Alleen over deze oude stad zou een apart boekje te schrijven zijn en
dan nog wel een met honderd plaatjes. Want Leiden is een der meest
belangwekkende steden in deze provincie en tevens een met een
merkwaardige geschiedenis, al was het alleen maar die van het beleg
door de Spanjaarden in 1574 en het ontzet, waaraan nog veel in deze
stad herinnert.
Na 1574, toen Leiden haar Universiteit kreeg, heeft de stad een
langdurige bloeiperiode doorgemaakt: het was een der rijkste en meest
invloedrijke steden van het gemeenebest.
Natuurlijk bevat een stad als deze een schat van schoone gebouwen: een
der allerschoonste, het Stadhuis in de Breestraat (pl. 24) is nog niet
lang geleden, in den barren winter van het vorig jaar, geheel door
brand vernield. Daarbij zijn natuurlijk schatten verloren gegaan,
schatten van geschiedkundige waarde vooral. Die kunnen niet worden
vervangen, maar wat men wel kan doen, het stadhuis herbouwen in zijn
vroegeren schoonen vorm, dat zal men misschien wel doen ook.
De Hooglandsche Kerk en de St. Pieterskerk (pl. 3) herinneren aan de
middeleeuwen.
Aan de samenvloeiing van twee Rijnarmen staat de Burcht, eveneens een
bouwwerk uit de vroege middeleeuwen (pl. 81). Vermoedelijk is deze
Burcht op een oude Romeinsche versterking gebouwd.
De Marekerk (pl. 12) is koepelvormig en dateert uit het begin van de
zeventiende eeuw.
De Universiteit—die een wereldvermaardheid bezit—is gevestigd in het
voormalige Klooster der Witte Nonnen aan het Rapenburg, terwijl de
Bibliotheek in de Kapel van het Bagijnhof een onderkomen gevonden
heeft.
Bezienswaardig is voorts nog de Waag, die eigenlijk het Waag- en
Boterhuis heet (pl. 59), een gebouw, dat eveneens uit de zeventiende
eeuw stamt en dat versierd is met beeldhouwwerk van Rombout Verhulst;
verder het Gemeene-Landshuis, de Meermansbrug, de Zijlpoort, de
Korenbrug, het Jean-Pesijnhofje en de Morschpoort (pl. 8). Ook zal een
goede Leidenaar niet nalaten U het huis te wijzen, waar onze grootste
schilder Rembrandt op 15 Juli 1606 het levenslicht aanschouwde.