De jas moet mee naar het veld genomen, zoodat hij vóór het spel, in de

rust en na afloop zoo noodig aangetrokken kan worden. Zoo mogelijk moet

de speler zich er aan wennen, gedurende het spel geen notitie van het

publiek te nemen, zoodat hij zich langzamerhand aan den invloed die het

publiek op de meeste spelers uitoefent, kan onttrekken. Vele spelers

zijn zichzelf niet bij het spel, zijn als het ware gehypnotiseerd en in

hen is de ziel gevaren van het meest onstuimige deel van het publiek.

Hierdoor wordt het spel wel interessanter van toeschouwersstandpunt

bezien, maar de spelers lijden er onder, doordat zij boven hun kracht

spelen en een verkeerde eerzucht in hen wortel schiet. _De rust_ is er

omdat deze noodig wordt geacht, en niet om den spelers gelegenheid te

geven, hun schiet- en techniekcapaciteiten aan het publiek te vertoonen.

Gebruik de pauze dus om uit te rusten, niet door stilzitten of op den

grond liggen, maar door met de jas aan, kalm wat op te loopen. Een

weinig water of andere niet prikkelende drank of wel één of andere

vrucht kan in de rust een welkome verfrissching zijn. Het water

mag echter niet te koud zijn, daar de met bloedvaatjes overvulde

slijmvliezen van de keel enz. nog gevoeliger zijn voor sterke en

plotselinge temperatuurwisselingen dan de huid. Ook mag de drank niet in

eens naar binnen gegoten worden zooals ik wel heb zien doen, maar moet

langzaam gebruikt worden. Bij het eindigen van het spel, gaat men vóór

het verkleeden weer langzaam van intensieve beweging tot rust over. Voor

een paard wordt dit noodzakelijk geacht; waarom zou men dit dan voor

zichzelf negeeren?

Vóór het verkleeden is het wenschelijk, het lichaam met een handdoek

goed af te wrijven. Ook het nemen van een bad, koude wassching of

douche, gevolgd door flinke afdroging, is mij door de practijk ten

zeerste aanbevelenswaardig gebleken. Een koude wassching kan bijv.

ook bij ontbreken van andere gelegenheid, na het thuiskomen worden

toegepast zooals Toepoel[28] het beschrijft, door telkens de handen

in de waschkom te steken en er het lichaam licht mee af te wasschen,

hetgeen in enkele minuten is afgeloopen. Heerlijk opgewekt voelt men

zich na zoo'n behandeling en het is verwonderlijk, te merken, hoe

mogelijke vermoeidheid dan spoedig begint te wijken.

[28] Toepoel, »Hoe versterk ik mijn Lichaam?« bij van de Ven, Baarn.

Nu nog enkele algemeenheden besproken. Nu en dan heb ik spelers hooren

klagen over steek-in-de-zij en vermoeidheid, reeds bij het begin van het

spel.

Wat de oorzaak is van deze steken, is nog niet met zekerheid

vastgesteld. Bijna iedereen weet echter, dat ze vlak na het eten

eerder optreden dan anders. Ook is men na het eten eerder vermoeid

bij lichamelijken of geestelijken arbeid. Dit komt doordat de maag

voor de vertering van het voedsel een groote hoeveelheid bloed aan het

spierstelsel onttrekt, zoodat dit niet zijn gewone werkzaamheid zonder

nadeelen kan presteeren. Het is nu wel voor ieder te begrijpen, _dat

het slecht is, vlak voor het voetbal te eten_. Het beste is, na het

eten een paar uur te wachten alvorens men met het spel aanvangt. Bij

het wedstrijdspelen moet ik den raad geven, niet of slechts een korten

tijd te voetballen. Hiermede meen ik niet, dat men bijv. wel naar

hartelust mag gaan tennissen of fietsen, maar ik bedoel er mee, dat

lichaamsoefeningen, die vermoeidheid ten gevolge kunnen hebben, zooveel

mogelijk vermeden moeten worden. Ik heb vaak gezien, dat spelers, die

zich hieraan niet hielden, den volgenden dag op den wedstrijd minder

dan anders presteerden en na afloop daarvan ook werkelijk moe waren.

