GOUDA.

Wij zijn in deze stad aangeland in een belangrijk centrum gelegen aan

de samenvloeiing van de Gouwe (pl. 19) en den Hollandschen IJssel, aan

verschillende spoor- en tramwegen en vooral aan den drukken

scheepvaartweg Amsterdam–Rotterdam.

Gouda is een mooie, ruim gebouwde, echt Hollandsche stad. Het heeft een

prachtig stadhuis (pl. 4), dat uit het midden der vijftiende eeuw

dateert (1449), maar dat daarna nog verschillende malen verfraaid is.

Zeer bekend is de St. Janskerk of Groote Kerk, eveneens uit de

vijftiende eeuw. Er liggen in deze kerk heel wat bekende Nederlanders

begraven, onder dezen is Coornhert zeker wel de bekendste. De kerk

bevat niet minder dan 45 gebrandschilderde ramen, waaronder er

verschillende zijn van de gebroeders Dirk en Wouter Crabeth (pl. 48)

beiden geboren Gouwenaars en die de glas-schilderkunst in Parijs en

Italië moeten hebben geleerd.

Gouda is een heel oude stad, die reeds in 1272 van graaf Floris V

stedelijke rechten kreeg en die in de Middeleeuwen ten tijde der

Hoeksche en Kabeljauwsche twisten herhaaldelijk het tooneel van feilen

strijd is geweest. De stad is trouwens ook, zooals het bijna alle

steden in het woelige Holland gegaan is, ettelijke malen verbrand en

verwoest.

Gouda heeft zich groote bekendheid verworven door den kaashandel,

waarvan het een middelpunt is, maar tevens door zijn pijpen-, kaarsen-

en fayence-industrie.

De Gouwe kronkelt zich door het stadje en hier en daar zijn daardoor

bijzonder fraaie stadsbeelden ontstaan, zooals bijv. bij de Vischmarkt

(pl. 19). Voor wie van oude gebouwen houdt levert de stad eveneens een

schat van gegevens. Talrijk zijn de oude gevels en zelfs zijn er nog

vele van die oude kloosterkapellen overgebleven. Dan is er natuurlijk

verder de Waag (1668) en het Museum, waarin de beroemde geëmailleerde

beker, geschenk van Jacoba van Beieren, bewaard wordt.

Nu wij toch hier in de buurt zijn, kunnen wij even den Hollandschen

IJssel opgaan naar Oudewater, wij passeeren dan onderweg het dorpje

Haastrecht (pl. 13).

Wij komen eveneens langs Goejanverwellesluis, ons uit de geschiedenis

zoo welbekend als de plaats, waar de gemalin van prins Willem V,

Wilhelmina van Pruisen, in 1787 werd aangehouden, hetgeen een invasie

der Pruisen tengevolge had.

Oudewater is een heel bekend, schilderachtig gelegen stadje.

Heel oud.

Rijk aan merkwaardige gevels. Een vijftiende-eeuwsche kerk, een

zestiende-eeuwsch stadhuis (pl. 15). Op de Markt staat de Heksenwaag

(pl. 43) en daarnaast het huis waar, naar men zegt, Arminius het

levenslicht heeft aanschouwd.

Oudewater is een van die plaatsjes, die in haar geheel zoo’n echt

antieken indruk maken. Vermoedelijk komt dat wel, doordat veel, wat

hier oud is, ook overheerscht.

Wij gaan nu meteen naar den overkant van den IJssel, naar de

Krimpenerwaard, eveneens een typisch Hollandsch polderland vol bekende

dorpen, als Stolwijk, Berkenwoude en, aan de Lek Schoonhoven, Ammerstol

en Lekkerkerk.

Van al deze is Schoonhoven om vele redenen de voornaamste. Vroeger was

het een aanzienlijke vesting; dat is trouwens nog heel goed te zien,

aan de Veerpoort o.m., die een overblijfsel is van de

zeventiende-eeuwsche omwalling (pl. 44). Herhaaldelijk treedt

Schoonhoven in de geschiedenis op den voorgrond.

Tegenwoordig houden de bewoners zich bezig met industrie—het plaatsje

heeft o.a. de grootste goud- en zilverindustrie in ons land—en

visscherij. Voor dit laatste is Schoonhoven steeds bekend geweest, al

sinds de middeleeuwen.

Mijn Land, 03/11 · 第 12 / 21 题