VIII

In de reine helderheid van een vroege en wolkenlooze Paschen komen vele

aandoeningen in me samen. Indrukken van een bezoek, de dag tevoren,

van oude vrienden. Gedachten aan vriendschap en schoonheid, die ik

in deze eigen liefelijke natuur genoten heb. Herinneringen aan juist

zulk een Paasch-zondag, vele jaren geleden, toen na weken van haat

en ellende onze gang door dit landschap mij de hemel op aarde leek. En

langzamerhand was het me of nu ook de last van de oorlog die sedert

acht maanden op ons drukt begon licht te worden. Ik kon me voorstellen

dat hij geëindigd was, of liever het deed er niet toe of hij gevoerd

werd. Er is een sfeer van beschouwing waarin ook de vreeselijkste

gebeurtenissen weinig schijnen, alleen beseft worden als tijdelijk. Ook

volgende jaren zal het Paschen zijn. Wijzelf of anderen zullen dan weer

wandelen door dit schoone landschap. Vriendschap en schoonheid, haat en

ellende zullen telkens opnieuw herdacht worden. Menschen zullen in de

aarde hun hemel zien.—De oorlog kan personen dooden, tallooze personen,

en eindeloos velen nameloos ongelukkig maken. Maar hij kan niet beletten

dat altijd weer levenden aan dit eenvoudige geluk deel hebben.

Holland en de oorlog · 第 52 / 138 题