Physiologisch is deze zaak natuurlijk zeer goed te verklaren.

Een vaak voorkomende fout bij het voetbalspel is m. i. het doeltrappen,

dat veelal wordt toegepast, als er niet genoeg spelers zijn om een

partij te spelen. Een opvoedkundige waarde heeft zulk een trappartij

nagenoeg niet, terwijl ook de lichamelijke opvoeding ervan, veel te

wenschen overlaat. Veel beter kan men, al zijn er ook weinig spelers,

een aanvallend en verdedigend spel toepassen. Bijv. verdedigen een

doelman en drie achterspelers een doel, terwijl 5 voorspelers al of niet

gesteund door een achterspeler aanvallend optreden. Ook kan men, en dit

is vooral voor de aspirantleden (juniores) geschikt, als er bijv. maar

een twaalftal spelers is, een partij vormen met een kleiner speelveld.

Men behoeft dan tenminste geen afstand te doen van de meeste voordeelen

aan het volledige voetbalspel verbonden. Zijn er minder dan 12 spelers,

dan is dit partijspelen niet zoo aanbevelenswaardig, daar de spelers dan

minder in de gelegenheid zijn afzonderlijke plaatsen in te nemen,

hetgeen, met het oog op latere spelprestatie, wenschelijk is[29].

[29] Zie: »Schoolvoetbal in verband met lichamelijke geschiktheid«, door

W. Mulier.

Ten slotte wil ik nu nog _de kwestie van leiding_ en _de taak van den

tegenwoordigen leider, den captain of aanvoerder_ kort bespreken. In

Hongarije zijn de openluchtspelen van staatswege min of meer onder

toezicht der schoolautoriteiten geplaatst. Tot bespreking van de al of

niet wenschelijkheid om dit in de toekomst, geheel of gedeeltelijk in

Nederland toe te passen, acht ik mij op 't oogenblik niet gerechtigd.

Wel wil ik als mijn meening uitspreken, dat ik, gezien den eenzijdigen

aard van de schoolopvoeding en de opvattingen van het meerendeel van

het onderwijspersoneel hieromtrent, zulk een toepassing vooralsnog in

het belang van de openluchtspelen onmogelijk acht. De leiding van het

voetbal is hier zooals ieder weet, buiten de gedeeltelijke hoofdleiding

van den Nederlandschen Voetbalbond en plaatselijke en gewestelijke

bonden, in handen van de vereenigingen. Het is goed als de besturen

dezer vereenigingen zich hiervan wel bewust zijn of worden, want een

spel als voetbal heeft, hetgeen uit het reeds behandelde genoegzaam

blijkt, een goede leiding wel van noode. Er zijn besturen, die hun taak

uitstekend opvatten, maar er zijn er ook, die zich bijna uitsluitend met

administratief werk bezig houden, die zich weinig bekommeren over het

wel en wee van de onder hun leiding staande leden. En toch is er een

deel dezer leden, de aspirant-leden bedoel ik, waarover zij met veel

zorg hebben te waken. Maar ook vele van de gewone leden hebben leiding

noodig, die hen door bestuursinitiatief kan worden verschaft.

Twee wegen, die ook gecombineerd kunnen worden, staan hierbij open. 1º.

