Onze Nederlandsche held, Willem van Nassau, bekend als de Prins
van Oranje, als de Zwijger, is een treffend voorbeeld van een man,
wiens benamingen niet juist zijn persoon beschrijven. Hij was niet in
Holland geboren, hij zag Oranje nooit en was zeker niet stilzwijgend.
Hij was geen geboren prins. Zijn voorouders waren eenvoudige Duitsche
edelen, die in Nassau, een landstreek ten Oosten van den Rijn aan
beide zijden van de rivier de Lahn gelegen, woonden. Verschillende
takken van de Nassausche familie bezaten dit grondgebied, en het
was zóó rijk aan bronnen, dat een groot gedeelte van het inkomen der
latere hertogen van Nassau zijn oorsprong vindt in de opbrengst van
het hoofdgeld, door de bezoekers dier bronnen betaald.
Bovendien is het land zeer vruchtbaar in wijnsoorten, terwijl de
bodem veel minerale producten bevat, die echter pas later werden
geëxploiteerd. Bergachtige heuvels doorkruisen het land en de rijkdom
van riviertjes verhoogt niet alleen de vruchtbaarheid, maar maakt
dit glooiende terrein tot een schilderachtig gebied. Door den grooten
staat, dien men voerde, waren tal van goedgelegen heuvels met woningen
der familie Nassau bezet, die eertijds veel op vestingen geleken,
maar wier ruïnes er nu uitzien, alsof ze een deel uitmaken van de
omliggende rotsen.
Over den oorsprong van de Nassaufamilie in deze streken zijn tal van
legenden in omloop, die zelfs tot den tijd van Caesar opklimmen.
Toen de Romeinsche Keizer in Gallië kwam, zoo verhaalt een dier
legenden, was er onder zijn officieren een broederpaar, de graven
Lebarten. Aan een van deze gaf Caesar een deel van Bourgondië,
aan den ander een kleine landstreek bij den mond van de Lahn met
de opbrengst van de brug, die Caesar te Coblentz, het punt van
samenvloeiing van Moezel en Rijn, had gebouwd. Hier stichtte de
graaf een kasteel en een dorp, waar nog de wapens van de Nassau's
te zien zijn; hij veranderde zijn naam in dien van Laurenburg en de
plaats werd een van die middelpunten van beschaving in het Noorden,
die de Romeinsche overwinnaar zoo hoog op prijs stelde.
Eenige geslachten later schoot eens een zijner nakomelingen, in de
Lahnvallei jagende, een hert op een berg en kwam bij toeval in een
streek, die hem zoo behaagde, dat hij aanstonds besloot, daar een
kasteel te bouwen. Bij de voltooiing daarvan noemde hij het "Nassau",
Nasse Auen, naar de natte weiden, die den berg omringden en hij werd
zoo aan zijn nieuwe woonplaats gehecht, dat hij zijn ouden titel
opgaf en sedert bekend was als graaf van Nassau.
Een ander verhaal vertelt, hoe in het jaar 210 n. C. Keizer Severus,
vergezeld door vele edele Romeinen, een reis in Duitschland deed. Het
was blijkbaar een gemakkelijke reis, want een van de edellieden vond
den tijd, om een kasteel op Nassau's grondgebied te stichten. De
toenmalige graaf protesteerde, maar hij ontving ten antwoord, dat
alle Romeinen bouwen mochten, waar hun dit behaagde. Dat koele woord
maakte de andere Duitsche edelen ongerust over de mogelijke inbreuk,
die er ook gemaakt kon worden op hun rechten en verscheidene van de
vrienden van Nassau boden aan, gezamenlijk met hem in persoon naar
Severus te gaan om zich te beklagen. De keizer hoorde hun taal en
zeide toen lachende: "Het hindert u de Romeinen als buren te hebben,
sedert gij gedwongen werdt hen als heeren te huldigen. Niemand zal
in zijn oude rechten en privileges worden gekrenkt. Gij edellieden
zijt gekomen onder de vleugels van den adelaar, hij zal uw werkelijke
rechten en privileges handhaven. Maar, Graaf van Nassau, wij hebben
gehoord, dat gij eene eenige dochter als erfgenaam hebt, zoodat na uw
dood uwe landen aan ons zullen vervallen. Geef dat meisje aan onzen
oom ten huwelijk; we zullen hem graaf van Nassau maken en hij zal uw
opvolger worden."
Nassau en zijn vrienden namen dit voorstel aan. De bruiloft werd met
groote vreugde gevierd en na den dood van den ouden graaf werd de
Romein, als Germaan genaturaliseerd, hoofd der familie.
Ook wordt nog als voorvader genoemd een zekere Nasua, die door Caesar
als leider van de Sueven wordt vermeld, doch dit behoort alles tot
het legendenrijk, hoewel het ontstaan van die verhalen begrijpelijk
is, daar het in dien ouden tijd onder de Germaansche edelen voor zeer
voornaam werd gehouden, hun afstamming van een van Caesars opvolgers
te kunnen bewijzen.
Eenige zekerheid van het huis Nassau te verkrijgen vóór de elfde
eeuw blijkt niet mogelijk te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid was
Laurenburg de bakermat van het geslacht en was die naam de vroeger
bekende titel der familie, welke later door de stichting van Nassau
en het aannemen van dezen naam is vervangen.
Daar het eerstgeboorterecht voor de 16e eeuw in Duitschland alleen aan
den ouderen broer een zekeren voorrang verschafte, kwamen de goederen
bij overlijden òf door testamentairen wil òf door overeenkomsten aan
de verschillende erfgenamen. Ook de familie Nassau splitste zich in
takken, terwijl de bezittingen, bij het uitsterven van de mannelijke
lijn in elken tak, aan een ander vervielen, waardoor de onverdeelde
landen in den loop der eeuwen meer of minder hereenigd werden.