Voor zoover het bekend is, woonden in het begin van onze jaartelling,
dus ongeveer twee duizend jaar geleden, in Zuid-Holland—dat toen nog
een woest moeras- en boschgebied was—Kaninefaten en Friezen. Toen de
Romeinen kwamen, werd er wat orde gebracht in den chaos: er werden
wegen aangelegd en dijken, die beschermd werden door sterkten. Zoo werd
Leiden (Lugdunum) verbonden met Utrecht (Trajectum) en met Voorburg
(Forum Hadriani).
Ten tijde van de groote volksverhuizing ging wel veel verloren van wat
de Romeinen aan beschaving in deze landen hadden gebracht, maar veel
bleef gelukkig ook bestaan. En heel lang heeft de beschavende invloed
der Romeinen doorgewerkt. De Franken overstroomden nu Zuid-Holland: de
Friezen bleven, zij het dan alleen in het kustgebied.
In de Middeleeuwen en later nog in de zestiende en de zeventiende eeuw
is de geschiedenis van de provincie saamgeweven met die van
Noord-Holland, welke twee provincies trouwens toen—en zelfs nog tot
1840—een geheel vormden: de machtigste van de Zeven!