No. 16. "Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag."

De jonge graaf valt hier onder de slagen van Aremberg's ruiters, waar

zijn hollend paard hem midden in de veenplassen heeft gevoerd. Achter

hem bedreigt een ruiterhamer zijn hoofd. Spaansche en Nassausche

ruiters komen schermutselend aanrennen tusschen omgeworpen turfstapels

door.

Een houten molen op een dijkje heeft vlam gevat.

No. 17. Een Prince van groter machten, Den Grave van Egmond als een

schaep ginc ter slachten.

Egmond is neergeknield, terwijl de bisschop van Yperen hem het

kruisbeeld toereikt. Naast den bisschop staat Noircarmes. De

provoost-maarschalk Spelle rijdt om 't schavot met de roode roede van

justitie in de hand. Onder de prent van zijne terechtstelling in 1570

staat in Hogenberg's prentwerk dit rijmje:

Hij bracht "viel unschuldich umbs leben

Doch ist er auch zu letst gfangen

Und an sein besten hals gehangen.

Links is een gerechtsdienaar te paard, met hellebaard gewapend.

De musketiers staan, het musket op de gaffel gesteund, met

brandende lont aangetreden. Met 't beulszwaard onder den arm gaat de

scherprechter den schavottrap op. Juliaan Romero staat met getrokken

degen vooraan. Naast hem een rotmeester met de hellebaard in de

hand. Een hoek van 't Brusselsche stadhuis komt boven de lansen uit.

No. 18. 's Prinsen leger trekt over de Maas bij Stockhem.

Achter het voetvolk, piekeniersvendelen van afdeelingen haakschutters

en musketiers omgeven, komt hier het geschut aan. Zware Brabantsche

paarden, twee voor elk kanon, door Duitsche boeren bestuurd, trekken

de zware kartouwen door de rivier. Een Duitsch kanonnier grijpt in het

rad om bij het afgaan der oeverhelling het zwaar afrollend stuk mee

te weerhouden. Een ander maakt zich gereed om bij 't voortgaan aan te

trekken. Op den oever is geheel vooraan een trompetter te zien. Hier

en daar steekt een vaandel boven de troepen uit, soms in 's prinsen

kleur, blauw, of met de groen en witte banen des konings of met de

spreuk: "Pro lege, rege, grege." De ruiters, die als stroombrekers

midden door de rivier staan, zijn door 't mastbosch van pieken te

zien. Vooraan volgen eenige Duitsche musketiers een kanon.

No. 19. De Watergeuzen voor den Briel; Koppelstok begeeft zich naar

de stad.

De geuzensloepen roeien van boord. Een bewapende koopvaarder ligt

naar links achter den veerman. In de veerschuit ligt een kussen met 't

Brielsche wapen. Aan 't havenhoofd, dat van de Noorderpoort uitgaat,

klimmen de geuzen aan wal. Boven de wal, waarin een waterpoort te

zien is, komt de St. Catharinatoren uit.

No. 20. Rede van Marnix van St. Aldegonde tot de Statenvergadering

in Dordrecht.

't Is de vergadering van 18 Juli. Marnix dringt in krachtige teekening

van 's Prinsen nood op geldelijken steun aan. Naast hem zit Paulus

Buys, de aangestelde advocaat van Holland. Vooraan, op de bank die

langs drie zijden van de tafel staat, zijn de edelen van Holland:

Jacob van Wijngaerden en rechts, Arent van Duivenvoorde gezeten.

No. 21. Lodewijk van Nassau trekt uit Bergen (Henegouwen).

Graaf Lodewijk, gewikkeld in een slaaprok, wordt in een draagkoets

of rosbaar vervoerd, omstuwd door de achterhoede van zijn leger. Een

Nassausche trompetter rijdt voor de koets uit; op eenigen afstand

gaan de Spaansche ruiters die als geleide meetrekken. Naast de koets

rijdt François La Noue (Bras de fer) wiens ijzeren linkerarm stijf

neerhangt. Eenige Hugenootsche soldaten marcheeren voorop. De eerste

van links der drie soldaten draagt een haakbus. De haak gaf steun aan

de borstwering bij den terugstoot van 't schot. Het tweetal naast hem

is met een musket gewapend; de gaffel of 't furquet, waarop het wapen

bij 't schieten werd gesteund, hebben zij in de hand. Een kruithoorn,

kogelzakje en lontsnoeren voltooien hun rusting. Achter Lodewijk's

troepen trekken de Spanjaarden door de poort. Tegen de lucht komt

het kasteel van Mons uit.