De vereeniging stelt een aparte, of meerdere voor hun taak berekende

_spelleiders_ aan[30]; 2º. De vereeniging verschaft den leden een

_voorlichting bij hun sport in den vorm eener sportbibliotheek_[31]. Een

geschikten spelleider te vinden is zeker een moeielijke taak en verder

is ook »het in practijk brengen« van dit idee aan zooveel bezwaren

onderhevig, dat ik er aan twijfel of het wel met succes toegepast zal

kunnen worden. Het instellen van een sportbibliotheek zal echter voor

geen enkele vereeniging eenig bezwaar opleveren. De kosten ervan zijn

gering en de resultaten kunnen groot zijn. De captains of aanvoerders

vinden hier gelegenheid de kennis op te doen die onmisbaar is, bij het

goed vervullen van hun taak. Zij kunnen zich tot werkelijke leiders

ontwikkelen. Maar ook de leden zelf kunnen er hun voordeel mee doen. Zij

kunnen zich tot hun eigen leider vormen, voor zichzelf leeren zorgen en

den grond er toe leggen, later anderen te leiden. Juist daar moet het

heen. Niet alleen bij voetbal zal hen de opgedane kennis te pas komen,

maar ook overal elders. En zelfs, al zouden slechts weinigen van de

bibliotheek gebruik maken, dan zou deze toch door hen, haar invloed op

de anderen doen gelden. De bibliotheken zouden kunnen bevatten: werkjes

betreffende de te beoefenen openluchtspelen, gymnastiek en de daarmee

min of meer verband houdende wetenschappen als gezondheidsleer en

psychologie. Als zoodanig zouden zij voor de voetballers den dienst

doen, dien ik zoo gaarne de school aan al haar leerlingen bewezen

zag[32].

[30] Dit kunnen bijv. ook bestuursleden zijn.

[31] Sport-Bibliotheek bevattende 30 deeltjes, uitgever J. van de Ven,

Baarn.

[32] Zie blz. 21 en 22.

Nu nog de taak van den captain. Deze is voorwaar geen gemakkelijke. Hij

moet, goed speler zijnde, zelf het spel meespelen en in alles voorgaan.

Hij kan een grooten invloed ten goede, echter ook, zoo hij geen juist

begrip van zijn plichten heeft, ten kwade uitoefenen op spel en spelers.

In de eerste plaats moet hij zorgen dat het spel tot vreugde van de

spelers beoefend wordt. Zoo moet het voortdurend berispen der spelers

vermeden worden. Een aanmoedigend of waardeerend woord op zijn tijd,

heeft veel meer uitwerking. Ook dient de captain, bij hetgeen hij zegt,

rekening te houden met ouderdom en karakter van den speler tot wien

hij zich wendt. Zoodoende is hij in staat, zijn prestige te handhaven.

Toch kan hij, jong als hij veelal nog is, zich niet te veel bemoeien, de

opvoedende en gezondheidbevorderende kracht van het spel tot haar recht

te doen komen, d. w. z. hij kan nog geen volmaakte spelleider zijn. Zoo

zijn taak dus geen gemakkelijke is, een dankbare en mooie is het zeker.

#EERVOLLE VERMELDING AMSTERDAM 1908#

#PRACTISCHE BIBLIOTHEEK#

#Geïllustreerd.#

_Schreber_, Longen-Gymnastiek. 2e druk 35 Ct.

_Bock_, Eerste Hulp bij Ongelukken 30 »

_van de Ven_, Amateur Fotograaf. 2e druk 25 »

_Toepoel_, Physical Culture 60 »

Licht-, Lucht- en Zonnebaden 30 »

Mijn Aquarium 35 »

De Kleine Briefsteller 35 »

De Jonge Schaker 35 »

_Broekkamp_, Jonge Dammer f 1.25

_Broekkamp_, Damstudies 35 Ct.

_Leefson_, Nieuwste Dansen 35 »

Skatspel, handleiding 50 »

Billardschool. 2e druk 35 »

_Ott_, Rijwiel, inrichting. 2e dr. 25 »

Levensmagnetisme 15 »

Terrarium 35 »

Luchtscheepvaart, populaire beschouwing 30 »

Chauffeurs-School 75 »

Eenvoudige Boekhouding. 3e druk 35 »

Telegrafie zonder draad 35 »

#Sport-Bibliotheek#

#Geïllustreerd.#

#HANDLEIDING voor:#

Voetbal-Scheidsrechter 60 Ct.

Voetbal. 3e druk 25 »

Lawn Tennis. 2e dr. 30 »

Lawn Tennis. 3e dr. f 1.60

Water-Polo. 2e dr. 30 Ct.

