HET GEBIED VAN DEN OUDEN RIJN.

Ik noodig U nu uit om met mij den sprong naar Leiden terug te maken van

daaruit den ouden Rijn op te varen, volgend dien ouden stroom in al

zijn kronkels tot Woerden. De Oude Rijn is een gekanaliseerde rivier,

een, waar dus geen stroom meer in is dan alleen als er soms eens

gespuit wordt, maar die toch in zijn geheel zijn rivierkarakter tot nu

toe heeft behouden. Dat geeft aan dit water een groote bekoring. De

vele kronkels, de plotselinge verwijdingen, zijn dikwijls van een

verrassende schoonheid; de dorpjes en de gehuchten langs de oevers

hebben zooveel karakteristieks en de buitenplaatsen daartusschenin zijn

zoo kennelijk-antiek van bouw en aanleg, dat het een lieve lust is, om

langs dezen Ouden Rijn te varen dwars door Zuid-Holland heen. Talrijk

zijn de steenbakkerijen aan zijn oevers, talloos eveneens de

scheepswerven: het geklop en gehamer is er niet van de lucht en heel

wat—vooral ijzeren—vaartuigen glijden hier in den loop van een jaar in

het Rijnwater.

De wegen langs den Ouden Rijn: ter onderscheiding Hooge en Lage Zij

geheeten, zijn aan beide kanten met hooge boomen beplant. Daarvandaan

heeft men een vrij uitzicht over het typisch-lage land daarneven:

onderkent men er den rijkdom van den bodem door de dichtheid van de

bevolking. Overal dorpen in het rond, of alleenstaande, meest groote

boerenhuizingen.

Eerst komt Leiderdorp, dan komt Koudekerke. In dit laatste dorp, of

althans vlak daarbij, staat een wiekenlooze molen, waar, volgens de

overlevering, Rembrandt, wiens vader een welgesteld molenaar is

geweest, zou hebben gewoond.

Dan komen we voorbij Oudshoorn met het oude kerkje (uit 1669) door

Stalpert gebouwd en langs ’s Molenaarsbrug, de plaats waar jaarlijks

duizenden Nederlandsche roeiliefhebbers de feesten van Hollandia gaan

meevieren. En dan Alphen aan den Rijn (zie pl. 11 en 57).

Het centrum.

Het hart van deze bloeiende streek. Een bloeiend stedeke almede. In de

oude geschiedenis bekend onder den naam Albiniana, een naam, die op

hoogen ouderdom wijst. In de middeleeuwen het tooneel van vele episoden

uit den feilen strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen. Jacoba van

Beieren versloeg er in de jaren 1425 en ’26 de laatsten op gevoelige

wijze.

Even voorbij Alphen, bij de Gouwsche sluis, komt de Gouwe uit. Die

loopt zuidwaarts naar Gouda, voorbij Boskoop (pl. 91). Een plaats met

vele uitgebreide kweekerijen (er worden o.a. veel rhodondendrons

gekweekt), vooral boomkweekerijen zijn er talrijk. Het gevolg is

geweest, dat Boskoop, dat o.a. veel naar Amerika exporteert, zich in de

laatste jaren sterk heeft uitgebreid.

Keeren wij nu weer terug naar onzen Ouden Rijn en vervolgen wij er onze

vaart. De schoonheid van het landschap verandert niet. De wijde blik

blijft, Zwammerdam passeeren wij en dan komt Bodegraven. Even daar

voorbij ligt het fort Wierickerschans, dat in oorlogstijd is gebruikt

als onderkomen voor geïnterneerde Engelsche officieren. Weldra komen

wij dan weer in een van de oudste stadjes van Zuid Holland, in Woerden:

de oude vestingstad.

De Rijn bij Woerden (pl. 25) is al zeer aantrekkelijk. Een water als

dit verhoogt steeds de schoonheid van het stadsdeel, waardoor het

stroomt. En zeker in een stadje als Woerden, waar alles nog spreekt van

den ouden tijd. Het sterkst is dat het geval met het oude raadhuis,

thans kantongerecht (pl. 1). Dat is misschien wel een der mooiste oude

gebouwen van heel Nederland. Het is in de zestiende eeuw gebouwd, maar

de voorgevel is uit het begin der zeventiende eeuw (1614). Als raadhuis

bevatte dit schoone gebouw een prachtige raadszaal.

Behalve dit zijn er nog verschillende oudheden in dit plaatsje te

bewonderen: de Stadswaag, het Gemeene-landshuis en het Kasteel.

Zoo is het gebied van den Ouden Rijn niet alleen een mooi deel van Zuid

Holland uit een oogpunt van natuurschoon, maar is het ook uit hoofde

van zijn geschiedenis van geen geringe beteekenis.

Van Woerden uit zuidwaarts gaande over Waarden, blijvende ten N. van

den Hollandschen IJssel komen wij in het gebied van de Reewijksche en

Sluipwijksche plassen.

Ook hier weer water in overvloed. Stille, mooie wateren van mysterieuze

schoonheid. Veenplassen in hoofdzaak. Maar in den loop der tijden dicht

begroeid met riet en langs de oevers met mooie grillig-gevormde wilgen

afgezet. Een eldorado voor liefhebbers van waterland-natuurschoon.

Langen tijd werden deze schoone wateren bedreigd met

droogmakingsplannen, maar het gevaar, dat dit werkelijk-eenige

natuurmonument verloren zal gaan, is, voor zoover wij thans kunnen

zien, gelukkig voorbij (pl. 29).

Wie wat van de Reewijksche en Sluipwijksche plassen wil zien, behoeft

niet op het water te zijn. Men kan een heel mooie en zeer

belangwekkende fietstocht van omstreeks acht K.M. lengte er doorheen

maken. Immers er loopt een uitstekende weg doorheen van Bodegraven over

Sluipwijk—dat in het hart van de plassen ligt—naar Gouda.

Het land ten zuiden van den Ouden Rijn tot Den Haag behoort voor het

grootste gedeelte nog tot Rijnland. Daar liggen tal van grootere en

kleinere dorpen in deze bij uitstek welvarende omgeving. Zoetermeer,

Zegwaard, Stompwijk, Leidschendam (pl. 74), Benthuizen, Zoeterwoude en

Hazerswoude (pl. 49), Waddinxveen, Boskoop, Moerkapelle, Zevenhuizen

enz.

Aan den eenen kant is Leiden en ook Alphen aan den Rijn de sleutel tot

dit welvarende landbouwgebied, aan den anderen kant is dat

Mijn Land, 03/11 · 第 11 / 21 题