IV

Wat een dwaze opvatting van onzijdigheid, deze: dat men alle strijders

gelijkelijk het beste wenscht. Juist alsof men zelf niet bestaat,

zelf niets te vreezen heeft, en of de overwinning van de een niet

schadelijker voor ons zijn zou dan die van de ander.

V

Als het recht een godin is, dan zijn de volken zeer bij haar in

achterstand.

Holland en de oorlog · 第 34 / 138 题