DE KINABOOM IN INDIË.

De britsch-indische regeering is op de gelukkige gedachte gekomen,

om den kostbaren kinaboom, wiens vaderland, zooals men weet,

Zuid-Amerika is, naar Hindostan over te brengen, en daar, zoo mogelijk,

te acclimatiseeren. De door haar genomen proeve mag nu reeds worden

gerekend volkomen te zijn geslaagd. In de plantages op den Nilagiris

bevinden zich tegenwoordig ruim twee millioen zesmaalhonderd duizend

kinaplanten, die eene uitgestrektheid van meer dan negenhonderd-vijftig

acres (bunders) land beslaan. De grootste boomen zijn dertig voet

hoog, en hebben een omvang van ruim drie voet. In het afgeloopen

jaar werden bijna zevenduizend-driehonderd pond voortreffelijke

kinabast uit deze plantages te Londen ter markt gebracht, terwijl

bovendien meer dan vijf-en-dertig duizend pond in Indië zelf

werden afgeleverd. De totale opbrengst bedroeg zestienhonderd pond

sterling. De aanzienlijke uitgaven, die de regeering zich voor de

aankweeking dezer kostbare plant in Indië getroost heeft, zullen haar

binnen kort met winst worden terugbetaald; en, wat van meer belang is,

reeds nu worden jaarlijks honderde inboorlingen, door het gebruik der

kinine, genezen. Het hoofddoel van dezen menschlievenden, weldadigen

maatregel, het kostbaar geneesmiddel tegen de koorts ook voor de

armsten verkrijgbaar te stellen, is reeds bereikt geworden. Ook in

dit opzicht heeft de britsche regeering bewezen een zegen voor hare

aziatische onderdanen te zijn.

Schetsen uit de Indische Vorstenlanden De Aarde en haar volken, 1873 · 第 9 / 11 题