Een jonge vriend schreef mij: ik zou het een schande achten als wij aan
de zijde van Duitschland vochten. Hij ging daarbij uit van de gedachte
dat Engeland ons zou aanvallen en Duitschland ons bij zou staan. Dit
laatste zou zeker graag zoo doen: het zou ons zelfs graag willen
bijstaan tegen een niet gebeurende maar door Duitschland als mogelijk
voorgestelde engelsche aanval. Het was de oud-minister Colijn die dit
onlangs opmerkte. Bijstand evenwel kan aangeboden, maar moet ook
aanvaard worden. Dan eerst wordt hij werkelijkheid. En nu spreekt het
immers vanzelf—alleen kan het geen kwaad eraan te herinneren—dat
de nederlandsche regeering, in geval wij door de eene partij worden
aangevallen, niet klakkeloos de hulp zal aanvaarden van de andere.
België _moest_ zulk een hulp aannemen, omdat zijn onzijdigheid
gewaarborgd was. Wij hebben die verplichting niet en kunnen ons dus
afvragen of gewapende steun van de eene of van de andere partij ons
dienen zou.
Overigens—wel verre van een duitsch leger tot ons te trekken, besparen
wij de Duitschers door onze houding een leger, dat nu in Frankrijk
blijft.