No. 22. Aanval der Spanjaarden op de ingevroren vloot nabij den

Diemerdijk.

De haakschutters en musketiers zijn gelijk als Lodewijk's soldaten

bewapend. Een zware musket valt op den gevallen Spanjaard. De kolf

van een dubbelhaak, een zware haakbus die een ijzeren kogel van 5, of

een looden kogel van 7 oncen schoot, is links vooraan te zien. Achter

de schermutselende waterlanders is de ingevroren vloot zichtbaar.

No. 28. Op den tweeden wal achter de Kruispoort.

De geweldige rookwolken geven de werking aan van 't uiteenspringen

der mijn onder 't Kruispoort-ravelijn. Van den wal richten de burgers

musket- en haakbusvuur op de vluchtende bestormers. Rechts richten

eenige poorters een vogelaar (klein kanon uit het begin der 16e eeuw)

op de Spanjaarden. De houten voet is ingegraven en met omvlochten

paalwerk bevestigd. Een zwaarder kanon daarnaast wordt opnieuw

geladen. Een bout, die 't sluitstuk opsluit, wordt uitgetrokken. Van

de borstwering wappert Kenau's banier; de geuzenvlag met de bedelzak,

de ineengeslagen handen en de spreuk Vive les Geux wordt, verder op den

wal, rondgezwaaid. Een kruitvat met wisser staat tusschen het geschut.

De in puin geschoten torens der Janspoort komen boven de verdedigers

uit. Een deel van 't Spaansche kamp met het hoofdkwartier van Don

Frederik, 't Huis te Kleef, komt naar links, boven de vluchtende

troepen, te zien.

No. 24. Stormaanval der Lombardische keurbenden op de Friesche Poort.

De musketiers, die bij den wal het vuur openen, stormen in 't berennen

vooraan, voorafgegaan door tamboers en pijpers volgen de piekeniers,

geheel in 't harnas en met dijstukken, met geschouderde piek. Aan 't

hoofd gaan ook de vaandrigs die de vaandels met de Lombardische kleuren

boven 't hoofd zwaaien. Een radslotpistool hangt bij een veldkruik aan

den degenriem van de meest linksche figuur. Rechts komt een hopman met

rondas en hellebaard aanloopen, voor zijn afdeeling uit. De troepen

stormen aan tusschen de batterijen op de gasthuisweide (rechts)

en die tegen den Rooden Toren. Don Frederik vuurt de stormers aan.

No. 25. Slag op de Zuiderzee.

Bossu's schip "de Inquisitie" is omringd van geuzenschepen. Jan Haring

van Hoorn haalt den Spaanschen standaard neer van zijn steng; van den

fokkemast en van de voorplecht der "Inquisitie" waait de Amsterdamsche

vlag. Een Vlieboot met 't wapen van Enkhuizen vaart links achter de

roertent met 't St. Andrieskruis van een Spaanschen kotter. Rechts

komt een bewapende boeier, met de Hoornsche vlag op 't zeil, aanzetten.

No. 26. Oranje op de vloot tot ontzet van Leiden.

Boisot wijst den Prins de vordering van 't water en de met Spaansche

troepen bezette waterkeeringen. Op den achtersteven staat een

bootsman met stuurriem. Het bootsvolk, de kruithoorn op zij, en met

breede, korte sabels gewapend draagt op de muts de halve maan met

't randschrift: "En despit de la mes," "Liver Turkcx dan Paus." Een

pistool ligt tusschen de twee roeiers in. Eenige hellebaardiers en

een musketier staan als lijfwacht achter 's Prinsen gezelschap. Op de

kap met de lantaarn is 't wapen van Zeeland te zien. Op de linksche

schuit zwaait een bootsman met de Zeeuwsche vlag. Rechts, aan den

horizont komt 't silhouet van den Leidschen St. Pieter uit.

