AANTEEKENINGEN BIJ DE PLATEN.

No. 1. Portret van Prins Willem.

De beeltenis is, met eenige wijziging in het gewaad, een navolging

van het portret door Adriaen Thomasz Key omstreeks 1577 geschilderd.

No. 2. Slot en stad Dillenburg. 1540.

Het Kasteel, door Hendrik den Rijke in 1240 gebouwd en onder 't bewind

der opvolgende graven versterkt en uitgebreid, ligt 250 M. boven

de zee. Een geweldige muur, meer dan 100 M. lang en 20 M. hoog, die

als een meesterstuk van vestingbouw geprezen wordt, rijst tegen de

steilte. Deze muur bleef in de slotruïne nog bijna gaaf staan. Rechts

is de slotkapel. Aan den voet van de hoogte ligt het stadje aan de

Dill, een zijtak van de Lahn.

No. 3. De jonge Oranje aan het hof van Karel V.

De Keizer geeft hier audiëntie aan gezanten. Karel V zit in den

armzetel waarin hij ook door Titiaan, omstreeks dezen tijd, is

afgebeeld. Aan den wand hangt een Vlaamsch tapijt uit de XVe eeuw,

met zinnebeeldige vrouwenfiguren en zwevende engelen met bazuinen

en spreukbanden. Een documentenkast, met de wapens en emblemen van

het Habsburgsche huis, vult den wand. Tegen het wandtapijt komt een

rijkversierd tournooi-harnas van Filips den Schoone uit. Op de tafel,

van florentijnsch model staat tusschen de documenten een inktkoker

waaraan een gelddoos verbonden is. Op een z.g. faldisterium of

kruisstoel ligt een lederen documententasch.

Om de prachtige statiekleedij werd een Engelsch gezantschap gekozen,

gelijk ook uit de ordeketen van St. George blijkt.

No. 4. De Prins leidt als generaal den fortenbouw aan de Fransche

grens.

Oranje is hier met zijn officieren in zware uitrusting. De nabijheid

van de Fransche troepen houdt het leger bij den bouw onder de

wapenen. De bediening blijft bij 't geschut. Eenige Duitsche

hellebaardiers op wacht, zijn achter den Prins zichtbaar. Ook het

tweetal officieren vooraan behoort tot de Duitsche troepen van

Schwarzburg, Rosenberg en Buren.

Een tweetal zware haakbussen steunt op de in den grond geslagen

gaffels. Op de voorste vestingmuur staat een kraan of bok voor 't

ophijschen van bouwmateriaal. In het kamp is bij de tenten ook een

afdak voor paardenstalling te zien. Boven den schanskorf waait de

Spaansche vlag met 't Bourgondische St. Andrieskruis en de vuurstalen

geledingen en vlammenbundels der vliesorde-keten.

De batterij is met paal en vlechtwerk versterkt.

No. 5. Afstand van Kavel V.

Aan den voet der verhooging staat de wapenheraut van Oostenrijk, wiens

wapenrok de tweekoppige rijksadelaar met 't wapen van den Keizer en de

guldenvliesorde vertoont. Naast hem, in de fluweelen tabbaard gezoomd

met bont, staat Filibert van Brussel; meer naar rechts is raadsheer

Jacob Maas te zien.

De Duitsche keizerskroon ligt op een rijk geborduurd kussen vooraan

op eene kleine tafel.

Boven op de verhevenheid komt ter rechterzijde van Karel V, koning

Filips II te zien. Achter hem bevindt zich Antonie Perenot, de

toekomstige kardinaal Granvelle. Voor de groep prinsen en edelen

zijn de regentes, Maria van Hongarije, iets lager, 's keizers zuster

Eleonora koningin-weduwe van Frankrijk gezeten.

Uit deze groep rijst de keizerlijke standaard op. Het wandtapijt

achter de vorstelijke zetels vertoont ook 't keizerlijke wapen met

de vlies-orde. Een van de lijfwacht, gewapend met stormzeis waarop

de gekroonde C uitkomt, staat terzijde van het baldakijn tapijt.

No. 6. Oranjes rit met Hendrik II in de bosschen van Vincennes.

De Prins rijdt ter linkerhand van Hendrik II. Het zadelkleed van

den Koning is met de Bourbonsche leliën versierd, een motief dat in

het tuig nevens de gekroonde H. en de monogrammen van het geslacht

telkens weerkeert. De kleedij van Oranje is in 't lederen jachtbuis

met splitten naar Duitsch model, gelijk ook het paardentuig. De koning

draagt de orde van Saint Michel, de Prins aan een eenvoudig koord

het "gulden vlies." Oranje heeft evenals de koning de kleine toque

"à la Henri II" op 't hoofd.

No. 7. Filips II vertrekt uit Vlissingen naar Spanje.

Het statige galjoen is met banieren van Spanje en Bourgondië en

met kleine vlaggen en wimpels in de kleuren van Filips getooid. De

kwartieren van het koninklijke wapen zijn op afzonderlijke schilden

op spiegel en verschansing aangebracht. Achter het groote galjoen is

de achtersteven van eene galei te zien. De statiebark waarin Filips

gezeten is, heeft onder de tent verschansingkleeden met 's konings

wapen en initialen van Philippus-Rex.

Een bootsman, een heraut en een standaarddrager staan op de voorplecht.

No. 8. Juliana van Stolberg.

In hoofdzaak nagevolgd naar het schilderij op het kasteel van

Sommerhausen a. d. Main met steun van verscheidene oude prenten.

No. 9. Oranje houdt de beroemde rede in den Raad van State.