Cricket 30 »

Croquet 30 »

Kegelen 30 »

Korfbal 30 »

Hockey 30 »

Hardloopen. 2e dr. 30 »

Roeien 35 »

Zeilen 50 »

Zwemschool. 2e dr. 35 »

Droogzwemmen 15 »

Schermen 50 »

Boksen 35 »

Worstelen 60 »

Schoonrijden 50 »

Kolven 50 »

Rolschaatsenrijden 30 »

Openluchtspelen 45 »

Halteren 35 »

Skiloopen 30 »

Kaatsen 50 »

Wielrennen 35 »

Snelwandelen 35 »

#UITGAVEN VAN J. F. VAN DE VEN TE BAARN#

+---------------------------------------------------+

| |

| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |

| |

| De volgende correcties zijn in de tekst |

| aangebracht: |

| |

| Bron (B:) -- Correctie (C:) |

| |

| B: den aanleg van éen of meer |

| C: den aanleg van één of meer |

| B: Als èèn van de voornaamste |

| C: Als één van de voornaamste |

| B: beïnvloedt door het voetbalspel. |

| C: beïnvloed door het voetbalspel. |

| B: Deze verschillende accomodaties der |

| C: Deze verschillende accommodaties der |

| B: (lang-passing). Er werd dus |

| C: (long-passing). Er werd dus |

| B: vaak geuitte meening, dat |

| C: vaak geuite meening, dat |

| B: voetbal, het op den achtergrond treden, |

| C: voetbal het op den achtergrond treden |

| B: levensenergie weigert aan te nemen. |

| C: levensenergie weigert aan te nemen? |

| B: voetbal en atlethiek. Het gevaar |

| C: voetbal en athlethiek. Het gevaar |

| B: twintig minuten. Mij lijkt |

| C: twintig minuten). Mij lijkt |

| B: bekort), hoewel ik hem voor |

| C: bekort, hoewel ik hem voor |

| B: meestal ten kwade is die, door het |

| C: meestal ten kwade, is die, door het |

| B: een vergeten waarschijnlijk heel |

| C: een vergeten, waarschijnlijk heel |

| B: minder geriefelijk terrein deze |

| C: minder geriefelijk terrein, deze |

| B: zoowel _accute als chronische |

| C: zoowel _acute als chronische |

| B: werd ingevoerd even goed als |

| C: werd ingevoerd, even goed als |

| B: eenigste werkelijke nadeel van |

| C: eenige werkelijke nadeel van |

| B: bij voetbal de kans een |

| C: bij voetbal de kans op een |

| B: kan worden.--»Als lichaamsbeweging, |

| C: kan worden.«--»Als lichaamsbeweging, |

| B: niet overdreven te worden. |

| C: niet overdreven worden. |

| B: ik mijn lichaam«? bij van |

| C: ik mijn lichaam?« bij van |

| B: hare leiders verwachten mag« |

| C: hare leiders verwachten mag«. |

| B: geef ik toe maar zij |

| C: geef ik toe, maar zij |

| B: alleen gymnastiek zonden willen zien |

| C: alleen gymnastiek zouden willen zien |

| B: Onze volksaard vind iets zoo gauw |

| C: Onze volksaard vindt iets zoo gauw |

| B: het zwakkere of aangetastte |

| C: het zwakkere of aangetaste |

| B: en nauwe hals en mouwboorden. De |

| C: en nauwe hals- en mouwboorden. De |

| B: en verminderde spelkwaliteit, het directe |

| C: en verminderde spelkwaliteit het directe |

| B: zooals Toepoel,[28] het beschrijft, |

| C: zooals Toepoel[28] het beschrijft, |

| B: Toepoel, Hoe versterk in mijn Lichaam? bij |

| C: Toepoel, »Hoe versterk ik mijn Lichaam?« bij |

| |

+---------------------------------------------------+

Voetbal-Sport: over haar voor- en nadeelen, eenige harer strijdvragen en haar rationeele beoefening · 第 3 / 3 段