Wat een dwaze opvatting van onzijdigheid, deze: dat men alle strijders
gelijkelijk het beste wenscht. Juist alsof men zelf niet bestaat,
zelf niets te vreezen heeft, en of de overwinning van de een niet
schadelijker voor ons zijn zou dan die van de ander.
V
Als het recht een godin is, dan zijn de volken zeer bij haar in
achterstand.