In de raadzaal waarin anderhalf jaar later het smeekschrift zal worden

aangeboden, is de staatsraad bijeen. Aan den rechterhand van den

spreker zit Egmond. Tegen den haard aan de linkerhand der landvoogdes

is Bossu gezeten. Rechts van Margareta zit Barlaymont aan tafel,

terwijl tegenover de landvoogdes Viglius, president van den Geheimen

Raad, zetelt. Achter Oranje staat de graaf van Meghen; naast Oranje,

ter linkerhand zit Mansfelt ter zijde van graaf Hoorne. Tegen het

wandtapijt komt, boven op een kastje staande, een borstbeeld van Filips

den Goede uit. Een documententasch, als op No. 3, staat vooraan tegen

de tafel.

No. 10. De optocht der Edelen.

De stoet is hier op den "berg van 't Hof" gekomen en richt zich naar

den ingang van het paleis der oude hertogen van Brabant, 't vorstelijk

verblijf der landvoogdes.

Op den achtergrond verrijst, achter de huizenrij van de markt,

't Hof van Nassau, waarvan de bouw in 1481 onder graaf Engelbrecht

II van Nassau begon. Geheel rechts verheft zich het gebouw van den

hoofdingang, bekroond op de torenspits met 't beeld van St. Michael. In

't gewaad der edelen is de heerschende Spaansche mode kenbaar soms, in

de geheel rechtsche figuur, door Duitsche vormen eenigszins gewijzigd

of (gelijk in de drie voornaamste figuren van links en de tweede van

rechts) door Franschen invloed veranderd. Een wachtende page staat

links vooraan.

No. 11. Gastmaal bij Brederode.

Hendrik van Brederode houdt hier een houten bedelnap omhoog gelijk

aan de kleine nabootsing, die aan de bekende geuzenpenning hangt;

ook de lederen tasch is op die penning afgebeeld. Achter Brederode's

zetel staat zijn bedienende page, kenbaar aan 't wapenschildje op

z'n borst. Een page van Culemborg buigt zich naast Brederode met een

schenkkan om zijn beker te vullen. Barthold Enthens van Mentheda,

de later befaamde watergeus, wendt zich achter den page om met een

toejuichend gebaar. Het ernstiger gelaat van den markgraaf van Bergen

is half achter hem zichtbaar. Op de tafel staat o.m. een zilveren

drinkhoorn met 't Culemborgsche wapen.

No. 12. De openbare prediking buiten Amsterdam op "De Rietvink"

door Jan Arendsz. van Alckmaar.

De Alckmaarsche mandenmaker richt het woord vanaf de "bekwaame stede"

die inderhaast voor hem in elkaar is getimmerd. In 't verschiet, links,

verrijst de Haarlemmerpoort met de korenmolens aan den dijk. Aan

de overzijde van den dijk ligt een der Hofsteden van 't Karthuizer

klooster. Een wacht van enkele gewapenden heeft nabij de stad post

genomen, links vooraan staat een schipper bij den kop der schuit,

een "verrejager," polderstok en spiets in den arm. Het "buitendijksch

voorland de Rietvink" lag, volgens Jan Wagenaar "naar de tegenwoordige

gedaante der stad" op 't einde der Haarlemmer Houttuinen, tusschen

Dommerstraat en Houtstraat.

No. 13. Portret van Alva.

Met wijziging in de wapenrusting, naar 't portret van Willem Key.

No. 14. Oranje bedwingt de Antwerpsche burgerij.

De burgers zijn te hoop geloopen in de nabijheid van de Roode Poort. In

't midden der groep rijdt Oranje. Op korten afstand van hem wordt

de haakbus afgewend, die door een een lakenvoeler op den Prins

gericht werd. Achter Oranje is Hoogstraten te zien. Links, op den

achtergrond, komt ook de burgemeester Van Straaten boven de menigte

uit. Een Antwerpsche standaard wordt rondgezwaaid; een werkman,

't hoofd gedekt met een vijftiend' eeuwschen stormhoed heeft, den

lontstok in de hand, bij een kanon postgevat. Een ander komt met

een breed slagzwaard aanloopen. De galerij met houten overkapping

deed waarschijnlijk dienst voor de nabijgelegen paardenmarkt. Op den

achtergrond komt een kleinere poort te zien, die op eenigen afstand

van de hoofdpoort aan de stadsgracht uitkwam.

No. 15. Een zitting van den Bloedraad.

Op de indagingen van den raad verscheen bijna niemand. Ook teekent

verhoor of onderzoek het karakter der instelling niet. Aanbrengers

loopen af en aan. Alva verlaat juist, vergezeld van Don Sancho d'

Avila, Hopman van de lijfwacht des hertogs, en gevolgd door een

page, de vergaderzaal. Onder het Crucifix zetelt Vargas, naast

hem leunt Barlaymont op een stoelrug. Aan de linkerzijde van den

voorzitter zit Del Rio. Rechts, aan 't hoofd der tafel, is Jan du

Bois, procureur-generaal gezeten. Een hellebaardier van de wacht

en een rotmeester gewapend met partisaan, brengen den militairen

groet. Waar de vergaderzaal van den raad van beroerten niet is aan te

wijzen, werd heel de inrichting ontleend aan de arsenaalzaal in het

Gentsche raadhuis, waar de Gentsche pacificatie werd onderteekend. Dit

Gotische vertrek gebouwd in 1482, bewaart een fraai beeld van de

deftige hallen, die in de adelijke huizingen der 16e eeuw een zoo

voorname plaats innamen.

Willem de Zwijger, Prins van Oranje · 第 77 / 80 题