 meisjes. Op de school te Assioet duurt de cursus
zes jaren. Na het verlaten der inrichting wordt een klein deel
der leerlingen zendeling, de anderen worden leeraars, en de groote
meerderheid gaan naar hun dorpen terug, waar ze betrekkingen kunnen
krijgen bij post, telegraaf, telefoon enz.
Natuurlijk, dat die duizenden oosterlingen, die zes jaren van hun
leven hebben gesleten in deze scholen, ruim van inzicht worden en
dat er een betere verstandhouding ontstaat tusschen Mohammedanen en
Christenen. Nauwelijks twintig jaren geleden was het onmogelijk met
een Muzelman over den Bijbel te praten... tegenwoordig lezen velen
het Boek, sommigen uit nieuwsgierigheid, anderen om eruit te leeren,
en graag spreken ze over godsdienstige vraagstukken met Christenen.
De pogingen van de amerikaansche, fransche, oostenrijksche en andere
zendelingen hebben stellig tot gevolg gehad, dat de betrekkingen
vriendschappelijker werden tusschen inboorlingen en vreemdelingen,
en indirect hebben ze ertoe meegewerkt, onze denkbeelden en onze zeden
ingang te doen vinden, die tot een beter en gezonder leven leiden. De
in de scholen opgevoede mannen zien ervan af, vele vrouwen te hebben en
begrijpen het familieleven beter en de liefhebbende vertrouwelijkheid
tusschen ouders en kinderen. De vrouwen, die er hebben schoolgegaan,
hebben meer gevoel van eigenwaarde en houden haar huis gezelliger.