Met Jezus' zeggen: gaat en verkondigt het Evangelie aan alle kreaturen,
is de onderscheiding van de Staten opgehouden. De staten hadden vroeger
hun eigen god. Voortaan was er één god die in alle landen aanbeden werd.
Als daarna de volken van hun god spraken—zoo wij in de vorige eeuw van
Neêrlands God, zoo de Duitschers nog nu van de God der Duitschers en de
oude Frans Jozef van zijn bizondere huis-god—dan waren en zijn dit
stoffige retorische figuren die, alleen tijdelijk, uit de vaderlandsche
musea gehaald worden in de gerechtvaardigde hoop dat ze indruk zullen
maken op de menigte. Zij die ze tevoorschijnbrengen weten wel dat er
geen bizondere goden meer zijn, dat er maar één god is die alle staten
gemeen hebben, waaruit ze leven en waarin landslieden van alle talen met
elkander verkeeren. In ieders hart staat het geschreven dat, wanneer
zij oorlogen, zij tegen hun eigen geloof handelen. Zij gelooven aan de
God van de Menschheid, niet aan de goden van hun bizondere staten. Van
tweeën een dus, zij moeten toegeven dat zij, door te oorlogen, tegen
hun god, die de god van alle menschen is, handelen, òf zij moeten zich,
tijdelijk, wijsmaken dat hun god de god is van hun bizondere staat. Het
is duidelijk dat dit wijsmaken alleen mogelijk is in een kortstondige
roes van opwinding en zelfbedrog. Met andere woorden: oorlog een gewijd
werk achten, kan alleen de verblinde of de bedrogene. Wie waarlijk de
oogen van zijn geest wijd open houdt, moet inzien dat oorlog in onze
dagen een onheilig bedrijf is, waaraan hij niet ontkomen kan, maar dat
hij in zijn hart vervloekt.
Uit alle volken staan op dit oogenblik belijders van een zelfde
goddelijkheid tegenover elkander. Zij kunnen dat niet doen in de wijding
van hun geloof: zij kunnen het enkel omdat zij onder de ban geraakten
van een geloof dat niet meer het hunne is. Hun aanvoerders zijn de
wijding-loozen, die zij levenslang bestreden en veroordeelden. Of de
achterlijken die nog altijd in het geloof leven aan lokale godheden.
Deze, de machtigen van het gepeupel, hebben macht gekregen, ook over de
edelen. In een roes en een waanzin bevangen offeren zich ook die besten
aan de afgod Staat.