No. 27. Straatgevecht voor het Antwerpsche Raadhuis.

De Ruiterij van Vargas jaagt op de aantrekkende Antwerpenaars,

die van achter 't stadhuis komen, aan. Het raadhuis, van 1561-1565

door Cornelis Floris gebouwd, begint te branden. Vooraan staat een

der muiters, die van Aalst kwamen, de helm met groen opgetooid, te

vuren. Voor hem ligt een der Duitsche knechten bij den vernielden

vrachtwagen. Een gewonde piekenier, die zich tracht op te heffen,

heeft aan zijn rusting een breeden rugdolk die bij degengevecht voor

't pareeren werd gebruikt.

No. 28. Intocht van Willem van Oranje in Brussel.

De stoet gaat over de groote markt in de richting van 't Nassausche

hof. Het Gotische gebouw met de slanke galerijen is het Broodhuis

(Halle au Pain; Maison du Roi, gebouwd van 1514-1525. In eenigszins

gewijzigde verhoudingen in 1877 herbouwd,) waar Egmond en Hoorne van

3-5 Juni 1568 gevangen zaten en vanwaar hun schavotgang begon. Rechts

van dit gebouw komt de linker kolom eener eerepoort voor de zijstraat

te zien. Bovenop is een zittend beeld van de Brusselsche Stedemaagd

met 't wapenschild der stad met St. Michaël den beschermheilige.

Het embleem van den Prins: het nest van den ijsvogel, met de zinspreuk;

"Saevis tranquillus in undis": "rustig te midden der woedende

baren," siert het middenvak der kolom. Prins Willem rijdt naast graaf

Schwarzburg achter de stadsmuzikanten aan. Op eenigen afstand volgt

de hertog van Aerschot. Achter de trompetters komen de burgervendels

van Antwerpen en Brussel. Een vaandel van een schuttersgilde met een

omlauwerden voetboog waait uit achter den Prins.

No. 29. Beëediging van den Prins en Aartshertog Matthias.

Op het balcon, gevormd door de afdekking der zuilengalerij aan het

Brusselsche stadhuis is het vorstelijk gezelschap samengekomen. Onder

het baldakijn met het wapen van Spanje en een tweetal gewestelijke

wapens staan Prins Willem en aartshertog Matthias met enkele

raadsheeren en een Oostenrijksche heraut. De aartshertog legt zijn

hand op het Evangelie, Oranje heft de rechterhand op bij den eed, die

door een der raadsheeren wordt voorgelezen. Over de balustrade hangt

een kleed, gesierd met de gewestelijke wapens. Beneden op het plein

staan de burgervendels geschaard. Een sergeant met partisaan, een

vaandrig in lederen kolder en eenige musketiers staan op den voorgrond.

Ook nevens het bordes onder den zuilengang staat een wapenheraut.

No. 31. "Mon Dieu! Mon Dieu! ayez pitié de mon âme et de ce pauvre

peuple!"

De moord geschiedt op den nieuwen trap van 's Prinsen hof in 't

St. Aagtenklooster te Delft. Een raam, boven op 't portaal bevat 't

Oranje-wapen. Jacob van Malderé, 's Prinsen stalmeester snelt toe,

terwijl boven op het portaal ook de figuur der gravin Schwarzburg

zichtbaar wordt.

Prins Willem draagt een grijslakensche tabbaard met bont gevoerd

en omzoomd, gelijk ook in het liggend beeld zijner graftombe is

afgebeeld. Een geuzenpenning hangt op zijn borst. In den rechter muur

toont een afgeschilverd gat de plaats waar een der kogels aansloeg.

No. 32. Liggend beeld van den Prins op de graftombe te Delft, door

Hendrik de Keijser (1566-1621.)

"De staaten der Vereenigde Nederlanden, een weinig aan ademtogt

gelaakt, ten tijde van het twaalfjarig bestand, hebben (den Prins)

in 't koor der nieuwe kerke te Delft, eene pragtige grafstede

gestigt." (Jan Wagenaar.)

Sept. 1910. J. H. ISINGS Jr.

Willem de Zwijger, Prins van Oranje · 第 78 / 80 题