Het is niet mogelijk aan deze oorlog een ideëele zin te geven, tenzij
hij een strijd wordt tusschen de sociale idee en de imperialistische.
Zelfs de duitsche Rijkskanselier gevoelt dit, als hij zegt te strijden
voor de vrije zee en de vrije ontwikkeling van de volken. Wat is dat
beweren anders dan een poging de rol, die Duitschland door aanleg en
omstandigheden is toegevallen, af te wentelen op zijn tegenpartij,—dan
een verklaring dat in het denkbeeld van wereldgemeenschap een grooter
kracht schuilt dan in dat van wereldheerschappij.
V
Voortgezette oorlog kan niets anders teweegbrengen dan opstand van de
volken. Wij leven nog altijd in het tijdperk dat begonnen is met 1780.
Achter al onze overleggingen slaapt of waakt voortdurend die droom van
een vrije menschelijke gemeenschap. Staten en klassen en instellingen
zijn er overheen gebouwd. Maar wat hem verhulde, wat hem in alle landen
vergeten liet, was wel voornamelijk de overweging van eigen vaderlandsch
welvaren. Raakt dat ten einde, wordt de onhoudbaarheid van het stelsel
dat ons gebonden heeft, voor allen duidelijk, dan zal één sein volstaan
om hem te doen oprijzen, om ons al het andere te doen geringachten voor
dit Eene......