Wij zwerven nu noordwaarts door het duingebied. Nu eens langs het
strand, dat hier wel niet zoo breed is, maar waarvan de wilde
schoonheid een prettige tegenstelling biedt tegenover het mondaine
strand van Scheveningen, dan weer langs de talrijke binnenpaden door de
duinen. Er zijn er van deze nog veel meer, maar jammer genoeg hebben
vele eigenaren van duingrond zich verplicht gezien hun bezittingen af
te sluiten, ten einde verdere vernieling te voorkomen. Daardoor kan men
van de heerlijkheid van dit werkelijk mooie landsdeel maar gedeeltelijk
genieten.
Van Den Haag uit hebben wij eerst nog even een kijkje genomen—de weg er
heen loopt door het Haagsche Bosch—in Wassenaar. De weg is omzoomd met
een groot aantal prachtige buitenplaatsen. Het voormalig kasteel (pl.
63) is thans Hotel: het fraaie park heeft nog niets van zijn
oorspronkelijke aantrekkelijkheid verloren. Rechts staan de Eikenhorst
en Raaphorst, beide bezittingen van de Koningin, links is in het
landgoed de Pauw het raadhuis van de gemeente gevestigd.
Daarna richten wij ons naar de duinen.
Van Den Haag af naar het noorden toe liggen in den duinrand een aantal
plaatsjes, die—zoo bescheiden en stil als ze daar thans mogen liggen—in
den ouden tijd soms een zeer bijzondere en belangrijke rol hebben
gespeeld.
Reken maar eens met een dorpje als Rijnsburg, tusschen Leiden en
Katwijk, thans een knus landbouw-dorpje: eertijds het middelpunt van de
belangstelling van den adel, omdat daar—dat was in de vroegste
middeleeuwen—een abdij stond voor adellijke dames: in 1133 gesticht
door Petronella van Saksen.
Van dit pittoreske plaatsje hoort men thans weinig meer: de badgasten
gaan naar zee en Rijnsburg ligt te veel naar binnen: toch is het een
bezoekje graag waard (pl. 22).
Langs een zeer modernen verkeersweg kunnen wij Katwijk aan Zee
bereiken: een eenvoudig visschersdorp, dat in de laatste jaren erg in
trek is gekomen als badplaats: mogelijk wel omdat onze Koningin er
zooveel belang in stelt en Prinses Juliana er woont.
De goeie ouwe Rijn mondt hier uit in zee, d.w.z. als Katwijksch kanaal
met sluizen, voorzien van talrijke zware deuren. Hier wordt Rijnlands
boezemwater in de zee geloosd: de werken, die dat mogelijk maken,
danken wij aan koning Lodewijk Napoleon, die deze van 1804–1807 liet
aanleggen.
Noordwaarts gaan wij nu naar het schoone Noordwijkerhout dat hier
tusschen de duinen als gesmeten ligt en naar Noordwijk aan Zee, dat tot
de meest moderne en meest bezochte badplaatsen van Nederland behoort.
Met de gemeente Voorhout tezamen is dit een der schoonste gedeelten van
het Zuidhollandsch duinengebied.
Noordwijk aan Zee is als het ware op en tusschen de duinen gebouwd.
Vandaar de grillige loop der straten, die nu eens omhoog voeren om dan
weer plotseling in een duinpan te verdwijnen. De vele buitenverblijven,
groote en kleine villa’s van allerlei vorm en kleur geven aan dit dorp
dien markanten indruk, waardoor Noordwijk zich van alle andere
badplaatsen onderscheidt.
Wij gaan nu meer landwaarts in, komen dan op den grooten weg van
Haarlem naar Leiden, en gaan via Hillegom, Lisse, Sassenheim en
Oegstgeest naar de oude Universiteitsstad Leiden.
Wij zijn nu plots midden in het gebied van de bollenkweekers, hier
bloeien in het voorjaar tulpen en hyacinthen en narcissen (pl. 60 en
96). Hier is de heele omgeving in dien echten bloembollentijd één
kleurrijk schilderij, waarin de duinen als zacht glooiende achtergrond
optreden en waarin dan de vele dorpjes en gehuchten met hun keurige
huizen en scherp-gelijnde spits-torenige kerkjes, het zoo recht goed
doen.
Doorsneden is dit land in allerlei richting van slooten en andere
kleine watertjes, noodig voor de bevloeiing die een voornaam deel is
van de zorg voor de veel-werk-vragende bollen, die Nederland tot in de
uithoeken van de wereld, maar vooral in Amerika, een grooten naam
hebben bezorgd.
Hillegom is een van die welvarende dorpen, omringd van bloemvelden,
prachtige warmoezerijen, talrijke buitenplaatsen: een toonbeeld van
welvaart in deze schoone omgeving. Lisse is almede hetzelfde: ook daar
een nijvere bevolking, die geheel op landbouw, maar vooral op
bollenteelt aangewezen is: een aardig dorp van vele buitenplaatsen
omzoomd. Van Haarlem komend voert rechtsaf een weg van Lisse naar het
schoone buitengoed Keukenhof (pl. 82). Een wandeling daarheen, ongeveer
tien minuten, loont zeker de moeite.
Iets verderop komen wij dan aan Sassenheim: een heel oude plaats reeds,
die in vroeger jaren Saxenheim geheeten moet hebben.
Wij naderen thans Leiden, gaan daarheen over Oegstgeest waarvan het
oostelijk gedeelte reeds met de stad Leiden is samengegroeid.
Hoe heerlijk „doet” het oude met klimop begroeide kerkje van Oegstgeest
het in deze toch al zoo schoone omgeving. Langs Rijngeest, Voorgeest en
Endegeest gaat de weg naar den Deyl en naar Den Haag.