Van morgen heb ik een schrik gehad, een hevigen schrik, en het
Nijlwater is er schuld aan. Er zijn op de Ramses uitstekende
badkamertjes en ik had mij een morgenafspoeling beloofd op prettige
en gemakkelijke manier. Vroeg wakker geworden, bestelde ik mijn bad
om zes uur. Enkele minuten later trad ik de badkamer binnen, en toen
kreeg ik den schrik. De prachtige badkuip was gevuld met eene bruine
of liever donkergele modder, dik en afstootend. Toen ik navroeg,
hoorde ik den Arabier, die, voordat hij de deur sloot, nog tot mij
zeggen: "Nijlwater heel zindelijk!" Très propre! Ik draai de kraan
om en er komt hetzelfde vloeibare slijk uit. En toen kreeg ik dit
moeilijke probleem op te lossen: "Zou ik niet schooner, maar minder
vuil zijn, als ik mij niet baadde dan als ik mij elken morgen in
dit slik dompelde?" Ik berekende, dat het twaalf dagen moest duren,
eer we te Assoean zouden wezen; in het eerste geval zou ik op mijn
huid een opeenhooping van 288 uren vet hebben en in het tweede twaalf
over elkaar gestapelde lagen vruchtbaar makend slib... Ik aarzel niet
langer en duik onder. Het gevoel is niet onaangenaam, maar ongelukkig
komt het mij in de gedachte, dat de Arabier, die natuurlijk lui is, wel
eens kon vergeten hebben, het water te vernieuwen voor de verschillende
passagiers, want het is toch altijd slijk, wat men ziet. Die gedachte
was niet prettig, en ik sprong gauw uit de badkuip. Daar er nog
niemand op was, waagde ik mij in mijn pyama op het dek. De regen had
opgehouden; maar wij voeren nog in den nevel. Eensklaps zag ik als door
een sluier hooge fabrieksschoorsteenen, toen veel daken van woningen
en eindelijk een woud van masten. Wij naderen een belangrijke stad;
het leek wel of we op de Theems waren in plaats van op den Nijl!
Nauwelijks heb ik bij mijzelven die meening uitgesproken, of een
zonnestraal, die brutaal den mist doorbreekt, valt op een hooge,
geheel witte en schitterende minaret. Haleluja, haleluja; God zij
geprezen; alleen met zijn hulp kan men een zoo groote verandering van
tooneel bereiken! Als door een wonder is de mist opgelost en zoo ver
het oog reikt, baadt zich de grond van Egypte, van leven tintelend,
in de gouden stralen van den mooien zonneschijn. Omlijst door een oase
van groen, lijkt de stad een wit juweel, met hier en daar een rose
of blauw vlekje, dat afkomstig is van een of ander lichtgeverfd huis.
De egyptische steden zien er veel beter uit van verre dan van
dichtbij. Wat op een afstand een prachtig paleis leek, is vaak maar
een armzalig krot, met instortende muren en vensters, waaruit het u
niet moet verbazen, een geit er den kop door te zien steken! Honderden
booten liggen vastgemeerd aan de oevers, en van alle kanten brengen
ezels, kameelen en zwaar beladen mannen er koren heen en uien, salade,
suikerriet, en koopwaren van allerlei aard, eronder begrepen balen
lompen, die den Nijl zullen afzakken naar Kaïro, Alexandrië, Europa en
Amerika. Wel ja, de agenten der groote amerikaansche papierfabrieken
komen hier stoffige lompen koopen en die ellendige vodden zullen u
en mij weer onder de oogen komen in den vorm van een geïllustreerd
tijdschrift of een geurig billet doux. Neen, er gaat niets verloren
in deze wereld. Kijk eens naar die wonderlijke bouwsels; het zijn
reuzenduiventillen, en ge ziet ze in massa langs den Nijl. Verbaast
het u, te vernemen, dat men hier duizenden duiven fokt, alleen om
hun excrementen als mest te gebruiken?
De stad ligt nu ver achter ons. Links verheffen in de verte
eigenaardige dorre, strenge bergen hun toppen met rechte en eentonige
lijnen naar de lucht. Er is geen enkele punt te onderscheiden; het
zijn bergtoppen, vlak als tafels. Van den Nijl tot aan de hoogte is
de woestijn aan het woord, want de terreinen liggen te hoog, dan
dat het vruchtbaarmakend water er kan worden heengevoerd. Rechts
daarentegen ziet men het schoone land van het vlakke en vruchtbare
Egypte met heerlijke bebouwde velden tot in de verte, den rijkdom van
het land. Mannen en vrouwen werken ijverig, terwijl myriaden kinderen
bijna naakt zich aan de oevers van den Nijl amuseeren. Overal is druk
bewegen; is intensiteit van leven.
Nu en dan gaan we voorbij dorpjes van leemen hutten, omringd door
palmboschjes, hutten, die er armoedig en ellendig uitzien te midden
van de rijke en vruchtbare natuur. Door de velden en langs de rivier
loopen lange rijen ezels, buffels, kameelen en vrouwen, die op het
hoofd groote kruiken dragen, alles duidelijk te onderscheiden tusschen
de vlakke aarde en den blauwen hemel.
Links de woestijn en de doode natuur, rechts de bebouwde velden,
vruchtbaarheid en rijkdom. Meer dan ergens is het hier het land der
tegenstellingen.
Hooge fabrieksschoorsteenen stooten hun rook uit naast sierlijke
minarets; hier verspreidt een moderne stoompomp het water van
den Nijl over de naburige velden, en ginder werken naakte mannen
onophoudelijk aan het omhoog voeren van het water door middel van een
antieke sakieh; in de verte zien we goederentreinen snel in een wolk
van stof verdwijnen, terwijl daarnaast zich langzaam heele reeksen
kameelen langzaam bewegen. Op een paar meters afstands van de meest
moderne suikerfabriek ziet men een fellah met liefde zijn lapje grond
bewerken met een ouden ploeg, bespannen met een ezel en een kameel,
vreemd span, dat er al sedert eeuwen voor gebruikt wordt. Hier staat
een moskee en ertegenover een oud christelijk klooster van de Kopten,
met een kruis boven den koepel. Op den Nijl zijn de tegenstellingen
even treffend; de Ramses met zijn stoommachines, electrische dynamo's,
weelde en comfort, passeert of kruist in vliegende vaart inlandsche
booten, beladen op phenomenale manier, dezelfde booten, die den Nijl
bevoeren twintig of dertig eeuwen geleden.