IV

Het is niet mogelijk aan deze oorlog een ideëele zin te geven, tenzij

hij een strijd wordt tusschen de sociale idee en de imperialistische.

Zelfs de duitsche Rijkskanselier gevoelt dit, als hij zegt te strijden

voor de vrije zee en de vrije ontwikkeling van de volken. Wat is dat

beweren anders dan een poging de rol, die Duitschland door aanleg en

omstandigheden is toegevallen, af te wentelen op zijn tegenpartij,—dan

een verklaring dat in het denkbeeld van wereldgemeenschap een grooter

kracht schuilt dan in dat van wereldheerschappij.

V

Voortgezette oorlog kan niets anders teweegbrengen dan opstand van de

volken. Wij leven nog altijd in het tijdperk dat begonnen is met 1780.

Achter al onze overleggingen slaapt of waakt voortdurend die droom van

een vrije menschelijke gemeenschap. Staten en klassen en instellingen

zijn er overheen gebouwd. Maar wat hem verhulde, wat hem in alle landen

vergeten liet, was wel voornamelijk de overweging van eigen vaderlandsch

welvaren. Raakt dat ten einde, wordt de onhoudbaarheid van het stelsel

dat ons gebonden heeft, voor allen duidelijk, dan zal één sein volstaan

om hem te doen oprijzen, om ons al het andere te doen geringachten voor

dit Eene......

Holland en de oorlog · 第 86 / 138 题