VIII

Een jonge vriend schreef mij: ik zou het een schande achten als wij aan

de zijde van Duitschland vochten. Hij ging daarbij uit van de gedachte

dat Engeland ons zou aanvallen en Duitschland ons bij zou staan. Dit

laatste zou zeker graag zoo doen: het zou ons zelfs graag willen

bijstaan tegen een niet gebeurende maar door Duitschland als mogelijk

voorgestelde engelsche aanval. Het was de oud-minister Colijn die dit

onlangs opmerkte. Bijstand evenwel kan aangeboden, maar moet ook

aanvaard worden. Dan eerst wordt hij werkelijkheid. En nu spreekt het

immers vanzelf—alleen kan het geen kwaad eraan te herinneren—dat

de nederlandsche regeering, in geval wij door de eene partij worden

aangevallen, niet klakkeloos de hulp zal aanvaarden van de andere.

België _moest_ zulk een hulp aannemen, omdat zijn onzijdigheid

gewaarborgd was. Wij hebben die verplichting niet en kunnen ons dus

afvragen of gewapende steun van de eene of van de andere partij ons

dienen zou.

Overigens—wel verre van een duitsch leger tot ons te trekken, besparen

wij de Duitschers door onze houding een leger, dat nu in Frankrijk

blijft.

Holland en de oorlog · 第 97 / 138 题