Er is iets ademloos in de afwachting tijdens groote slagen. Europa
luistert. En terwijl men—dwaselijk—zich betrapt op de lust het oor
te spannen of het niet hier misschien het gedreun kan opvangen van het
kanongebulder dat op de grenzen van Frankrijk gaande is, en de oogen
uitzet om van de hollandsche duinen een vloot op de belgische kust te
zien, voelt men zich in de algemeene sprakeloosheid opgenomen en weet
dat men langer noch denken noch zich uiten kan.